afdeling strafrecht parketnummer: 23-002296-23 datum uitspraak: 18 december 2025 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 25 juli 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-291184-21 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteland] ( [geboorteplaats] ) op [geboortedag] 1981, verblijfadres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 december 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van wat de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis van de politierechter en zal dit daarom bevestigen, behalve ten aanzien van de strafoplegging en de beslissing op de vordering van de benadeelde partij. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaar. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling door het slachtoffer op zijn keel te slaan, terwijl hij een mes in zijn hand had. Het slachtoffer is ook daadwerkelijk door het mes geraakt en heeft daarbij een snijwond in zijn hals opgelopen die gehecht moest worden. De politierechter heeft op de zitting van 10 november 2022, bijna tweeënhalf jaar na het incident, waargenomen dat het slachtoffer een litteken op zijn adamsappel had. De verdachte heeft door zijn handelen de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ernstig aangetast. Gelet op de plek waar de verdachte het slachtoffer heeft geraakt, had zijn handelen nog veel ernstigere gevolgen kunnen hebben. Het hof heeft ook kennisgenomen van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep toegelicht dat hij momenteel in het kader van een voorwaardelijke invrijheidsstelling (VI) op vrije voeten is en dat het goed met hem gaat. Hij heeft een baan, is met schuldhulpverlening op weg om zijn schulden af te betalen en heeft hulp bij het vinden van een woning. Daarnaast is de verdachte niet opnieuw met politie en justitie in aanraking gekomen. Hoewel de ernst van het feit in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt, ziet het hof in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om een volledig voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, zoals ook geëist door de advocaat-generaal. Om de ernst van de feiten te benadrukken zal het hof wel een hogere straf opleggen dan de politierechter heeft gedaan, maar geheel voorwaardelijk. Dit zodat de positieve ontwikkelingen in het leven van de verdachte niet zullen worden doorkruist door een nieuwe detentie. Het hof acht, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 63 en 302 van het Wetboek van Strafrecht. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding, bestaande uit € 2.000,00 aan immateriële schade. De vordering is door de politierechter toegewezen tot een bedrag van € 500,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.