GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I (handel) zaaknummer : 200.355.954/01 zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : 11216471 / CV EXPL 24- 2359 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 9 december 2025 in de zaak van [appellant] , h.o.d.n. Happy Results en m.h.o.d.n. HR United wonend in [plaats 1] , gemeente [plaats 2] , appellante, advocaat: mr. F.B.A.M. van Oss te Harderwijk, tegen [geïntimeerde] B.V., gevestigd te [plaats 3] , geïntimeerde, niet verschenen. Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd. 1De zaak in het kort In deze zaak vordert [appellant] terugbetaling van een waarborgsom van [geïntimeerde] . De kantonrechter heeft de vordering afgewezen omdat niet was komen vast te staan dat de waarborgsom aan (de makelaar van) [geïntimeerde] was betaald. In hoger beroep heeft [appellant] een factuur van de makelaar van [geïntimeerde] overgelegd waaruit blijkt dat de waarborgsom wel aan die makelaar is betaald. Het hof wijst de vorderingen alsnog toe. 2Het geding in hoger beroep [appellant] is bij dagvaarding van 27 mei 2025, met producties, in hoger beroep gekomen van vonnissen van 27 november 2024 en 5 maart 2025 van de kantonrechter te Alkmaar (hierna: de kantonrechter), onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [appellant] als eiseres en [geïntimeerde] als gedaagde. Tegen [geïntimeerde] is in hoger beroep verstek verleend. [appellant] heeft een memorie van grieven, met een productie, ingediend en heeft vervolgens om arrest gevraagd. 3Feiten Het hof gaat uit van de volgende feiten. 3.
- Tussen [appellant] als huurster en [geïntimeerde] als verhuurster heeft van 1 februari 2014 tot 1 november 2023 een huurovereenkomst bestaan. Bij het sluiten van de huurovereenkomst werden beide partijen bijgestaan door een makelaar. 3.
- [appellant] heeft [geïntimeerde] na afloop van de huurovereenkomst om terugbetaling van de waarborgsom van € 3.600,- verzocht. [geïntimeerde] heeft daarop geantwoord dat zij de waarborgsom nooit ontvangen heeft. 4Procedure bij de kantonrechter 4.
- Samengevat heeft [appellant] bij de kantonrechter gevorderd om [geïntimeerde] , bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, te veroordelen tot betaling aan haar van € 3.600,- aan waarborgsom en van € 485,- aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met rente en kosten. 4.
- De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen omdat volgens haar niet was komen vast te staan dat (de makelaar van) [appellant] de waarborgsom aan de makelaar van [geïntimeerde] had (door)betaald. 5Vordering in hoger beroep 5.
- [appellant] vordert vernietiging van de bestreden vonnissen althans van het bestreden eindvonnis en alsnog - uitvoerbaar bij voorraad - toewijzing van haar vordering tot betaling van € 3.600,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 november 2023 en van € 485,- aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding in beide instanties. 6Beoordeling 6.
- Het hof ziet aanleiding de grieven gezamenlijk te bespreken. Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of de waarborgsom aan (de makelaar) van [geïntimeerde] is betaald. 6.
- In hoger beroep heeft [appellant] een factuur van de makelaar van [geïntimeerde] overgelegd met nummer 201401 waarop een waarborgsom van € 3.600,- en € 756,- aan btw in rekening is gebracht. Op de factuur, die gericht is aan [appellant] , is vermeld: ‘Reeds betaald € 3.600,-- dus nog te betalen € 756,-- op rekeningnummer (…)’. Volgens het hof kan uit deze factuur, waarvan de juistheid niet is weersproken, worden afgeleid dat [appellant] de waarborgsom wel degelijk aan (de makelaar van) [geïntimeerde] heeft betaald. 6.
- Dat betekent dat het hoger beroep succes heeft. Het bestreden eindvonnis zal worden vernietigd. Bij vernietiging van het bestreden tussenvonnis heeft [appellant] geen belang. 6.
- [geïntimeerde] is in het hoger beroep in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten in beide instanties. Het hof stelt de proceskosten in hoger beroep als volgt vast: - explootkosten € 122,35 - griffierecht € 362,- - salaris advocaat € 858,- Totaal € 1.342,35 7Beslissing Het hof: vernietigt het bestreden eindvonnis en doet opnieuw recht: veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling aan [appellant] van € 3.600,- aan waarborgsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 november 2023; veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling aan [appellant] van € 485,- aan buitengerechtelijke incassokosten; veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten in beide instanties. De kosten voor de eerste aanleg worden tot nu vastgesteld op € 359,22 aan verschotten en € 677,50 aan salaris advocaat. De kosten voor het hoger beroep worden tot nu vastgesteld op € 1.342,35; verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. Dit arrest is gewezen door mrs. J.C. Toorman, F.J. van de Poel en F. Sepmeijer en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.