← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2025:3858

afdeling strafrecht parketnummer: 23-000080-25 datum uitspraak: 4 augustus 2025 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 januari 2025 in de strafzaak onder parketnummers 15-076009-23 en 09-103073-21 (TUL) tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 juli

  1. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
  2. hij, op of omstreeks 4 januari 2023 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een nationaal rijbewijs van Polen (ten name van [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] ), waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervals was, heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij, op of omstreeks 4 januari 2023 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een kleurenfoto van de voorzijde van een nationaal rijbewijs van Polen (ten name van [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] ) als ware het echt en onvervalst, door voornoemde foto te tonen aan de Koninklijke Marechaussee;
  3. hij op of omstreeks 4 januari 2023 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer als bestuurder van een motorrijtuig (een personenauto) heeft gereden op de weg, de Vertrekpassage, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen waartoe dat motorrijtuig behoorde. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
  4. primair hij op of omstreeks 4 januari 2023 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, een identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een nationaal rijbewijs van Polen (ten name van [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] ), waarvan hij, verdachte, wist dat dit vals was, voorhanden heeft gehad;
  5. hij op of omstreeks 4 januari 2023 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, als bestuurder van een motorrijtuig (een personenauto) heeft gereden op de weg, de Vertrekpassage, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen waartoe dat motorrijtuig behoorde. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen
  6. Een proces-verbaal van 12 januari 2023 met bijlagen, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] . Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: De bestuurder van een voertuig werd, na het parkeren, op 4 januari 2023 op de Vertrekpassage van Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, door de Koninklijke Marechaussee gecontroleerd en gevraagd naar zijn rijbewijs. Hierop heeft de bestuurder op zijn telefoon een foto van een Pools rijbewijs laten zien op naam van [verdachte] . Dit rijbewijs was voorzien van persoonsgegevens welke overeen kwamen met de eigenaar houder van het voertuig. Door verbalisant [verbalisant 1] werd in het Hit No Hit-politiesysteem gezien dat de bestuurder die hij voor zich had, overeenkwam met de SKDB foto die hij zag op de gegevens van de eigenaar houder van het voertuig en dat de bestuurder meerdere malen zonder rijbewijs had gereden.. Na raadpleging van het RDW door de verbalisant bleek dat de [verdachte] niet in het bezit was van een geldig Europees rijbewijs. De foto van het Poolse rijbewijs is onderzocht door de ID-desk van de Koninklijke Marechaussee.
  7. Een proces-verbaal van bevindingen van 12 januari 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] . Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Door [verbalisant 2] , documentdeskundige bij de Koninklijke Marechaussee, is op 12 januari 2023 onderzoek gedaan naar de foto van het door [verdachte] getoonde rijbewijs. Uit dit onderzoek is gebleken dat het op de foto afgebeelde rijbewijs van Polen een nabootsing betreft van het originele exemplaar en dat het op de foto afgebeelde rijbewijs vals is.
  8. De ter terechtzitting in hoger beroep op 21 juli 2025 afgelegde bekennende verklaring van de verdachte. De verklaring van de verdachte houdt, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, in: Ik beken de beide feiten. Ik heb nooit mijn rijbewijs gehaald. Ik heb de foto van het door mij getoonde Poolse rijbewijs online geregeld via een kennis van mij. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op: een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht voorhanden hebben, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het vals of vervalst is. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet
  9. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straffen De rechtbank heeft de verdachte voor het onder 1 primair tenlastegelegde veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden. De rechtbank heeft de verdachte voor het onder 2 tenlastegelegde schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel (toepassing artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht). De advocaat-generaal heeft gevorderd een straf conform de rechtbank op te leggen. De raadsman heeft ten aanzien van de straf verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en voor het onder 1 primaire feit een taakstraf voor de duur van 120 uur op te leggen, eventueel in combinatie met – als stok achter de deur – een voorwaardelijke gevangenisstraf. Voor feit 2 vraagt de raadsman de eerste rechter te volgen. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft bij een verkeerscontrole (een foto van) een vals Pools rijbewijs getoond aan de opsporingsambtenaar en gereden zonder geldig rijbewijs. Hij heeft immers nooit een rijbewijs gehaald, zoals hij uiteindelijk zelf heeft toegegeven. Door zijn handelen heeft de verdachte het vertrouwen geschonden dat in de juistheid en authenticiteit van officiële identiteitsbewijzen moet kunnen worden gesteld. Het rijden zonder geldig rijbewijs kan bovendien leiden tot aanzienlijke schade, nu de verdachte daarmee aan het verkeer deelnam zonder dat hij heeft getoond over de vaardigheid te beschikken om veilig aan het verkeer deel te nemen. Toch heeft hij gereden. Dit alles neemt het hof de verdachte kwalijk. Het hof heeft gelet op de straffen die voor het voorhanden hebben van een vals paspoort plegen te worden opgelegd. Gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is gepleegd, met name het gegeven dat hij zonder enig rijbewijs te hebben heeft gereden, in combinatie met een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 8 juli 2025 waaruit volgt dat de verdachte vele malen eerder maar ook nadien nog voor verkeersdelicten met justitie in aanraking is gekomen en ook is veroordeeld, kan niet worden volstaan met een andere dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. In de persoonlijke omstandigheden van de verdachte ziet het hof geen aanleiding om de door de rechtbank opgelegde straf te matigen. Gelet op de voor het valse rijbewijs op te leggen straf geeft het hof, overeenkomstig de rechtbank, ten aanzien van feit 2 toepassing aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en legt het voor dit feit derhalve geen straf of maatregel op. Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden voor het onder 1 primair bewezen verklaarde feit. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 63, 231 Wetboek van Strafrecht. Vordering tenuitvoerlegging De rechtbank heeft de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank ‘s-Gravenhage van 9 juni 2021 voorwaardelijk opgelegde taakstraf van 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren afgewezen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde. De advocaat-generaal en raadsman hebben verzocht de vordering, overeenkomstig de uitspraak van de rechtbank, af te wijzen. Gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Het hof ziet geen dringende redenen om de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen. Om die reden zal de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte voor het onder 1 primair bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden. Bepaalt dat aan de verdachte voor het onder 2 bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd. Beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank ’s-Gravenhage van 9 juni 2021, parketnummer 09-103073-21, te weten een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.J. Hübel, mr. D.A.C. Koster en M.T.C. de Vries, in tegenwoordigheid van mr. J.P.M. Veerman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 augustus 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.