Afdeling strafrecht Parketnummer: 23-002009-21 Datum uitspraak: 1 april 2025 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 5 juli 2021 in de strafzaak onder de parketnummers 13-680187-18 en 13-680356-16 (TUL) tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998, adres: [adres 1] . Deze strafzaak komt voort uit het opsporingsonderzoek onder de naam ‘Tessin’. In dit onderzoek is sprake van meer verdachten, onder wie [verdachte] , die hierna wordt aangeduid als ‘de verdachte’ dan wel ‘ [verdachte] ’. De medeverdachten worden hierna aangeduid als [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12, 14, 17 en 18 maart 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 3 december 2018 tot en met 21 mei 2019 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad en/of (telkens) heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of vervoerd en/of verkocht en/of verhandeld en/of overgedragen (aan een of meer tot op heden onbekend gebleven personen) een of meer hoeveelheid/hoeveelheden heroïne en/of cocaïne, in elk geval (telkens) een of meer hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende heroïne en/of cocaïne, in elk geval (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank. Bewijsoverwegingen I Standpunten van partijen De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het bepaalde in artikel 2 aanhef en onder B van de Opiumwet. De verdediging heeft vrijspraak bepleit en daartoe aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde te komen. In het procesdossier zit niets dat wijst op een concrete rol of concrete handelingen van de verdachte met betrekking tot de handel in verdovende middelen. De bijdrage van de verdachte was niet van voldoende gewicht voor een bewezenverklaring van medeplegen en ook individuele betrokkenheid kan niet worden bewezen. De momenten waarop de verdachte wordt waargenomen zijn beperkt en kunnen niet als belangrijk worden bestempeld. De verdachte wordt een paar keer op de achtergrond gehoord wanneer hij met medeverdachten in een auto zit te chillen en wordt enkele keren geobserveerd samen met medeverdachten; niet blijkt dat hij een deal heeft gesloten en daardoor verdovende middelen heeft verkocht of heeft overgedragen. Voor zover de getuigen de verdachte al herkennen, verklaren zij niet over concrete strafbare handelingen van de verdachte. Bovendien is sprake geweest van sturing dan wel het uitoefenen van druk door de politie op de getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] . Subsidiair is aangevoerd dat de aanvangsdatum van de pleegperiode moet worden ingekort tot 2 april 2019 (het eerste moment waarop de verdachte met medeverdachten wordt waargenomen in het kader van het tenlastegelegde), dan wel 11 maart 2019 (het eerste moment waarop de verdachte versluierd taalgebruik zou hebben gehanteerd met medeverdachten en vermeende klanten), dan wel 22 februari 2019 (de dag dat de verdachte wordt staande gehouden met medeverdachten na een verdachte situatie). Verder is betoogd dat bij een eventuele bewezenverklaring het bereiden, vervoeren en aanwezig hebben uit de tenlastelegging moet worden gestreept. Immers, ook indien het hof zou oordelen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de verkoop van verdovende middelen, is daarmee niet tevens het bereiden, vervoeren of aanwezig hebben van verdovende middelen bewezen nu het bewijs daarvoor ontbreekt. II Het oordeel van het hof II.1 Inleiding Op 3 december 2018 is een opsporingsonderzoek gestart onder de naam Tessin. Het onderzoek richtte zich in eerste instantie op de verdenking van handel in verdovende middelen door [verdachte] en [medeverdachte 1] . Deze verdenking is ontstaan op basis van waarnemingen en bevindingen naar aanleiding van een anonieme getuigenverklaring van 13 juli 2018, waarin werd gemeld dat er een nieuwe dealer van cocaïne in Amsterdam-Noord werkzaam was. Op basis van het door de getuige opgegeven signalement van de nieuwe dealer en het voertuig waarvan deze gebruikmaakte, ontstonden er aanwijzingen voor betrokkenheid van [medeverdachte 1] bij de handel in verdovende middelen. [medeverdachte 1] paste in het signalement en reed in een auto die soortgelijk was aan de door de getuige genoemde auto. In de periode hierna werd [medeverdachte 1] meermalen samen met [verdachte] in een voertuig waargenomen. In de loop van het onderzoek zijn ook verdenkingen van betrokkenheid bij de handel in drugs ontstaan ten aanzien van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] . De verdenking ziet op het in vereniging plegen van de handel in heroïne en cocaïne, met gebruikmaking van zogenoemde dealertelefoons. II.2 Bewijs Het hof leidt uit de bewijsmiddelen, zoals opgenomen in de aangehechte bijlage, het volgende af, waarbij overwegingen van de rechtbank (deels) zijn overgenomen en aangevuld. II.2.1 Waarnemingen In november 2018 zijn op meerdere dagen observaties uitgevoerd op [medeverdachte 1] en [verdachte] waarbij werd waargenomen dat [medeverdachte 1] al dan niet samen met [verdachte] , meerdere korte bezoeken aflegde bij adressen die te koppelen waren aan personen die in de politiesystemen voorkwamen als harddruggebruiker. Op 6 december 2018 is [medeverdachte 1] waargenomen in een Peugeot. De bijrijder leek qua postuur en grootte op [verdachte] . Waargenomen werd dat [medeverdachte 1] en de andere persoon rond 21.48 uur de centrale toegang van (onder andere) de woning van de bij de politie als harddruggebruiker bekend zijnde [persoon 1] betraden. Om 22:02 uur kwam [medeverdachte 1] naar buiten en maakte hij contact met een persoon op een fiets. Ze stonden dicht bij elkaar en na een minuut reed de fietser weg. Rond 22:23 uur hebben [medeverdachte 1] en de andere persoon de woning verlaten en reden zij weg in de Peugeot. Op 14 december 2018 zijn [medeverdachte 1] en [verdachte] waargenomen in een grijze Peugeot 307 met kenteken [kenteken 1] (hierna: de Peugeot). Het voertuig kreeg een stopteken van de politie, waarna [medeverdachte 1] uit de auto rende en een zakje weggooide. In het later aangetroffen zakje zaten 11 bolletjes heroïne. Tijdens de hierop volgende insluitingsfouillering zijn in de onderbroek van [medeverdachte 1] 6 bolletjes cocaïne aangetroffen. [verdachte] bleek bij controle twee telefoons bij zich te hebben en een contant geldbedrag van € 550,-. Op 30 december 2018 is [medeverdachte 1] gecontroleerd in de Peugeot. Als passagier zat in het voertuig een bij de politie bekende harddruggebruiker. Op 30 januari 2019 is tijdens een observatie waargenomen dat de Peugeot van [medeverdachte 1] wegreed vanaf de [straat 1] , ter hoogte van [straat 3] . [medeverdachte 1] bestuurde de auto. Bij de [straat 2] stopte de auto. Gezien werd dat een man naar de passagierszijde liep, iets aanpakte en wegliep. De auto parkeerde even later op de [straat 2] , waar [medeverdachte 1] uitstapte. Even later reed hij naar de woning van [getuige 3] aan de [adres 2] , daarna reed hij naar de woning van [persoon 1] . Om 17:29 uur ging hij weer rijden. Op de [straat 3] kwam een man naast de auto staan, die contact maakt met [medeverdachte 1] . Kort daarna liep de man weg. Om 21:14 uur parkeerde de Peugeot bij de taxistandplaats van het AMC en bleef daar een tijd wachten, [medeverdachte 1] was de bestuurder. Een man stapte in de auto en stapte na een minuut weer uit. Daarna reed de auto naar KFC. Ook daar stapte een man in de auto, na 1 tot 2 minuten stapte de man weer uit. Op 15 februari 2019 zijn [verdachte] en [medeverdachte 3] samen gezien in de Peugeot van [medeverdachte 1] . Het hof overweegt dat voornoemde observaties, waarbij sprake is van kortstondige ontmoetingen met derden, veelal bekende harddrugsgebruikers, en ook verdovende middelen en contant geld wordt aangetroffen, duiden op de handel in verdovende middelen. Dat daarvan sprake is, vindt bevestiging in het navolgende. II.2.2 Deallijnen Uit de verklaringen van de getuigen [getuige 2] en [getuige 1] , beide harddrugsgebruiker, blijkt dat de telefoonnummers [telefoonnummer 1] (hierna: # [telefoonnummer 1] ) en [telefoonnummer 2] (hierna: # [telefoonnummer 2] ) werden gebruikt als dealerlijnen. Op beide nummers zijn technische acties aangesloten. Het hof leidt uit de tapgesprekken af dat er korte gesprekken werden gevoerd, waarin bestellingen werden opgenomen en afspraken werden gemaakt voor de overdracht. In de gesprekken werden door de beller en de gebelde termen gebruikt als 'boven', ‘beneden’, ‘bolletjes', ‘sannie’, ‘bruin’, ‘wit’, ‘donnies’ en 'affoes’ om zaken aan te duiden; allemaal versluierd taalgebruik duidend op de handel in verdovende middelen. Ook werd gesproken over het koken en bereiden van drugs. De inhoud van deze gesprekken vindt onder meer bevestiging in de op 23 mei en 6 juni 2019 bij de politie afgelegde verklaringen van harddrugsgebruiker [getuige 3] , die blijkens de tap dealerlijn # [telefoonnummer 1] belde. [getuige 3] bevestigde bij de politie dat met ‘beneden’ en 'bruin' heroïne werd bedoeld en dat met ‘boven’ en ‘wit' cocaïne werd bedoeld. Ook heeft zij verklaard dat zij gedurende ongeveer een halfjaar, tot 21 mei 2019, twee tot drie keer per week, soms iedere dag, op verzoek heroïne heeft verpakt en cocaïne heeft bereid. [getuige 3] woonde aan de [adres 2] en had een relatie met de hierboven genoemde [getuige 2] . Uit de opgevraagde historische gegevens van het nummer # [telefoonnummer 2] is gebleken dat dit nummer contact heeft gehad met vijf telefoonnummers die eerder (tussen 29 november 2018 en 1 februari 2019) ook contact hadden met # [telefoonnummer 1] . De nummers hadden tot begin februari 2019 contact met # [telefoonnummer 1] en daarna met # [telefoonnummer 2] . Uit de gesprekken op de lijn # [telefoonnummer 1] bleek dat het meermalen voorkwam dat de gebruiker van # [telefoonnummer 1] aangaf terug te zullen bellen, maar dat een dergelijk gesprek vervolgens niet werd gehoord. De hierbij passende contactmomenten waren wel te zien in de historische printgegevens van # [telefoonnummer 2] , zodat kan worden aangenomen dat beide nummers door dezelfde persoon of groep werden gebruikt. Op basis van de getuigenverklaringen en de afgeluisterde tapgesprekken kan worden vastgesteld dat de nummers # [telefoonnummer 1] en # [telefoonnummer 2] werden gebruikt voor de handel in verdovende middelen. Ook kan worden vastgesteld dat beide telefoons incidenteel werden gebruikt voor één en dezelfde deal. II.2.3 Verdachten zijn in verband te brengen met het gebruik van de dealertelefoons # [telefoonnummer 1] en # [telefoonnummer 2] Op verschillende momenten is de politie voor observatie naar de locatie gegaan die in een afgeluisterd gesprek werd afgesproken voor de vermoede levering van drugs, om te kunnen vaststellen wie daar zou(den) verschijnen, of werd een observatie bevestigd door opgenomen telefoongegevens. Observaties in samenhang met tap op dealertelefoon # [telefoonnummer 1] Op 30 januari 2019 vraagt [getuige 3] aan de gebruiker van # [telefoonnummer 1] of diegene kan zorgen dat 'hij' (dus niet de gebruiker van # [telefoonnummer 1] , maar iemand waar deze gebruiker kennelijk mee in contact staat) om 16:15 uur bij haar is. Om 16:28 uur belt ze weer met # [telefoonnummer 1] , met de vraag waar hij is. Om 16:28 uur wordt gezien dat [medeverdachte 1] de woning van [getuige 3] in gaat. Op 20 februari 2019 wordt # [telefoonnummer 1] tussen 12:08 en 13:44 uur meermalen gebeld door het nummer [telefoonnummer 3] . Er wordt een afspraak gemaakt bij de dierenkliniek en er wordt gesproken over 20 wit en 20 bruin, en affoe. De politie ziet dat om 13:48 uur een Peugeot 307 ( [kenteken 1] , op naam van [medeverdachte 1] ) parkeert op de Isolatorweg, waar een dierenkliniek is gevestigd. De inzittenden van het voertuig zijn [medeverdachte 3] (bestuurder) en [medeverdachte 2] . Een fietser en een persoon op een scootmobiel gaan naar de auto, waar een overdracht plaatsvindt. De auto rijdt verder en stopt op een gegeven moment, waarna een persoon instapt. Deze persoon wordt herkend als [persoon 2] . Het voertuig rijdt een rondje, waarna [persoon 2] weer uitstapt. [persoon 2] staat in de politiesystemen geregistreerd als harddrugsgebruiker. Op 22 februari 2019 om 15:15 uur is gezien dat de hiervoor genoemde Peugeot met drie inzittenden vanuit de [straat 1] naar de dierenkliniek op de Isolatorweg rijdt. Twee vermoedelijke drugsgebruikers lopen naar de auto. De auto is kort daarna, om 15:33 uur, gecontroleerd. De bestuurder blijkt [medeverdachte 3] te zijn, de passagiers zijn [verdachte] en [medeverdachte 2] . Bij [medeverdachte 3] worden twee telefoons aangetroffen. Eén van deze telefoons gaat tijdens de staandehouding over. Uit de tap op # [telefoonnummer 1] blijkt dat er die dag om 15:40 uur naar dat nummer is gebeld. Het nummer peilt dan uit op de Spaarndammerdijk, de straat waar ook de staandehouding plaatsvond. Het nummer peilde om 15:15 uur uit in de directe omgeving van de [straat 1] . Observatie in samenhang met tap op dealertelefoon # [telefoonnummer 2] Op 5 maart 2019 om 11:17 uur belt [nummer] ( [persoon 3] , van de [adres 3] ) naar # [telefoonnummer 2] en vraagt of diegene tijd heeft. De gebruiker van # [telefoonnummer 2] zegt over 10 tot 15 minuten bij hem te zijn. Op de [adres 3] staat [persoon 3] ingeschreven, hij heeft de classificatie harddrugsgebruiker. Om 11:31 uur belt [persoon 3] weer en vraagt of # [telefoonnummer 2] nog komt. Diegene zegt er binnen 6 tot 7 minuten te zijn. Om 11:51 uur komt [medeverdachte 1] aan in een op zijn naam staande Opel Corsa (kenteken [kenteken 2] ). [medeverdachte 1] stapt uit en maakt contact met [persoon 3] en een onbekende man. Ze lopen samen naar een hoekje, staan dicht bij elkaar en lijken iets over te dragen. Kort daarna rijdt [medeverdachte 1] weer weg. Gebruiker nummers # [telefoonnummer 1] en # [telefoonnummer 2] Over het algemeen werd, op een enkele keer na, in zowel gesprekken gevoerd met of naar het nummer # [telefoonnummer 1] als met of naar het nummer # [telefoonnummer 2] één en dezelfde stem gehoord als stem van de gebruiker van die nummers. Op 19 maart 2019 is een tap aangesloten op het telefoonnummer [telefoonnummer 4] (hierna: # [telefoonnummer 4] ). Het is op basis van observatie aannemelijk geworden dat [medeverdachte 2] de gebruiker van dit nummer was. De stem van de gebruiker van de nummers # [telefoonnummer 1] en # [telefoonnummer 2] kwam overeen met de stem van de gebruiker van het nummer # [telefoonnummer 4] . Gelet hierop gaat het hof er van uit dat [medeverdachte 2] de gebruiker was van de dealernummers # [telefoonnummer 1] en # [telefoonnummer 2] . De observaties in combinatie met de afgeluisterde gesprekken bevestigen dat # [telefoonnummer 1] en # [telefoonnummer 2] dealerlijnen betreffen. Tevens is op basis van de observaties en afgeluisterde (OVC-)gesprekken duidelijk dat alle vier de verdachten in verband kunnen worden gebracht met het exploiteren van deze dealerlijnen. II.2.4 OVC-gesprekken Op 14 april 2019 is een Opel Corsa met kenteken [kenteken 3] (hierna: de Opel Corsa) op naam van [medeverdachte 3] gezet. Dit voertuig is door de politie voorzien van afluisterapparatuur. Het hof geeft hieronder enkele relevante OVC-gesprekken zakelijk weer. Op 25 april 2019 om 21:32 uur zitten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] in de auto. Zij spreken over affoes, donnies, barkies, gram en lotto. [medeverdachte 3] zegt dat de uitkering (het hof begrijpt: de uitkering van derden, harddrugsgebruikers) vandaag moet komen, dat hij die donnies wil afmaken. [verdachte] vraagt hoeveel ze hebben gepakt de man en hoeveel gram er ‘in totaal over’ is. Hij zegt tegen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] dat ze ook moeten uitrekenen, dat je leeg raakt in de avond en ‘wat heb je aan die lotto gram'. [medeverdachte 2] zegt ‘Morgen hebben ze een uitkering. [persoon 4] , [persoon 5] , [persoon 6] ’, waarop [verdachte] reageert ‘ik zeg afmaken’ en [medeverdachte 3] ‘Ja toch, zo bedoel ik het’. [verdachte] zegt dat hij nog 35 heeft liggen en vraagt of ze wel van die nieuwe hebben gepakt. [verdachte] zegt ook dat er dus uiteindelijk gewoon 75 gram is gepusht, waarop [medeverdachte 3] reageert met 65 en [medeverdachte 2] met 70 gram. Ze geven daarop alle drie aan dat dat lekker of heerlijk is en [medeverdachte 2] voegt daaraan toe dat het toch 16, 17 barkie per dag is. Volgens [medeverdachte 3] hebben ze kankerveel opgehaald en moeten er nieuwe balletjes worden gemaakt voor [persoon 7] . Op 26 april 2019 om 02:34 uur zitten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en twee onbekende personen (NN1 en 2) in de auto. [medeverdachte 2] zegt dat een donnie bruin 160 euro is en dat hij genoeg bruin in Noord heeft, hij koopt 50 of 100 euro in. Hij spreekt over ‘affoetjes’ en ‘donnietjes’ en zegt dat hij alles heeft gewogen. NN zegt dat [medeverdachte 2] zijn vaste dealer is, dat hij minimaal ‘douza’ of 1500 euro bij hem inkoopt. [medeverdachte 2] beaamt dat NN vaker bij hem koopt. Vervolgens wordt [medeverdachte 2] gebeld en wordt een afspraak gemaakt om over 20 minuten bij de beller zijn. Een paar minuten later gaat de deur van de auto open, een NN-persoon vraagt 'hoeveel voor 150’. [medeverdachte 2] zegt dat hij gisteren heeft gekookt, in totaal 45 gram, maar dat hij veel bruin heeft verkocht die dag en eigenlijk weer moet gaan koken. Op 27 april 2019 om 00:28 uur zitten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] in de auto. [medeverdachte 2] zegt dat iets moet worden gegeven aan [getuige 3] , dat het gelijk moet worden opgehaald en – op instructie van [medeverdachte 3] – dat degene haar ook moet laten roken en moet vragen hoe die sannie is. Dan stapt [verdachte] in. [medeverdachte 3] bespreekt met hem voor hoeveel er moet worden gepakt: ‘ik zei vorige keer toch al 31, we pakken hem op 30’, waarop [verdachte] reageert met ‘Ja toch’ en [medeverdachte 3] aangeeft dat als je de getallen niet lager noemt, mannen nooit lager gaan. [medeverdachte 3] zegt ook dat als je 32 zegt, die man op 32 gaat blijven, waarop [verdachte] het getal 31 noemt en [medeverdachte 2] het getal 30. [medeverdachte 3] geeft aan dat hij gaat kopen bij die man als ‘ie leipe sannie heeft’. [verdachte] zegt dat hij hoopt dat ‘hij’ die oude weer heeft, die door een zekere [persoon 8] als ‘dynamite’ is aangemerkt. [medeverdachte 3] zegt dat hij daar ‘gewoon halve ki’ moet halen. Even later zegt hij dat hij morgen die gast gaat betalen. [verdachte] antwoordt 'geen stress we betalen morgen’. [medeverdachte 3] zegt dat ze 28 gaan geven voor een halve kilo. Op 28 april 2019 om 18.21 uur zitten [medeverdachte 3] , [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de auto, waarbij op de achtergrond een NN-persoon hoorbaar is. [medeverdachte 3] vraagt of [persoon 9] een Donnie heeft gehaald, waarop [medeverdachte 2] reageert met ‘halve gram lala en vier donnie weetie’. [verdachte] vraagt aan de NN-persoon wat hij heeft, waarop deze zegt dat hij 9 donnies nodig heeft en bevestigend antwoordt op de vraag van [verdachte] ‘aan Sannie ?’. [verdachte] vraagt waar [persoon 10] is en zegt dat ‘hij’ ( [persoon 10] of een andere derde) eigenlijk 20 grannies heeft, dat hij gewoon 6 barkies moet aflossen. Hij vraagt [medeverdachte 2] of deze derde nog sannie heeft van die andere sannie en ook dat hij ( [verdachte] ) zelf verpakt heeft. [verdachte] zegt verder tegen [medeverdachte 2] dat het “ [bijnaam 3] ” zijn lijn is en dat [medeverdachte 2] wordt gebeld, maar moet afleveren. [verdachte] zegt dat de klanten denken dat de persoon die de telefoon opneemt de baas is, dat ze weten dat hij de telefoon heeft gegeven aan iemand die hij gewoon vertrouwt. [verdachte] zegt ook dat hij die chouwa gram gekookt heeft en verpakt, dat hij 5 gram aan de boys gaat geven. Hij rekent uit wat de winst is en vraagt of [medeverdachte 1] ‘broer’ gaat afbetalen, hetgeen [medeverdachte 1] bevestigt. Op 1 mei 2019 om 12.53 zit [medeverdachte 3] alleen in de auto. Om 13.06 uur heeft [medeverdachte 3] een telefoongesprek, waarin hij zegt: “Ik heb geen sans (Fon), kom eerst. (ntv). ja man. Vier donnies. Nee, hij heeft wel vier donnies en heeft betaald zeker. Ja. Ja. Ja. Nu vijfenvijftig
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.