afdeling strafrecht parketnummer: 23-003338-22 datum uitspraak: 4 december 2025 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 8 december 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-870478-18 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983, adres: [adres 1] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 oktober en 4 december 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep, en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, is aan de verdachte tenlastegelegd dat: 1.hij in of omstreeks de periode van 9 januari 2014 tot en met 18 juni 2018 te Schiphol en/of te Hoofddorp en/of te Nieuw-Vennep en/of te Badhoevedorp en/of te Zwanenburg en/of te Lijnden, allen gemeente Haarlemmermeer, en/of te Poederoijen, gemeente Zaltbommel, in elk geval in Nederland een of meerdere malen (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk zonder registratie een of meerdere werkzame stoffen, waaronder - boldenonundecylenaat - dromostanolon propionaat - Letrozol - metenolonacetaat - Nandrolon fenylpropionaat - nandrolone decanoate - sildenafil - sildenafilcitraat - somatropine - tadalafil - testosteron - Testosteronenantaat - trenbolone - trenbolone acetaat, heeft ingevoerd en/of binnen het Nederlands grondgebied gebracht; 2.hij in of omstreeks de periode van 9 januari 2014 tot en met 31 januari 2019 te Schiphol en/of te Hoofddorp en/of te Nieuw-Vennep en/of te Badhoevedorp en/of te Zwanenburg en/of te Lijnden, allen gemeente Haarlemmermeer, en/of te Poederoijen, gemeente Zaltbommel, in elk geval in Nederland een of meerdere malen (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk zonder vergunning van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, een of meer andere geneesmiddelen dan geneesmiddelen voor onderzoek, te weten het gehele assortiment van de geneesmiddelen van het merk [bedrijf 1] ( [bedrijf 1] ) en /of [bedrijf 2] ( [bedrijf 2] ) en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] , waaronder - All Blacks Melanotan II 10 mg - Anavar 10 mg - Arimidex 1 mg - [bedrijf 4] Sildenafil - Azitrox 500 mg - Boldenone Undecylenate 200 mg/ml - Clenbuterol 40 mcg - Curam 1 g - dianabol - dostranolone enanthate 200 mg/ml - dromostanolon propionaat - Drostanalone propionate 100 mg/ml - Epherine HCL - Geranamine 30 mg - Hygetropin - Kamagra - Letrozol 2,5 mg (Ferrara) - Long Yi Yao 4 mg - Melanotan II 10 mg - metenolonacetaat - Methandrostenolone 10 mg - Methandrostenolone 15 mg - Methenolone Enanthate 100 mg/ml - Nandrolone decanoate 200 mg/ml - Nandrolon fenylpropionaat - Nolvadex 10 mg - Oxandrolone 15 mg - Oxymetholone 25 mg - Parabolan 75 mg/ml - Pregnyl 5000 IU - Proviron 25 mg - Salbutamol - Sex-stack 190 mg - sildenafil - sildenafilcitraat - somatropine - Stanozolol - Stanozolol depot 50 mg/ml - Sustanon 250 mg/ml - Sustanon 300 mg/ml - tadalafil - Tamoxifen 15 mg - Testex prolongatum 250 mg - Testosterone 250 mg - Testosterone Cyprionate 250 mg/ml - Testosterone enanthate 250 mg/ml - Testosterone heptylate 250 mg - Testosteronenantaat - Testosterone propionate 100 mg/ml - testosterone suspension - Testosterone Suspension 75 mg/ml - Testosterone undeconate 250 mg/ml - Testoviron depot 250 mg - trenbolone acetaat - Trenbolone enanthate 200 mg/ml - Turinabol 10 mg - Ultradrive 320 mg/ml - Winstrol depot - [bedrijf 3] HGH, human growth hormone - [bedrijf 3] T-5 en/of - 3.156,4 gram tabletten oxymetholon - 7.600 gram pillen T-3 - 3.900 gram pillen Albaterd - 7.700 gram pillen T-4 - 3.880 gram tabletten Clenbuterol - 4.300 gram pillen D-Boll - 3.640 gram pillen [bedrijf 1] Clenbuterol - 2.550 gram pillen [bedrijf 1] Aromasin - 3.780 gram pillen WIN - 4.020 gram pillen [bedrijf 1] WIN - 6.950 gram pillen Nolvadex heeft bereid en/of in voorraad gehad; 3.hij in of omstreeks de periode van 15 juni 2018 tot en met 31 januari 2019 te Lijnden, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland een of meerdere malen (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk zonder registratie een of meerdere werkzame stoffen, waaronder - 1.302,2 gram 2, 4-Dinitrofenlo (DNP) - 155,6 gram Methandriol - 354 gram boldenon - 185,4 gram zopiclon - 413,4 gram 4-Methyl-2-hexanamine (geranamine) in voorraad heeft gehad;
- primairhij in of omstreeks de periode van 9 januari 2014 tot en met 18 juni 2018 te Schiphol en/of te Hoofddorp en/of te Nieuw-Vennep en/of te Badhoevedorp en/of te Zwanenburg en/of te Lijnden, allen gemeente Haarlemmermeer, en/of te Poederoijen, gemeente Zaltbommel, in elk geval in Nederland een of meerdere malen (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk geneesmiddelen, te weten het gehele assortiment van de geneesmiddelen van het merk [bedrijf 1] ( [bedrijf 1] ) en /of [bedrijf 2] ( [bedrijf 2] ) en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] , waaronder - All Blacks Melanotan II 10 mg - Anavar 10 mg - Arimidex 1 mg - [bedrijf 4] Sildenafil - Azitrox 500 mg - Boldenone Undecylenate 200 mg/ml - Clenbuterol 40 mcg - Curam 1 g - dianabol - dostranolone enanthate 200 mg/ml - dromostanolon propionaat - Drostanalone propionate 100 mg/ml - Epherine HCL - Geranamine 30 mg - Hygetropin - Kamagra - Letrozol 2,5 mg (Ferrara) - Long Yi Yao 4 mg - Melanotan II 10 mg - metenolonacetaat - Methandrostenolone 10 mg - Methandrostenolone 15 mg - Methenolone Enanthate 100 mg/ml - Nandrolone decanoate 200 mg/ml - Nandrolon fenylpropionaat - Nolvadex 10 mg - Oxandrolone 15 mg - Oxymetholone 25 mg - Parabolan 75 mg/ml - Pregnyl 5000 IU - Proviron 25 mg - Salbutamol - Sex-stack 190 mg - sildenafil - sildenafilcitraat - somatropine - Stanozolol - Stanozolol depot 50 mg/ml - Sustanon 250 mg/ml - Sustanon 300 mg/ml - tadalafil - Tamoxifen 15 mg - Testex prolongatum 250 mg - Testosterone 250 mg - Testosterone Cyprionate 250 mg/ml - Testosterone enanthate 250 mg/ml - Testosterone heptylate 250 mg - Testosteronenantaat - Testosterone propionate 100 mg/ml - testosterone suspension - Testosterone Suspension 75 mg/ml - Testosterone undeconate 250 mg/ml - Testoviron depot 250 mg - trenbolone acetaat - Trenbolone enanthate 200 mg/ml - Turinabol 10 mg - Ultradrive 320 mg/ml - Winstrol depot - [bedrijf 3] HGH, human growth hormone - [bedrijf 3] T-5 in het handelsverkeer heeft gebracht zonder handelsvergunning van de Europese Unie, verleend krachtens verordening 726/2004 dan wel krachtens die verordening juncto verordening 1394/2007, of van het College ter beoordeling van geneesmiddelen, verleend krachtens hoofdstuk 4 van de Geneesmiddelenwet;
- subsidiairhij in of omstreeks de periode van 9 januari 2014 tot en met 18 juni 2018 te Schiphol en/of te Hoofddorp en/of te Nieuw-Vennep en/of te Badhoevedorp en/of te Zwanenburg en/of te Lijnden, allen gemeente Haarlemmermeer, en/of te Poederoijen, gemeente Zaltbommel, in elk geval in Nederland een of meerdere malen (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk geneesmiddelen, waarvoor geen handelsvergunning geldt/gelden, te weten het gehele assortiment van de geneesmiddelen van het merk [bedrijf 1] ( [bedrijf 1] ) en /of [bedrijf 2] ( [bedrijf 2] ) en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] , waaronder - All Blacks Melanotan II 10 mg - Anavar 10 mg - Arimidex 1 mg - [bedrijf 4] Sildenafil - Azitrox 500 mg - Boldenone Undecylenate 200 mg/ml - Clenbuterol 40 mcg - Curam 1 g - dianabol - dostranolone enanthate 200 mg/ml - dromostanolon propionaat - Drostanalone propionate 100 mg/ml - Epherine HCL - Geranamine 30 mg - Hygetropin - Kamagra - Letrozol 2,5 mg (Ferrara) - Long Yi Yao 4 mg - Melanotan II 10 mg - metenolonacetaat - Methandrostenolone 10 mg - Methandrostenolone 15 mg - Methenolone Enanthate 100 mg/ml - Nandrolone decanoate 200 mg/ml - Nandrolon fenylpropionaat - Nolvadex 10 mg - Oxandrolone 15 mg - Oxymetholone 25 mg - Parabolan 75 mg/ml - Pregnyl 5000 IU - Proviron 25 mg - Salbutamol - Sex-stack 190 mg - sildenafil - sildenafilcitraat - somatropine - Stanozolol - Stanozolol depot 50 mg/ml - Sustanon 250 mg/ml - Sustanon 300 mg/ml - tadalafil - Tamoxifen 15 mg - Testex prolongatum 250 mg - Testosterone 250 mg - Testosterone Cyprionate 250 mg/ml - Testosterone enanthate 250 mg/ml - Testosterone heptylate 250 mg - Testosteronenantaat - Testosterone propionate 100 mg/ml - testosterone suspension - Testosterone Suspension 75 mg/ml - Testosterone undeconate 250 mg/ml - Testoviron depot 250 mg - trenbolone acetaat - Trenbolone enanthate 200 mg/ml - Turinabol 10 mg - Ultradrive 320 mg/ml - Winstrol depot - [bedrijf 3] HGH, human growth hormone - [bedrijf 3] T-5 in voorraad heeft gehad en/of te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of ter hand heeft gesteld; 5.hij in of omstreeks de periode van 15 juni 2018 tot en met 31 januari 2019 te Lijnden, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad - ongeveer 347 oranje pillen met 'Hallo Jumbo', in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-fluoramfetamine, zijnde 4-fluoramfetamine - ongeveer 135,5 uilvormige pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3, 4-MDMA, zijnde MDMA, - ongeveer 10,5 verschillende pillen en/of 0,4 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3, 4-MDMA, zijnde MDMA, - ongeveer 82 oranje tabletten, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2C-B, zijnde 2C-B, - ongeveer 17 roze tabletten, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2C-B, zijnde 2C-B, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 6.hij op of omstreeks 18 juni 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 382,6 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-hydroxyboterzuur (GHB), zijnde 4-hydroxyboterzuur (GHB), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 7.hij in of omstreeks de periode van 9 januari 2014 tot en met 18 juni 2018 te Hoofddorp en/of te en/of te Badhoevedorp en/of te Boesingheliede en/of te Zwanenburg, allen gemeente Haarlemmermeer, en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland van een voorwerp, te weten hoeveelheden geld (in totaal 133.747,- euro), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft omgezet, terwijl hij wist dat dat/die hoeveelheden geld geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof ten aanzien van de bewezenverklaring en de opgelegde straf tot andere beslissingen komt dan de rechtbank. Vrijspraak van feit 3 (in voorraad hebben werkzame stoffen te Lijnden) en feit 5 (aanwezig hebben harddrugs te Lijnden) Overeenkomstig het standpunt van de verdediging is het hof van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om tot een bewezenverklaring te komen van hetgeen de verdachte onder feit 3 en feit 5 is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Hoewel het procesdossier opmerkelijke feiten en omstandigheden bevat, zoals het in de [plek] in Lijnden aangetroffen postpakket met de tekst ‘ [verdachte] ’ erop en de routebeschrijving naar de bedrijfsruimte van de verdachte die [persoon 1] op zak had bij haar aanhouding bij de betreffende [plek] , kan op basis daarvan niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte in die [plek] de werkzame stoffen opzettelijk in voorraad heeft gehad en de harddrugs opzettelijk aanwezig heeft gehad. De verklaring van [medeverdachte 1] die zegt dat hij op verzoek van de verdachte de [plek] in Lijnden heeft gehuurd, deze op zijn, [medeverdachte 1] , naam heeft gezet en de sleutels en code op de dag dat de huurovereenkomst inging aan de verdachte heeft gegeven, maakt dat oordeel niet anders. Bewijsoverweging ten aanzien van feit 1, feit 2 en feit 4 De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de periode in de bewezenverklaring niet eerder kan aanvangen dan op de datum waarop de Douane voor de eerste keer een pakket heeft gecontroleerd waarvan is gebleken dat dit illegale geneesmiddelen betrof, te weten 4 december
- Daarnaast heeft de raadsman bepleit dat de extrapolatie van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) niet terecht is, aangezien de verdachte niet alleen illegale stoffen invoerde, maar ook legale voedingssupplementen. Voor het overige bekent de verdachte dat hij de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Evenals de rechtbank overweegt het hof als volgt. Periode invoer postpakketten met (grondstoffen voor) illegale geneesmiddelen De Douane heeft enige tijd postpakketten gecontroleerd die afkomstig waren van twee adressen in Hong Kong. Uit onderzoek bleek dat elk postpakket dat afkomstig was van deze twee adressen, handelshoeveelheden illegale geneesmiddelen bevatte (grondstoffen voor anabolen en erectiemiddelen). Vervolgens zijn de ontvangende adressen gemonitord. Dit betrof het toenmalige adres van de verdachte en de adressen van de medeverdachten [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ), [medeverdachte 3] (de moeder van [medeverdachte 2] ), [medeverdachte 1] (de overbuurman van de verdachte) en het adres van de kapsalon van [medeverdachte 4] (de ex-partner van de verdachte) en dat van de familie [medeverdachte 4] (ex-schoonouders van de verdachte). Uit nader onderzoek volgde dat er ook vanaf andere adressen, met herkomst Azië en de Verenigde Staten, minimaal 233 postpakketten naar de bovenstaande adressen zijn verzonden. Er bleken ook naar andere adressen in Nederland postpakketten te zijn verzonden, onder meer naar het adres van [persoon 2] (de broer van de medeverdachte [medeverdachte 5] ) en naar het adres van de medeverdachte [medeverdachte 6] . De Douane heeft in de periode van 4 december 2015 tot en met 30 oktober 2017 in totaal 17 postpakketten met een verzendadres in Azië gecontroleerd. Al deze pakketten bevatten telkens illegale geneesmiddelen. De werkelijke inhoud van het pakket werd verhuld door een andere goederenomschrijving op de pakketten, zoals ‘rose skin conditioner’, ‘siervoorwerpen van aardewerk’, ‘instant meal & coconut powder’ en ‘sample of L-glutathione’. Al de niet gecontroleerde postpakketten hadden soortgelijke omschrijvingen als de gecontroleerde pakketten. Uit de door de Douane verstrekte lijst met niet gecontroleerde pakketten volgt dat het eerste postpakket op 9 januari 2014 uit Shenzhen werd ingevoerd. Dit postpakket was geadresseerd aan de familie [verdachte] op het adres [adres 2] . De verdachte woonde toentertijd op dit adres. Het pakket had als omschrijving ‘Chinese knot’. Hoewel de inhoud van dit pakket niet door de Douane is onderzocht, gaat het hof ervan uit dat ook in dit pakket werkzame stoffen als bedoeld in de Geneesmiddelenwet hebben gezeten. Het hof overweegt daartoe het volgende. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep bekend dat hij op dit adres pakketten heeft ontvangen, waarin grondstoffen voor anabolen (ook te lezen als: anabole steroïden) zaten. Op 15 mei 2016 is er een pakket met dezelfde omschrijving ‘Chinese knot’ ingevoerd op het adres van [medeverdachte 3] . Na de aanhouding van [medeverdachte 2] is in haar woning een pakket aangetroffen, geadresseerd aan [medeverdachte 2] , met de omschrijving ‘Double Happiness knot’. Dit pakket was ook afkomstig uit Shenzhen. In dit pakket werden twee geprepareerde Chinese wandversieringen aangetroffen met daarin grondstoffen voor anabolen (trenbolone acetaat en nandrolon fenylpropionaat). [medeverdachte 2] heeft verklaard dat ze dit pakket tegen betaling voor een zekere ‘ [persoon 3] ’ moest doorsturen naar een postbus in Badhoevedorp, net als de andere pakketten die zij uit Azië ontving. ‘ [persoon 3] had haar gezegd dat er grondstoffen voor anabolen in de pakketten zaten. In de administratie die [medeverdachte 2] bijhield van de anabolenhandel is het adres van de verdachte aangetroffen. Het hof gaat er daarom van uit – ook gelet op de eerste voornaam en de roepnaam van de verdachte – dat de ‘ [persoon 3] ’ over wie [medeverdachte 2] heeft verklaard, de verdachte is. Uit onderzoek is verder gebleken dat de postbus waarnaar [medeverdachte 2] pakketten doorstuurde, [adres 3] betrof. Deze postbus wordt sinds 12 april 2014 gehuurd door de medeverdachte [medeverdachte 5] , met wie de verdachte samen een onderneming dreef. Uit onderzoek is gebleken dat (ook) de verdachte pakketten die waren geadresseerd aan die postbus heeft afgehaald. In de iPhone van de verdachte is een filmpje aangetroffen waarbij met een spuitbus een Chinese wandversiering zwart wordt gespoten. Deze wandversiering is identiek aan de eerder genoemde Chinese wandversiering die bij [medeverdachte 2] is aangetroffen. Op basis van deze bevindingen, in onderlinge samenhang bezien, gaat het hof ervan uit dat ook het pakket met de omschrijving ‘Chinese knot’ dat de verdachte op 9 januari 2014 ontving, illegale geneesmiddelen bevatte. Daarbij komt dat de verdachte heeft verklaard dat het zou kunnen dat hij zich in 2014 voor het eerst heeft bezig gehouden met de invoer van grondstoffen waarmee anabolen kunnen worden geproduceerd en dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij sinds 2014 pakketten uit Azië op zijn huisadres liet bezorgen, die voor de verdachte waren bestemd. Gelet op al het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte, samen met anderen, in de periode van 9 januari 2014 tot en met 18 juni 2018 zonder registratie grondstoffen voor illegale geneesmiddelen heeft ingevoerd. Omvang van de invoer van (grondstoffen voor) illegale geneesmiddelen Volgens de verdachte bevatten ongeveer 80% van de 28 postpakketten die vanuit Azië naar het [adres 2] zijn gestuurd, legale voedingssupplementen. Deze 28 pakketten hadden echter, net als de door de Douane gecontroleerde pakketten, verhullende omschrijvingen zoals ‘schoenen’ en ‘etenswaar’. Ook de pakketten die op de adressen van [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , de kapperszaak van [medeverdachte 4] en de ouders van [medeverdachte 4] zijn bezorgd, hadden soortgelijke verhullende omschrijvingen. Naar het oordeel van het hof valt niet in te zien dat er verhullende omschrijvingen op pakketten nodig zijn, als daarin voor het overgrote deel legale voedingssupplementen hebben gezeten, zoals de verdachte heeft verklaard. De verklaring van de verdachte laat zich ook lastig rijmen met het gegeven dat hij, al dan niet tegen betaling, de pakketten door anderen in ontvangst liet nemen. Het betreft een omslachtige en ook verhullende werkwijze met bijkomende kosten die geenszins past bij de verklaring dat het voor het grootste gedeelte om legale voedingssupplementen zou zijn gegaan. Het hof gaat dan ook voorbij aan die verklaring en komt tot de conclusie dat alle pakketten die vanuit Azië naar de eerder genoemde adressen in Nederland zijn verstuurd en daarmee zijn ingevoerd, grondstoffen voor illegale geneesmiddelen bevatten en dat deze pakketten voor de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 5] waren bedoeld. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verder verklaard dat de forwarding company, zijnde het transportbedrijf dat, naar het hof begrijpt, de bestellingen bundelde en verstuurde, geen onderscheid maakte tussen zendingen met legale stoffen en zendingen met illegale stoffen en deze daarom gezamenlijk verstuurde met verhullende omschrijvingen en de bestellingen willekeurig naar de bij dit bedrijf bekende adressen verstuurde. Daarom hebben de pakketten met legale stoffen die in 2014 zijn binnengekomen ook verhullende omschrijvingen en daarom zijn de pakketten die legale stoffen bevatten ook naar andere adressen dan het adres van de verdachte verstuurd, aldus de verdachte. Het hof acht het onaannemelijk dat een transportbedrijf op eigen initiatief verhullende omschrijvingen aan bestellingen koppelt en willekeurig de ontvangende adressen selecteert, zodat het hof de verklaring van de verdachte, die hij bovendien eerst ter terechtzitting in hoger beroep heeft afgelegd, als ongeloofwaardig terzijde schuift. Periode bereiden en verhandelen illegale geneesmiddelen (feiten 2 en 4) Het verweer dat de verdachte zich niet eerder dan vanaf december 2015 heeft bezig gehouden met de bereiding en het verhandelen van illegale geneesmiddelen, wordt verworpen. Zoals hiervoor is overwogen, acht het hof bewezen dat de verdachte vanaf 9 januari 2014 grondstoffen voor illegale geneesmiddelen heeft ingevoerd. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat het na de invoer van de benodigde grondstoffen tijd kostte om deze stoffen tot geneesmiddel te verwerken. Uit het dossier volgt echter dat er al in maart en april 2014 verpakkingsmaterialen en stickers werden besteld van de merken die de verdachte exploiteerde, [bedrijf 1] ([bedrijf 1]) en [bedrijf 2] ( [bedrijf 2] ). Ook kan uit e-mails, aangetroffen op een in beslag genomen iPhone waarop e-mailadressen met de naam van de verdachte stonden, worden afgeleid dat de verdachte in april 2014 al anabolen van het merk [bedrijf 1] en [bedrijf 2] bereidde en verkocht. Het hof acht ten aanzien van de onder 2 en 4 ten laste gelegde feiten dan ook de gehele ten laste gelegde periode wettig en overtuigend bewezen. Omvang van de bereiding en de handel in illegale geneesmiddelen (feiten 2 en 4) De verdachte heeft bekend dat hij zonder vergunning geneesmiddelen zoals genoemd in de tenlastelegging onder feit 2 en 4 heeft bereid en in het handelsverkeer heeft gebracht. In verschillende panden hebben doorzoekingen plaatsgevonden en zijn (onder meer) illegale geneesmiddelen, verpakkingsmateriaal en machines aangetroffen die kunnen worden gebruikt voor de bereiding en verspreiding van onder meer anabolen. De plaatsen waar de panden gelegen zijn, worden ook in de tenlastelegging genoemd. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep verklaard dat hij gebruik maakte van het pand aan de [adres 4] , waar een grote hoeveelheid verpakkingsmateriaal en machines om (onder meer) anabolen te bereiden, zijn aangetroffen. Ook heeft de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat in zijn woning in Amsterdam (grondstoffen voor) anabolen en erectiebevorderende middelen lagen. De verdachte heeft ontkend betrokken te zijn geweest bij de andere panden waar doorzoekingen zijn verricht. Hierin volgt het hof de verdachte niet helemaal. Het hof is van oordeel dat de verdachte ook verantwoordelijk is te houden voor wat is aangetroffen in de panden aan de [adres 5] en de [adres 6] . Daartoe overweegt het hof als volgt. [adres 5] heeft een doorzoeking plaatsgevonden in een kantoor en in twee boxen, in het dossier box 1 (de box aan de linkerkant) en box 2 (de box aan de rechterkant) genoemd. Box 2 werd gebruikt voor de opslag van goederen van [bedrijf 6]/[bedrijf 5], de webshop van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 5] . In box 1 is een vuilniszak met wit poeder aangetroffen, dat verschillende soorten anabolen bleek te bevatten. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep verklaard dat de beide boxen werden gehuurd door [persoon 4] (hierna: [persoon 4] ), dat box 1 door [persoon 4] werd gebruikt en dat hij, de verdachte, alleen in box 2 kwam, waar de voedingssupplementen van [bedrijf 5] stonden. Het hof acht deze verklaring ongeloofwaardig en overweegt daartoe als volgt. Het dossier bevat drie huurovereenkomsten, één voor een bedrijfsruimte en twee voor kantoorruimten aan de [adres 5] . De eerste overeenkomst betreft een bedrijfsruimte (nummer 10) en is ingegaan op 1 september
- De tweede overeenkomst betreft ruimte 2L en is ingegaan op 1 april
- De derde overeenkomst betreft ruimte 2J en is ingegaan op 1 mei
- Al deze overeenkomsten zijn gesloten tussen [persoon 5] (hierna: [persoon 5] ) en [verdachte] (de verdachte), namens [bedrijf 6] . De verhuurder [persoon 5] heeft verklaard dat hij de huurtermijnen voor de boxen en het kantoor aan de [adres 5] contant van de verdachte ontving en [persoon 5] heeft daarbij de naam van [persoon 4] in het geheel niet genoemd. Bij de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit gerechtshof, heeft [persoon 5] op 30 januari 2025 verklaard dat hij nog nooit heeft gehoord van de naam ‘ [persoon 4] ’. In box 1 is een stempel van [bedrijf 1] aangetroffen en er stonden dozen met opschrift ‘ [bedrijf 7] ’ en ‘ [bedrijf 8] ’ en emmers met het opschrift ‘Seals [bedrijf 2] ’. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij anabolen van de merken [bedrijf 2] , [bedrijf 1] en [bedrijf 3] heeft bereid en in de handel heeft gebracht. Hij had deze merken van een ander overgenomen. In dat licht bezien is het onaannemelijk dat deze aangetroffen goederen in box 1 aan een ander dan aan de verdachte zouden toebehoren. Daarbij komt dat er in box 1 vingerafdrukken van de verdachte op een flesje zijn aangetroffen. Ook deze omstandigheid duidt erop dat box 1 bij de verdachte in gebruik was. Gelet op al het voorgaande is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte de op de [adres 5] aangetroffen geneesmiddelen samen met anderen heeft bereid en in het handelsverkeer heeft gebracht. [adres 6] In de woning aan de [adres 6] en de daarbij behorende box zijn duizenden lege doosjes en etiketten van met name het merk [bedrijf 1] aangetroffen. Verder zijn er dertien dozen met daarin gevulde doosjes anabolen aangetroffen. De verdachte heeft verklaard dat hij niets van deze box weet, maar dat hij wel aan iemand heeft gevraagd om de illegale geneesmiddelen te verpakken en te stickeren. De verdachte heeft ook verklaard dat hij verpakkingen en stickers van het merk [bedrijf 1] heeft besteld. De eigenaar van de box, [medeverdachte 7] , heeft verklaard dat medeverdachte [medeverdachte 8] , de ex-zwager van de verdachte, aan hem, [medeverdachte 7] , dan wel aan zijn zoon [persoon 6] , heeft gevraagd of deze spullen tegen vergoeding in de box mochten staan. [medeverdachte 7] heeft tegen vergoeding flesjes vloeistof en potjes pillen verpakt en gestickerd. De aangetroffen illegale geneesmiddelen bevatten sporen van MDMA. Illegale geneesmiddelen met sporen van MDMA zijn ook aangetroffen in de toenmalige woning van de verdachte aan de [adres 7] en op een andere aan de verdachte te linken locatie, te weten de [adres 5] . Gelet op het voorgaande en in het licht van het feit dat de verdachte het merk [bedrijf 1] exploiteerde, is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte de op het adres [adres 6] aangetroffen illegale geneesmiddelen samen met anderen heeft bereid, in voorraad heeft gehad en in het handelsverkeer heeft gebracht. Bewijsoverweging ten aanzien van feit 7 De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de huurpenningen voor de panden aan de [adres 5] (kantoor- en opslagruimte) en aan de [adres 4] (groten)deels voor rekening van [persoon 4] kwamen, dat alle auto’s die de verdachte gebruikte eigendom van [persoon 4] waren, dat [persoon 4] financieel betrokken was bij de leaseconstructie van de Volkswagen Passat, dat [persoon 4] deze auto regelmatig uitleende aan anderen en dat een bedrag van € 24.150,00 in mindering dient te worden gebracht op de witwasverdenking aangezien de verdachte in 2018 vanwege zijn detentie geen belastingaangifte heeft gedaan en dit bedrag dus niet als legale inkomsten heeft kunnen opgeven. De verdediging heeft zich ten aanzien van de overige onverklaarbare contante stortingen gerefereerd aan het oordeel van het hof. Het hof stelt voorop dat naar bestendige jurisprudentie voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht opgenomen bestanddeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’ niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Dat een voorwerp ‘afkomstig is uit enig misdrijf’, kan, indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Het is daarbij aan het openbaar ministerie bewijs aan te dragen van dergelijke feiten en omstandigheden. Indien de door het openbaar ministerie aangedragen feiten en omstandigheden een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. Dat zo een verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. Indien de verdachte voormelde verklaring geeft, ligt het op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. De rechter zal dan mede op basis van de resultaten van dat onderzoek moeten beoordelen of, ondanks de verklaring van de verdachte, het witwassen bewezen kan worden op de grond dat (het niet anders kan zijn dan dat) het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Indien een dergelijke verklaring van de verdachte uitblijft of niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn overwegingen omtrent het bewijs. Het hof gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. Contante stortingen en opnamen In de periode van 2014 tot en met 2018 zijn op de (en/of)bankrekeningen van de verdachte (en [medeverdachte 4] ) verschillende contante stortingen gedaan. Uit gegevens van de Belastingdienst volgt dat de verdachte over de jaren 2014 tot en met 2017 aangifte heeft gedaan van omzet in het kader van de omzetbelasting. Over het jaar 2018 zijn geen gegevens bekend ten aanzien van aangifte van omzet door de verdachte. Het totale bedrag van de aangiften omzetbelasting komt over de periode 2014 tot en met 2018 op € 129.994,
- Het totale bedrag van de contante stortingen op de bankrekeningen van de verdachte in de periode van 2014 tot en met 2018 bedraagt € 188.355,
- Omdat girale ontvangsten van omzet op de bankrekeningen van de verdachte ontbreken, gaat de FIOD ervan uit dat de omzet van de verdachte heeft bestaan uit contant geld. Daarmee kan een gedeelte van de contant gestorte bedragen op de rekeningen van de verdachte worden verklaard. De herkomst van het verschil tussen de aangegeven omzet en de contante stortingen, zijnde een bedrag van € 58.361,00, is niet komen vast te staan. Daarnaast is in de onderzoeksperiode van de bankrekeningen van de verdachte een geldbedrag van in totaal € 5.040,00 contant opgenomen. Jaar Omzet volgens aangiften omzetbelasting Totaal contante stortingen Onverklaarbare stortingen 2014 € 28.754,00 € 32.195,00 € 3.441,00 2015 € 26.787,00 € 23.330,00 – € 3.457,00 2016 € 30.261,00 € 46.260,00 € 15.999,00 2017 € 44.192,00 € 62.420,00 € 18.228,00 2018 - € 24.150,00 € 24.150,00 € 129.994,00 € 188.355,00 € 58.361,00 Aankoop personenauto’s Uit een gesprek met de directeur van [bedrijf 9] is naar voren gekomen dat de verdachte meerdere auto’s heeft aangeschaft en ingeruild. Op 13 augustus 2014 heeft de verdachte een Audi A6 gekocht voor € 56.345,
- Dit voertuig is betaald door middel van het inruilen van een Audi A5 met een inruilwaarde van € 20.000,00, met een contante betaling door de verdachte van € 10.000,00 op 6 augustus 2014 en € 19,50 op 12 augustus 2014, en met een banktransactie van € 26.325,
- Dit laatstgenoemde bedrag is op 12 augustus 2014 overgeboekt door een bankrekening bij de ‘Hongkong and Shanghai Banking Corp.’ op naam van ‘ [bedrijf 10] ’ naar [bedrijf 9] . De door de verdachte contant betaalde € 19,50 laat het hof ten aanzien van de witwasverdenking buiten beschouwing. Op 1 maart 2017 heeft de verdachte een Land Rover gekocht voor € 40.600,
- Dit voertuig is betaald door middel van het inruilen van de op 13 augustus 2014 aangeschafte Audi A6 met een inruilwaarde van € 32.600,00 en een contante betaling door de verdachte van € 8.000,00 op 2 maart
- De verdachte heeft daarmee in totaal € 18.000,00 (€ 10.000,00 + € 8.000,00) contant betaald voor de aanschaf van twee auto’s. Lease personenauto In het onderzoek is naar voren gekomen dat de verdachte de bestuurder was van een Volkswagen Passat met kenteken [kenteken] . De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat deze auto – door [persoon 4] – ook aan anderen dan aan hem ter beschikking werd gesteld, maar hij heeft dat niet geconcretiseerd of onderbouwd. Uit het dossier blijkt ook niet van andere gebruikers dan de verdachte. Deze auto werd door de onderneming [bedrijf 11] B.V. (gelieerd aan [persoon 4] ) geleased van de leasemaatschappij [bedrijf 12] B.V. Het contract daartoe is op 17 mei 2017 getekend door [persoon 4] . Bij [bedrijf 12] B.V. stond de verdachte bekend als de bestuurder van de Volkswagen Passat. De leasetermijnen werden in rekening gebracht aan [bedrijf 11] B.V. en werden betaald door [bedrijf 13] B.V. (gelieerd aan [persoon 4] ) vanaf de bankrekening [iban] . In totaal heeft [bedrijf 13] B.V. € 22.012,00 aan leasetermijnen en aanbetaling betaald voor de Volkswagen Passat. De bankrekening van [bedrijf 13] B.V. werd in de periode van 1 mei 2017 tot en met 18 juni 2018 hoofdzakelijk gevoed door contante stortingen, tot een bedrag van ruim € 380.000,
- Daarvan is ruim € 130.000,00 gestort bij het ING-filiaal aan het [adres 8] . Bij dit filiaal zijn ook veel stortingen op de (en/of-) rekeningen van de verdachte of zijn ex verricht, terwijl verdachtes ex [medeverdachte 4] , de moeder van zijn zoontje, indertijd aan het [adres 8] woonde. Het hof gaat er op grond van deze feiten en omstandigheden van uit dat het de verdachte is geweest die [bedrijf 13] B.V. (contant) betaalde om de leasetermijnen voor de door de verdachte gebruikte auto te voldoen. Huur panden De verdachte huurde panden aan de [adres 5] (kantoor- en opslagruimte) en de [adres 4] van [persoon 5] , aan wie de verdachte de verschuldigde huurtermijnen uitsluitend contant heeft betaald. Voor de opslagruimte aan de [adres 5] is door de verdachte in totaal een bedrag van € 12.144,59 contant betaald en voor de kantoorruimte aan de [adres 5] is door de verdachte in totaal een bedrag van € 2.994,75 contant betaald. Voor het pand aan de [adres 4] is door de verdachte in totaal een bedrag van € 1.800,00 contant betaald. In totaal heeft de verdachte dus een bedrag van € 16.939,00 (afgerond) contant aan huur betaald. Samenvattend gaat het om de volgende bedragen waarvan de herkomst onbekend is: Onverklaarbare contante stortingen € 58.361,00 Contante opnamen – € 5.040,00 Banktransactie op 12 augustus 2014 vanuit Hongkong € 26.325,50 Contant betaald voor auto’s € 18.000,00 Betalingen leasetermijnen Volkswagen Passat € 22.012,00 Contant betaalde huur [adres 5] en [adres 4] € 16.939,00 Totaal € 136.597,50 Witwasvermoeden Zoals hiervoor vastgesteld heeft de verdachte in de jaren 2014 tot en met 2018 op bankrekeningen bij hem in gebruik contante geldbedragen gestort. Een gedeelte van de contant gestorte bedragen wordt aangemerkt als omzet die de verdachte heeft genoten en heeft aldus een legale herkomst. Dat zijn de bedragen die de verdachte in de jaren 2014 tot en met 2017 als omzet heeft aangegeven bij de belastingdienst. Er zijn geen gegevens bekend van de omzet van de verdachte over het jaar
- De FIOD heeft daarom het volledige bedrag dat in dat jaar contant is gestort aangemerkt als onverklaarbaar vermogen. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep verklaard dat de gegevens van de door hem genoten omzet in het jaar 2018 niet bij de Belastingdienst bekend zijn omdat hij vanwege zijn detentie niet in staat was hiervan aangifte te doen en dat de door hem genoten omzet in dat jaar, gezien de eerdere jaren, gelijk kan worden gesteld aan het bedrag dat contant op zijn rekening is gestort, namelijk € 24.150,
- Het hof acht deze verklaring voldoende aannemelijk en volgt de verdachte in dit standpunt. Dat houdt in dat het hof zal uitgaan van een bedrag van € 34.211,00 (€ 58.361,00 – € 24.150,00) aan onverklaarbare contante stortingen. Het totaalbedrag waarvan de herkomst onbekend is, komt daarmee uit op € 112.447,50 (€ 136.597,50 – € 24.150,00). De omvang van de contant gestorte bedragen waarvan de herkomst niet kan worden verklaard op grond van de gegevens van de Belastingdienst en waarvan ook enige vorm van deugdelijke administratie ontbreekt, rechtvaardigen naar het oordeel van het hof het vermoeden dat deze gelden uit misdrijf afkomstig zijn. Ten aanzien van de door de verdachte gedane contante betalingen van € 10.000,00 en € 8.000,00 ten behoeve van de aanschaf van de twee personenauto’s, de leasetermijnen van de Volkswagen Passat en de contante betalingen ten behoeve van de huur van de verschillende panden, geldt dat deze naar het oordeel van hof – mede gezien de omvang van de bedragen, het feit dat deze bedragen niet kunnen worden verklaard door geldopnames van de bankrekeningen van de verdachte of uit de door zijn bedrijf gegenereerde omzet – het vermoeden rechtvaardigen dat deze gelden uit misdrijf afkomstig zijn. Ook voor wat betreft de banktransactie van € 26.325,50 acht het hof het vermoeden dat dit geldbedrag uit misdrijf afkomstig is gerechtvaardigd, gelet op de omvang van het bedrag en het feit dat het geld afkomstig is van een bankrekening van een bankfiliaal in Hongkong terwijl over de tenaamgestelde van die rekening verder geen enkel gegeven beschikbaar is. De verklaring van de verdachte over de herkomst De verdachte heeft over de herkomst van de verschillende geldbedragen het volgende verklaard. Ten aanzien van de banktransactie vanuit Hongkong heeft de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat dit bedrag van € 26.325,50 een lening was die aan hem voor de aanschaf van de Audi A6 is verstrekt door [persoon 4] . [persoon 4] zou dit bedrag hebben laten overboeken door een Thaise zakenpartner van hem. Ook het bedrag van € 10.000,00, dat de verdachte contant heeft betaald bij de aanschaf van de Audi A6, had hij geleend van [persoon 4] . Het bedrag van € 8.000,00, dat contant is betaald door de verdachte bij de aanschaf van de Land Rover, was ook afkomstig van [persoon 4] en deze auto stond volgens de verdachte op naam van [bedrijf 11] B.V., een aan [persoon 4] gelieerde rechtspersoon. Ook ten aanzien van de in totaal € 16.939,00 betaalde huur voor de panden aan de [adres 5] en de [adres 4] heeft de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat de contante bedragen die hij aan [persoon 5] betaalde (grotendeels) geld was van [persoon 4] . Al het voorgaande is ook ter terechtzitting in hoger beroep door de raadsman naar voren gebracht. De verdachte heeft ter onderbouwing van het voorgaande ter terechtzitting in eerste aanleg een op schrift gestelde verklaring van [persoon 4] overgelegd. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verder verklaard dat de hiervoor genoemde bedragen allemaal vielen onder de lening van [persoon 4] , dat hij geen exemplaar heeft van de leningovereenkomst, dat hij van maart tot november 2014 een paar keer honderd euro heeft afgelost en vanaf 2015, toen [persoon 4] gedetineerd raakte, niets meer heeft terugbetaald. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij de hiervoor bedoelde lening momenteel niet aflost en dat hij zich daartoe ook niet verplicht voelt. Ten aanzien van de hiervoor genoemde onverklaarde contante stortingen van € 34.211,00 (€ 58.361,00 – € 24.150,00) heeft de verdediging zich ter terechtzitting in hoger beroep gerefereerd aan het oordeel van het hof. De verdachte heeft geen verklaring gegeven voor de herkomst van deze geldbedragen. De verklaring van de verdachte komt er kort gezegd op neer dat alle bedragen afkomstig waren van (een lening van) [persoon 4] . Het is echter naar het oordeel van het hof niet aannemelijk geworden dat de geldbedragen waarmee de verdachte de auto’s en de huur van de [adres 5] en [adres 4] heeft betaald (contante) leningen zijn geweest van [persoon 4] , nu de verdachte te kennen heeft gegeven dat hij zich niet aan enige terugbetalingsverplichting gebonden acht. Dat de verdachte een op schrift gestelde verklaring van [persoon 4] heeft overgelegd maakt dit oordeel niet anders. Het gaat immers om een verklaring die niet met enig stuk is onderbouwd. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij bijdraagt in het levensonderhoud van [persoon 4] in detentie door middel van het storten van boodschappengeld. De verdachte heeft benadrukt dat dit geen aflossing betreft en dat het storten van het boodschappengeld als geheel van de beweerde lening losstaande verplichting dient te worden gezien. Het hof neemt verder in aanmerking dat van het bestaan van een schriftelijke leningovereenkomst niet is gebleken. Ten slotte acht het hof van belang dat [persoon 5] , de verhuurder van de panden, bij de FIOD heeft verklaard dat hij de ruimtes verhuurde aan de verdachte, dat de verdachte meestal contant betaalde en dat de verdachte persoonlijk de huur aan [persoon 5] gaf. Al met al acht het hof de verklaring dat de geldbedragen van [persoon 4] afkomstig zijn, ongeloofwaardig. Het voorgaande leidt ertoe dat de conclusie gerechtvaardigd is dat het niet anders kan zijn dan dat de onverklaarbare stortingen ad € 34.211,00, het uit Hongkong overgemaakte geld en de contante bedragen waarmee de twee personenauto’s (deels) zijn aangeschaft en de leasetermijnen van de Volkswagen Passat ad € 22.012,00 en de huur voor de [adres 5] en [adres 4] zijn betaald, uit misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte dit wist. Het gaat daarbij om een bedrag van in totaal € 117.487,
- Het hof komt daarmee tot een bewezenverklaring van het onder 7 ten laste gelegde witwassen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 4 primair, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1.hij in de periode van 9 januari 2014 tot en met 18 juni 2018 in Nederland meerdere malen, telkens tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk zonder registratie werkzame stoffen, - boldenonundecylenaat - dromostanolon propionaat - Letrozol - metenolonacetaat - Nandrolon fenylpropionaat - nandrolon decanoaat - sildenafilcitraat - somatropine - tadalafil - Testosteronenantaat - trenbolon acetaat, heeft ingevoerd; 2.hij in de periode van 9 januari 2014 tot en met 18 juni 2018 in Nederland meerdere malen telkens tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk zonder vergunning van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, andere geneesmiddelen dan geneesmiddelen voor onderzoek, te weten - All Blacks Melanotan II 10 mg - Anavar 10 mg - Arimidex 1 mg - Azitrox 500 mg - Boldenone Undecylenate 200 mg/ml - Clenbuterol 40 mcg - Curam 1 g - dianabol - dostranolone enanthate 200 mg/ml - Drostanalone propionate 100 mg/ml - Geranamine 30 mg - Hygetropin - Letrozol 2,5 mg (Ferrara) - Long Yi Yao 4 mg - Melanotan II 10 mg - Methandrostenolone 10 mg - Methandrostenolone 15 mg - Methenolone Enanthate 100 mg/ml - Nandrolone decanoate 200 mg/ml - Nolvadex 10 mg - Oxandrolone 15 mg - Oxymetholone 25 mg - Parabolan 75 mg/ml - Pregnyl 5000 IU - Proviron 25 mg - Salbutamol - Sex-stack 190 mg - Stanozolol - Stanozolol depot 50 mg/ml - Sustanon 250 mg/ml - Sustanon 300 mg/ml - tadalafil - Tamoxifen 15 mg - Testex prolongatum 250 mg - Testosterone 250 mg - Testosterone Cyprionate 250 mg/ml - Testosterone enanthate 250 mg/ml - Testosterone heptylate 250 mg - Testosterone propionate 100 mg/ml - testosterone suspension - Testosterone Suspension 75 mg/ml - Testosterone undeconate 250 mg/ml - Testoviron depot 250 mg - Trenbolone enanthate 200 mg/ml - Turinabol 10 mg - Ultradrive 320 mg/ml - Winstrol depot heeft bereid;
- primairhij in de periode van 9 januari 2014 tot en met 18 juni 2018 in Nederland meerdere malen, telkens tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk geneesmiddelen, te weten - All Blacks Melanotan II 10 mg - Anavar 10 mg - Arimidex 1 mg - Azitrox 500 mg - Boldenone Undecylenate 200 mg/ml - Clenbuterol 40 mcg - Curam 1 g - dianabol - dostranolone enanthate 200 mg/ml - Drostanalone propionate 100 mg/ml - Geranamine 30 mg - Hygetropin - Letrozol 2,5 mg (Ferrara) - Long Yi Yao 4 mg - Melanotan II 10 mg - Methandrostenolone 10 mg - Methandrostenolone 15 mg - Methenolone Enanthate 100 mg/ml - Nandrolone decanoate 200 mg/ml - Nolvadex 10 mg - Oxandrolone 15 mg - Oxymetholone 25 mg - Parabolan 75 mg/ml - Pregnyl 5000 IU - Proviron 25 mg - Salbutamol - Sex-stack 190 mg - sildenafil - Stanozolol - Stanozolol depot 50 mg/ml - Sustanon 250 mg/ml - Sustanon 300 mg/ml - tadalafil - Tamoxifen 15 mg - Testex prolongatum 250 mg - Testosterone 250 mg - Testosterone Cyprionate 250 mg/ml - Testosterone enanthate 250 mg/ml - Testosterone heptylate 250 mg - Testosterone propionate 100 mg/ml - testosterone suspension - Testosterone Suspension 75 mg/ml - Testosterone undeconate 250 mg/ml - Testoviron depot 250 mg - Trenbolone enanthate 200 mg/ml - Turinabol 10 mg - Ultradrive 320 mg/ml - Winstrol depot in het handelsverkeer heeft gebracht zonder handelsvergunning van de Europese Unie, verleend krachtens verordening 726/2004 dan wel krachtens die verordening juncto verordening 1394/2007, of van het College ter beoordeling van geneesmiddelen, verleend krachtens hoofdstuk 4 van de Geneesmiddelenwet; 6.hij op 18 juni 2018 te Amsterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 382,6 gram van een materiaal bevattende 4-hydroxyboterzuur (GHB); 7.hij in de periode van 9 januari 2014 tot en met 18 juni 2018 in Nederland (van) een geldbedrag van in totaal € 117.487,50 de herkomst heeft verhuld en heeft omgezet, terwijl hij wist dat dat geldbedrag geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf. Hetgeen onder 1, 2, 4 primair, 6 en 7 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2, 4 primair, 6 en 7 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: medeplegen van opzettelijke overtreding van het voorschrift gesteld bij artikel 38, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet, meermalen gepleegd. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 18, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet, meermalen gepleegd. Het onder 4 primair bewezenverklaarde levert op: medeplegen van opzettelijke overtreding van het voorschrift gesteld bij artikel 40, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet, meermalen gepleegd. Het onder 6 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Het onder 7 bewezenverklaarde levert op: witwassen, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1, 2, 4 primair, 6 en 7 bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht om, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn, een taakstraf op te leggen in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich gedurende bijna vierenhalf jaar schuldig gemaakt aan het zonder registratie invoeren van grondstoffen, het zonder vergunning bereiden van geneesmiddelen en het zonder handelsvergunning verhandelen van deze geneesmiddelen. Hij heeft hiermee jarenlang op grote schaal anabolen geproduceerd onder zijn eigen merknamen. In drie opslaglocaties en in de woning van de verdachte zijn grote hoeveelheden illegale geneesmiddelen aangetroffen en in de opslaglocaties stonden ook industriële machines en stansen voor de vervaardiging van tabletten. Door zijn handelen heeft de verdachte het systeem van de gecontroleerde handel in geneesmiddelen ondermijnd. Bij de ongecontroleerde verspreiding van illegale geneesmiddelen speelt slechts financieel gewin een rol en wordt de volksgezondheid ernstig in gevaar gebracht. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een bedrag van meer dan € 117.000,
- De verdachte heeft personenauto’s aangeschaft en een personenauto geleased en de huur van zijn opslaglocaties betaald met geld dat uit misdrijf afkomstig is. Verder zijn er meerdere contante bedragen op zijn bankrekening gestort. Witwassen vormt een bedreiging voor de integriteit van het financieel en economisch verkeer en draagt bij aan de instandhouding van crimineel gedrag. Tot slot heeft de verdachte 382,6 gram GHB aanwezig gehad in zijn woning. Dit is een voor de gezondheid zeer schadelijke stof, om welke reden het bezit daarvan strafbaar is verklaard. Het hof rekent dit de verdachte aan, temeer nu de GHB vrij toegankelijk voor de overige bewoners van de woning – onder wie het zoontje van de verdachte – in de koelkast stond. Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die door de verdachte en zijn raadsman ter terechtzitting naar voren zijn gebracht, geen aanleiding de straf te matigen. In strafverzwarende zin houdt het hof rekening met de coördinerende en initiërende rol van de verdachte in de handel in geneesmiddelen en de frequentie, duur en omvang van de strafbare handelingen. Gelet daarop kan naar het oordeel van het hof op het bewezenverklaarde – ondanks vrijspraak op enkele punten van de tenlastelegging – niet anders worden gereageerd dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. In beginsel acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van twintig maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, passend en geboden. Het hof stelt evenwel vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden. De verdachte is op 18 juni 2018 in verzekering gesteld. Op dat moment is de redelijke termijn aangevangen. De rechtbank heeft op 8 december 2022 vonnis gewezen. Daarmee is de redelijke termijn in eerste aanleg met twee jaar en bijna zes maanden overschreden. Namens de verdachte is op 15 december 2022 hoger beroep ingesteld en het hof spreekt dit arrest uit op 4 december
- Het gaat daarmee om een overschrijding in hoger beroep van bijna één jaar. Vanwege de overschrijdingen ziet het hof aanleiding de straf te matigen, in die zin dat aan de verdachte zal worden opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. Beslag De in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten een rugzak (nr. 11: 1.00 STK, Kl: groen, EASTPAK, 6060910-96369) en een computer (nr. 49: 1.00 STK, ASUS, 94307) dienen te worden teruggegeven aan respectievelijk [medeverdachte 8] en de verdachte. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op: de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, en de artikelen 18, 38 en 40 van de Geneesmiddelenwet. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht. Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 en 5 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 4 primair, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1, 2, 4 primair, 6 en 7 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden. Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Gelast de teruggave aan [medeverdachte 8] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: - ( nr. 11) 1.00 STK Rugzak KI: groen EASTPAK; 6060910-
- Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: - ( nr. 49) 1.00 STK Computer ASUS;
- Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. J.L. Bruinsma en mr. J.W.H.G. Loyson, in tegenwoordigheid van mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 december 2025.