afdeling strafrecht parketnummer: 23-000304-25 datum uitspraak: 12 december 2025 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 4 februari 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-091542-22 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteland] ( [geboorteplaats] ) op [geboortedag] 1987, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 november 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de bewijsmotivering aanvult. Aanvulling bewijsmotivering Bij het oordeel dat bewezen kan worden verklaard dat de verdachte opzettelijk cocaïne heeft vervoerd, betrekt het hof ook de volgende feiten en omstandigheden. De verdachte heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep geen consistente, concrete en duidelijke verklaring afgelegd ten aanzien van onder andere het uit eten gaan, de huur van de auto, de bruiloft en de andere auto. Er is geen aannemelijke verklaring gekomen voor het feit dat de auto waarin de verdachte reed voor een maand gehuurd was voor een bedrag van ruim tweeduizend euro, terwijl de bruiloft waarvoor de auto zou zijn gehuurd maar 1 dag duurde. Dit bevreemdt temeer nu de verdachte ten tijde van de huur van de auto in beschermingsbewind en schuldsanering zat en de financiële positie van het gezin zeker niet rooskleurig was. Ook de bruiloft waarvoor de auto zou zijn gehuurd is – ook desgevraagd ter zitting – niet concreet gemaakt. Daarnaast heeft de verdachte niet kunnen uitleggen waarom hij bij de politie in eerste instantie heeft ontkend de andere auto en de inzittenden daarvan te kennen terwijl hij later heeft aangegeven dat hij deze personen wel kent en dat zij gezamenlijk uit eten zouden gaan in Amsterdam. Het hof betrekt dit ook bij het oordeel dat de verklaring van de verdachte ongeloofwaardig is. BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, mr. R.A. Boon en mr. N.J.M. de Munnik, in tegenwoordigheid van mr. J.P.M. Veerman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 december 2025. De jongste raadsheer is buiten staat het arrest te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.