afdeling strafrecht parketnummer: 23-002972-24 datum uitspraak: 20 oktober 2025 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 december 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-319714-23 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1970, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 oktober 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: zij op of omstreeks 1 december 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan haar levensgezel, [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, eenmaal of meermalen met een honkbalknuppel, althans een hard voorwerp, tegen/op het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair:zij op of omstreeks 1 december 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, aan haar levensgezel, [slachtoffer] , heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer] , eenmaal of meermalen met een honkbalknuppel, althans een hard voorwerp, tegen/op het hoofd en/of het lichaam te slaan. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter. Vrijspraak Poging zware mishandeling Met de advocaat-generaal en de raadsvrouw is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte de aangever met een knuppel op het hoofd heeft geslagen, zodat de verdachte van het primair tenlastegelegde wordt vrijgesproken. Mishandeling De advocaat-generaal heeft de bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde feit gevorderd. De verdachte komt geen beroep op noodweer toe, omdat onvoldoende kan worden vastgesteld wat er precies is voorgevallen zodat niet aannemelijk is dat er sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding. Subsidiair, voor het geval het hof van oordeel is dat de verdachte door het slachtoffer is vastgepakt, heeft de advocaat-generaal betoogd dat ten tijde van het slaan met de honkbalknuppel geen sprake meer was van een ogenblikkelijke aanranding van het lijf van de verdachte. Meer subsidiair heeft de advocaat-generaal betoogd dat de verdachte had kunnen weglopen van de situatie, zodat het door de verdachte aangewende geweld niet noodzakelijk was. De raadsvrouw heeft – aan de hand van een door haar overgelegde en aan het dossier toegevoegde pleitnotitie – primair aangevoerd dat de verdachte van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit moet worden vrijgesproken omdat haar een succesvol beroep op noodweer toekomt. Subsidiair heeft zij betoogd dat sprake is van (tardief) noodweerexces. Het hof overweegt als volgt. De verdachte heeft bekend de aangever opzettelijk tegen zijn arm en been te hebben geslagen met een honkbalknuppel. Dat levert in beginsel mishandeling op. Wanneer een beroep op noodweer wordt gehonoreerd, moet de verdachte echter worden vrijgesproken. Van noodweer kan alleen sprake zijn wanneer de verdachte zich heeft verdedigd tegen een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van lijf, eerbaarheid of goed en die verdediging noodzakelijk en geboden was. De verklaringen van de verdachte en de aangever over wat er precies is gebeurd lopen sterk uiteen. De aangever stelt dat de verdachte hem na een discussie van [persoon] heel hard met een honkbalknuppel op zijn achterhoofd heeft geslagen toen hij naar de douche liep. Vervolgens zou hij de slaapkamer in zijn gerend en daar nog een paar keer zijn geslagen door de verdachte. Volgens de verdachte ontstond er in de slaapkamer onenigheid tussen haar en de aangever. Op enig moment heeft zij een klap in het gezicht gekregen en werd zij bij de keel gegrepen door de aangever, die op dat moment achter haar zat op het bed, waardoor zij niet kon ademhalen. De verdachte heeft van het bed kunnen komen en een honkbalknuppel weten te pakken – die daar lag vanwege een eerdere inbraak – waarmee zij de aangever tegen zijn arm en been heeft geslagen, zo heeft zij verklaard. Ook volgens de getuige [getuige] , de zoon van de verdachte, speelde de ruzie zich af in de slaapkamer waar de verdachte en de aangever waren. [getuige] verklaarde verder dat hij op enig moment geluid hoorde waaruit hij afleidde dat de verdachte en de aangever opstonden uit bed, dat hij zijn moeder vanuit haar slaapkamer hoorde roepen “laat me los”, en dat hij ging kijken omdat hij dacht dat het foute boel was. Vervolgens zag hij dat zijn moeder een knuppel in haar handen had toen hij de slaapkamer binnenkwam. De verklaring van de verdachte vindt – in tegenstelling tot de verklaring van de aangever – dus op belangrijke punten steun in de verklaring van de getuige. Daar komt bij dat de verklaring van de aangever dat hij met een knuppel zeer hard op zijn achterhoofd is geslagen ook verder onvoldoende steun vindt in het dossier, waaronder het bij hem geconstateerde letsel (reden waarom de verdachte is vrijgesproken van het primair tenlastegelegde). Gelet hierop, en omdat het hof ook overigens geen redenen ziet om te twijfelen aan de hiervoor weergegeven verklaringen van de verdachte, gaat het hof uit van de lezing van de verdachte en acht het hof het voldoende aannemelijk dat sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding doordat de aangever haar heeft geslagen en bij de keel heeft gepakt. Het hof acht het voorts aannemelijk dat die (dreigende) aanranding voortduurde nadat de verdachte zich – in meer of mindere mate – had weten los te rukken, van het bed is gegaan en de knuppel heeft weten te pakken die naast het bed lag. Immers, de verdachte heeft verklaard dat de aangever op dat moment achter haar aankwam – hetgeen in een logische verlengde ligt van het eerdere geweld waarvan aannemelijk is dat hij dit heeft uitgeoefend – , terwijl de deur van de (zeer kleine) slaapkamer dicht was. In het voorgaande ligt naar het oordeel van het hof tevens besloten dat de verdachte geen reële en redelijke mogelijkheid had om zich aan de voortdurende (dreigende) aanranding te onttrekken. Door onder die omstandigheden met een honkbalknuppel te slaan tegen de arm en het been van de aangever heeft de verdachte bovendien de grenzen van de proportionaliteit niet overschreden. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de in dat kader toepasselijke maatstaf tot terughoudendheid noopt, zoals uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad volgt. Het beroep op noodweer slaagt daarom. Gelet op het voorgaande kan niet wettig en overtuigend bewezen worden geacht dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 6.358,76. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 858,76. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen. De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het primair en subsidiair tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen, mr. T. de Bont en mr. B. de Wilde, in tegenwoordigheid van mr. L.P. van Kessel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 oktober 2025. mr. B. de Wilde en mr. L.P. van Kessel zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen ========================================================================= […]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.