← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2025:3831

afdeling strafrecht parketnummer: 23-002557-22 datum uitspraak: 22 januari 2025 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 20 juni 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-119459-22 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1999, adres: [adres 1] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 januari

  1. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman en de advocaat van de benadeelde partij naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 13 mei 2022 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een pand gelegen aan de [adres 2] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken. Vrijspraak Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel dat hier sprake is van persoonsverwisseling. De thans in deze zaak terechtstaande verdachte is niet dezelfde persoon als de persoon die op 13 mei 2022 op heterdaad is aangehouden en door de politie is verhoord. Gelet hierop is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.902,38 aan materiële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen. De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.S. Ludwig, mr. M. Iedema en mr. H.A. van Eijk, in tegenwoordigheid van mr. S.L.D. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 januari
  2. Mr. W.S. Ludwig en mr. H.A. van Eijk zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.