afdeling strafrecht parketnummer: 23-000716-24 datum uitspraak: 9 oktober 2025 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 18 maart 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-271066-23 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 september 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep De verdachte is door politierechter in de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 3 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, dat: 1.hij op of omstreeks 25 september 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, zijn voormalige echtgenote, [benadeelde partij] , heeft mishandeld door die [benadeelde partij] - te duwen en/of - ( tegen de linkerzijde van het lichaam) te schoppen en/of te slaan en/of - over de vloer te slepen en/of - bij de nek en/of het hoofd en/of het gezicht beet te pakken en/of - met het hoofd tegen de muur te slaan en/of - met zijn knie (tegen de rug) te beuken; 2.hij op of omstreeks 25 september 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een ketting, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Bewijsoverweging De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde. De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de verklaring van aangeefster tegenover de ontkennende verklaring van de verdachte staat en de verklaringen van getuige [getuige] tegenstrijdigheden bevatten in vergelijking met andere bewijsmiddelen en dat de getuige mogelijk beïnvloed is geweest door de aangeefster. Het hof overweegt in dit verband dat [getuige] bij de politie heeft verklaard dat hij zag dat een man aangeefster aan het slaan was en uithaalde in de richting van het gezicht van aangeefster. Hij zag dat aangeefster striemen in haar nek had. Hij zag ook dat aangeefster een ketting omhad en dat de man de ketting van haar nek rukte. Bij de raadsheer-commissaris verklaarde [getuige] dat hij zag dat de man aangeefster aanviel en dat zij schrammen in haar gezicht en in haar hals had. Ook bevestigde getuige [getuige] bij de raadsheer-commissaris dat de ketting van de hals van aangeefster werd getrokken. Daarnaast heeft [getuige] printscreens van Whatsappgesprekken bij de raadsheer-commissaris laten zien (de print screens zijn door de raadsheer-commissaris aan het proces-verbaal gehecht) waaruit blijkt dat hij de avond van 25 september 2022 aan vrienden berichten stuurde over de gebeurtenissen, waaronder “1 vrouw met allemaal schrammen”, “hij was haar fysiek aan het aanvallen”, “en sloeg haar in haar gezicht waar ik bij was”. Getuige [getuige] heeft bij de raadsheer-commissaris verklaard dat hij de man en aangeefster eerder had gezien, en ook na het incident nog heeft gezien, maar dat hij nooit contact met aangeefster heeft gehad. Anders dan de verdediging ziet het hof geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [getuige] . Zijn verklaringen zijn gedetailleerd en consistent en komen authentiek op het hof over. Ook overigens vindt de suggestie van de raadsvrouw dat de verklaringen beïnvloed zijn door aangeefster geen steun in het dossier. Het verweer wordt verworpen. Het hof komt daarmee tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1.hij op 25 september 2022 te Amsterdam, zijn voormalige echtgenote, [benadeelde partij] , heeft mishandeld door die [benadeelde partij] - te duwen en - tegen de linkerzijde van het lichaam te slaan en - bij de nek beet te pakken; 2.hij op 25 september 2022 te Amsterdam, opzettelijk en wederrechtelijk een ketting die aan [benadeelde partij] , toebehoorde heeft beschadigd. Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: mishandeling. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Aan het voorwaardelijk strafdeel heeft de politierechter bijzondere voorwaarden gekoppeld. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat dezelfde bijzondere voorwaarden worden gekoppeld aan het voorwaardelijk strafdeel als door de politierechter zijn opgelegd. De raadsvrouw heeft het hof verzocht rekening te houden met het feit dat het incident inmiddels 3 jaar geleden is en in de tussentijd de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zijn veranderd. De verdachte is opnieuw getrouwd en heeft geen contact meer met zijn ex-vrouw. De verdachte richt zich volledig op de zorg van de kinderen. Er zijn allerlei instanties betrokken en daarom zou Reclasseringstoezicht geen toegevoegde waarde hebben. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte is, toen de voordeur van de woning van aangeefster open ging, vanaf het parkeerterrein naar haar woning gerend, heeft zijn voet tussen de deur gezet en heeft zijn voormalige echtgenote mishandeld in haar woning, waar ook hun gezamenlijke zeer jonge kinderen aanwezig waren. Juist in een gezin behoort iedereen zich veilig en geborgen te voelen en behoren kinderen veilig en stabiel te kunnen opgroeien. De verdachte heeft door zijn handelen ernstig afbreuk aan dat uitgangspunt gedaan en heeft daardoor blijk gegeven geen respect te hebben voor haar lichamelijke integriteit. Voor het gezin heeft hij een angstige en verdrietige situatie geschapen. Het hof heeft oog voor de bredere relationele complexiteit tussen de verdachte en het slachtoffer, maar dat kan nooit een rechtvaardiging opleveren voor het handelen van de verdachte. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 12 september 2025 is de verdachte niet eerder strafrechtelijk veroordeeld voor een soortgelijk feit. Dit weegt in het voordeel van de verdachte. Het hof houdt ook in het voordeel van de verdachte rekening met de toepasselijkheid van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof houdt anderzijds rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze door de raadsvrouw en de verdachte ter terechtzitting naar voren zijn gebracht. Als gevolg van het tenlastegelegde is de verdachte zijn baan kwijtgeraakt en leeft hij sindsdien van een bijstandsuitkering. De verdachte is inmiddels hertrouwd en zorgt voor de kinderen. Het contact met het slachtoffer loopt via de hulpverleningsinstanties en sinds het tenlastegelegde zijn er geen nieuwe incidenten geweest. Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke taakstraf van 40 uren, met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden. Gelet op de veranderde persoonlijke omstandigheden acht het hof het op dit moment niet opportuun de bijzondere voorwaarden op te leggen, zoals geadviseerd door de reclassering in het rapport van 29 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.