Afdeling strafrecht Parketnummer: 23-002115-24 (ontneming) Datum uitspraak: 16 oktober 2025 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 9 september 2024 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met parketnummer 15-303862-23 tegen de betrokkene: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] , adres: [adres] , thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieadres] . Procesgang Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg schriftelijk gevorderd dat het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) wordt geschat, wordt vastgesteld op € 81.870,88 en aan de betrokkene de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag. Op de terechtzitting van 26 augustus 2024 heeft de officier van justitie dit bedrag bijgesteld tot € 45.147,38, doch alleen indien de vordering van de benadeelde partij in de onderliggende strafzaak zou worden toegewezen, anders wordt het oorspronkelijke bedrag gehandhaafd. De rechtbank heeft betrokkene bij vonnis van 9 september 2024 in de onderliggende strafzaak veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, voor onder meer oplichting, het verwerven en voorhanden hebben van technische hulpmiddelen met als doel het plegen van computervredebreuk, en computervredebreuk. De rechtbank heeft bij vonnis van 9 september 2024 in de ontnemingszaak het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 56.343,06 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag. Namens de betrokkene is tegen beide vonnissen hoger beroep ingesteld. Bij arrest van 16 oktober 2025 (parketnummer 23-002114-24) heeft ook het hof de betrokkene in de strafzaak veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren voor onder meer oplichting, het verwerven en voorhanden hebben van technische hulpmiddelen met als doel het plegen van computervredebreuk, en computervredebreuk. De pleegperiode van die laatste twee bewezen verklaarde feiten beslaat de periode van 1 maart 2023 tot en met 6 januari
- Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 oktober 2025 en het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de betrokkene en zijn raadsman naar voren hebben gebracht. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een iets ander bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel komt dan de rechtbank. Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel Standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op - zo begrijpt het hof - € 56.723,
- Dit bedrag bestaat uit de schadebedragen die volgen uit de aangifte van International Card Services B.V. (ICS), waarin twintig slachtoffers zijn opgenomen (in totaal € 36.810,70) en schadebedragen die ICS heeft genoemd in een bij de aangifte gevoegde lijst van gedupeerden, waarvan een aantal personen voorkomen in de telefoon van de betrokkene (in totaal € 19.912,36). Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Oordeel van het hof De verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden opgelegd aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit en door dat feit of uit de baten daarvan voordeel heeft verkregen (artikel 36e, tweede lid, Sr). Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat de betrokkene voordeel heeft verkregen uit de eerdergenoemde strafbare feiten, waarvoor de betrokkene bij arrest van dit hof op 16 oktober 2025 is veroordeeld. Dit blijkt uit de volgende feiten en omstandigheden. De betrokkene heeft door middel van phishing (persoons)gegevens van klanten van ICS ontvangen en gebruikt om betalingen te doen. Hij is wederrechtelijk binnengedrongen in het systeem van ICS. De verklaring van de betrokkene dat ook anderen van die gegevens gebruik hebben gemaakt, acht het hof ongeloofwaardig. Daartoe verwijst het hof naar zijn overwegingen in het arrest in de strafzaak over de rol van de verdachte/betrokkene bij de onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde feiten. Voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft het hof de aangifte van ICS als uitgangspunt genomen. Het hof heeft de in deze aangifte opgenomen klanten van ICS vervolgens vergeleken met de in de telefoons van de betrokkene aangetroffen gegevens. Dit heeft geleid tot de volgende lijst van klanten van ICS die het slachtoffer zijn geworden van de phishing door de betrokkene. [persoon 1] € 2.000,00 [persoon 2] € 1.698,00 [persoon 3] € 1.900,00 [persoon 4] € 2.250,00 [persoon 5] € 5.007,40 [persoon 6] € 2.100,00 [persoon 7] € 2.408,75 [persoon 8] € 1.549,98 [persoon 9] € 1.036,99 [persoon 10] € 1.202,95 [persoon 11] € 881,96 € 135,73 € 79,98 [persoon 12] € 1.531,30 € 349,00 [persoon 13] € 1.650,00 [persoon 14] € 905,60 € 1.300,00 [persoon 15] € 2.416,97 [persoon 16] € 1.789,00 [persoon 17] € 800,00 [persoon 18] € 567,16 € 425,00 € 100,00 [persoon 19] € 1.649,97 € 99,99 € 719,97 [persoon 20] € 604,00 Totaal € 37.159,70 ICS heeft daarnaast bij haar aangifte een lijst gevoegd met andere klanten van ICS die op dezelfde wijze slachtoffer zijn geworden van phishing. Het hof heeft ook deze klanten vergeleken met de in de telefoons van de betrokkene aangetroffen gegevens. Dit heeft geleid tot de volgende lijst van klanten van ICS die het slachtoffer zijn geworden van de phishing door de betrokkene. [persoon 21] € 339,95 [persoon 22] € 568,99 [persoon 23] € 583,99 [persoon 24] € 179,98 € 768,50 € 135,97 [persoon 25] € 0,10 € 0,10 € 539,90 € 32,96 € 17,48 [persoon 26] € 1.892,99 € 539,00 [persoon 27] € 96,99 € 177,13 [persoon 28] € 20,99 [persoon 29] € 1.399,00 € 52,00 € 11,00 [persoon 30] € 1.879,00 € 38,78 € 47,04 [persoon 31] € 533,00 [persoon 32] € 539,80 € 317,00 [persoon 33] € 2.356,94 [persoon 34] € 841,56 [persoon 35] € 106,17 [persoon 36] € 1.898,00 [persoon 37] € 960,00 [persoon 38] € 159,00 [persoon 39] € 1.400,00 [persoon 40] € 485,28 [persoon 41] € 993,77 Totaal € 19.912,36 Niet is gebleken dat de betrokkene kosten heeft gemaakt voor het plegen van de strafbare feiten. Het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel bedraagt: € 37.159,70 + € 19.912,36 = (afgerond) € 57.072,
- Verplichting tot betaling aan de Staat De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de betalingsverplichting. Ook overigens is het hof niet gebleken van enige grond tot matiging van de betalingsverplichting. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat aan de betrokkene, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, de verplichting dient te worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 57.072,
- Toepasselijk wettelijk voorschrift De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 57.072,00 (zevenenvijftigduizend tweeënzeventig euro). Legt de betrokkene de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 57.072,00 (zevenenvijftigduizend tweeënzeventig euro). Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 1.080 dagen. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C. Beuze, mr. A.P.M. van Rijn en mr. M. Senden, in tegenwoordigheid van mr. G.G. Gielen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 oktober
- Mr. Beuze en mr. Gielen zijn niet in de gelegenheid dit arrest te ondertekenen. De advocaat-generaal heeft in haar requisitoir concluderend een bedrag van (€ 36.722,70 + € 19.912,36 =) € 56.635,06 genoemd, maar eerstgenoemd bedrag diende € 36.810,70 en niet € 36.722,70 te zijn, zoals de advocaat-generaal zelf in haar requisitoir heeft opgemerkt; € 36.810,70 + € 19.912,36 = € 56.723,
- Arrest van dit hof van 16 oktober 2025 in de strafzaak tegen de betrokkene (parketnummer 23-002114-24), onder ‘Beoordeling van het bewijs’, meer in het bijzonder ‘Rol van de verdachte’. Een proces-verbaal aangifte van [naam ] van 2 april 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s 44-45), inclusief de aangifte (doorgenummerde pagina’s 47-128). Een proces-verbaal van bevindingen van 28 maart 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina 265), inclusief de bijlage (doorgenummerde pagina’s 266-271). Een proces-verbaal aangifte van [naam ] van 2 april 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s 44-45), inclusief de aangifte (doorgenummerde pagina’s 47-73) met bijlage 3 (pagina’s 125-128). Een proces-verbaal van bevindingen van 28 maart 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina 265), inclusief de bijlage (doorgenummerde pagina’s 266-271).