GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team 1 zaaknummer : 200.361.519/01 zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/776232 / KG ZA 25-788 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige burgerlijke kamer van 15 december 2025 inzake [appellant] , gevestigd te [plaats] , appellante, advocaat: mr. A. de Wijs te Amsterdam, tegen [geïntimeerde 1] , gevestigd te [plaats] , advocaat: mr. M.H.J. van Rest te Amsterdam, [geïntimeerde 2] , gevestigd te [plaats] , advocaat: mr. M.H.J. van Rest te Amsterdam, [geïntimeerde 3] , gevestigd te [plaats] , advocaat: mr. M.N. van Dam te Amsterdam, geïntimeerden. Appellante wordt hierna [appellant] genoemd. Geïntimeerden worden gezamenlijk als geïntimeerden aangeduid en afzonderlijk worden zij [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] genoemd. Tegenwoordig zijn: mr. M.C. Bosch - voorzitter mr. J.W.M. Tromp - raadsheer mr. L. Alwin - raadsheer T.P.A. van der Zande - griffier Verschenen zijn: aan de zijde van appellante: - mr. De Wijs voornoemd, en mrs. P.J.S. de Jong-van den Bogaard en A.A.H.J. Huizing, advocaten te Amsterdam, aan de zijde van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] : - mr. Van Rest voornoemd, en mr. K.F. Liew, advocaat te Amsterdam, aan de zijde van [geïntimeerde 3] : - mr. Van Dam voornoemd, en mrs. I.H. Top en P. Boonstra, advocaten te Amsterdam. Het geding in hoger beroep Bij vonnis van 27 oktober 2025 (hierna: het bestreden vonnis), onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen [appellant] als eiseres en geïntimeerden als gedaagden, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam de vorderingen van [appellant] afgewezen en haar in de proceskosten veroordeeld. [appellant] is bij appeldagvaarding van 17 november 2025 in hoger beroep gekomen tegen het bestreden vonnis. De appeldagvaarding, met producties, bevat de grieven tegen het bestreden vonnis. Daarna zijn de volgende processtukken ingediend: memorie van antwoord, met producties, zijdens [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 1] , memorie van antwoord zijdens [geïntimeerde 3] , akte vermeerdering van eis en overleggen producties zijdens [appellant] . Tijdens de mondelinge behandeling op 15 december 2025 hebben de advocaten het woord gevoerd, allen aan de hand van spreekaantekeningen die zijn overgelegd aan het hof. Zij hebben hun standpunten toegelicht en vragen van het hof beantwoord. Het door geïntimeerden opgeworpen bezwaar tegen eiswijziging en producties van [appellant] is afgewezen. Na een schorsing en hervatting van de zitting heeft het hof mondeling uitspraak gedaan, die in dit proces-verbaal schriftelijk wordt weergeven. Beoordeling Het hof gaat uit van de door de voorzieningenrechter vastgestelde feiten en neemt deze over, met uitzondering van de laatste zin van het 3e punt van r.o. 2.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.