afdeling strafrecht parketnummer: 23-000999-25 datum uitspraak: 19 december 2025 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 11 april 2025 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-072149-24 en 13-000884-25 en 13-332466-23 en 13-380233-24 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 december 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit om die reden bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging ten aanzien van 13-072149-24, 13-000884-25 feit 2, feit 3, 13-332466-23 en 13-380233-24 – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof: - de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen, na het eventueel instellen van beroep in cassatie, zal uitwerken in de op te maken aanvulling op dit arrest. Oplegging van straffen De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 13-072149-24, 13-000884-25 feit 2, feit 3, 13-332466-23 en 13-380233-24 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen waarvan 58 dagen voorwaardelijk met aftrek van voorarrest, met bijzondere voorwaarden en met een proeftijd van twee jaren, en tot een taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis. In de zaak met parketnummer 13-000884-25 heeft de politierechter de verdachte voor feit 1 subsidiair veroordeeld tot een geldboete van € 500,00 en een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van drie maanden, De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen en maatregel als door de politierechter in eerste aanleg opgelegd. De raadsman heeft het hof ter terechtzitting in hoger beroep verzocht om geen voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De raadsman heeft het hof verzocht te kijken naar andere strafmodaliteiten. Mocht het hof een stok achter de deur aangewezen achten, dan zou dat kunnen door bijvoorbeeld een hogere (deels voorwaardelijke) taakstraf op te leggen. Oordeel van het hof Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van lachgas. Daarnaast heeft de verdachte gereden onder invloed van lachgas, waarmee hij zichzelf en andere weggebruikers heeft blootgesteld aan gevaar. Het hof rekent de verdachte dit aan. Uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van de verdachte van 20 november 2025 blijkt dat hij eerder onherroepelijk veroordeeld is voor artikel 9 van de Wegenverkeerswet 1994 en de Opiumwet. Het hof weegt dat in strafverzwarende zin mee bij de strafoplegging. In het voordeel van de verdachte heeft het hof rekening gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden. De verdachte stond ten tijde van de tenlastegelegde feiten onder druk mede doordat hij op jonge leeftijd als acteur in de spotlights is komen te staan. De verdachte is vanwege de media aandacht in eerste aanleg niet op de zitting verschenen, maar bij de behandeling van het hoger beroep wel. Ter zitting in hoger beroep heeft de verdachte verantwoordelijkheid voor zijn handelen genomen en heeft hij verklaard over zijn lachgasverslaving. In de ten laste gelegde periode is hij ‘gecancelled’, kwam er veel op hem af en is hij lachgas gaan gebruiken om negatieve gevoelens te dempen. Hier heeft de verdachte nu spijt van en hij is gestopt met het gebruiken van lachgas. De verdachte erkent dat hij behandeling en begeleiding nodig heeft en heeft verklaard zich te zullen houden aan alle door de reclassering geadviseerde voorwaarden. In de omschreven persoonlijke omstandigheden van de verdachte ziet het hof aanleiding om – anders dan de politierechter en de advocaat-generaal– te volstaan met een gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het voorarrest. Om de ernst van de feiten tot uitdrukking te brengen en als stok achter de deur om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen, zal het hof daarnaast een forse taakstraf in combinatie met een deels voorwaardelijke taakstraf van na te melden duur opleggen. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22b, 22c, 22d, 23, 24, 24c, 36b, 36c, 57 en 62 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 8, 176, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.