afdeling strafrecht parketnummer: 23-002998-24 datum uitspraak: 12 december 2025 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 december 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-266369-24 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 november
- De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1.hij op of omstreeks 19 augustus 2024 te Amsterdam zijn echtgenote, [slachtoffer] , heeft mishandeld door: - te schoppen tegen het lichaam, - te slaan in het gezicht, en/of - een fles water, althans een voorwerp, tegen haar gezicht te gooien; 2.hij op of omstreeks 19 augustus 2024 te Amsterdam [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen: - "Ik maak je af, bel maar een ambulance alvast", - "Ik maak je helemaal af, jij gaat uit mijn leven", - "Ondankbare hoertje. Ondankbare hoer dat je bent. Ondankbare tering wijf dat je bent. Jij moet hier blijven, thuis blijven en nergens naar toe en de tyfus ingeslagen worden. Jullie Marokkaanse kut wijven van tegenwoordig. Met jou alleen maar stress en gezeik. Een vies wijf, een ondankbare tering. Een keer helemaalde tyfus in slaan. Vieze tering ondankbare trut, vieze tering wijf.", en/of - "Bel politie, ik sla je helemaal de tyfus in. Ik heb je gewaarschuwd. Stil stil, ga maar naar boven ga maar slapen. Je moeder is een ondankbare trut. Vies wijf, ondankbare trut. Ondankbaar tering wijf althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Bewijsoverweging De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde. De verdachte heeft de onder 2 tenlastegelegde bedreiging bekend en vrijspraak bepleit voor feit
- Hij heeft daartoe aangevoerd dat hij geen fysiek geweld heeft gebruikt tegenover zijn echtgenote. Het hof overweegt ten aanzien van feit 1 als volgt. De aangeefster heeft op 19 augustus 2024 aangifte gedaan tegen haar echtgenoot, de verdachte. Zij verklaarde dat zij ruzie kreeg met de verdachte, dat het geëscaleerd is en dat hij haar toen heeft bedreigd en mishandeld. De aangeefster heeft – kort gezegd - verklaard dat de verdachte onder meer tegen haar heeft gezegd: “Ik maak je helemaal af, bel maar een ambulance alvast”, “Ondankbare hoertje. Ondankbare hoer dat je bent. Ondankbare tering wijf dat je bent. Jij moet hier blijven, thuis blijven en nergens naar toe en de tyfus ingeslagen worden. Jullie Marokkaanse kut wijven van tegenwoordig. Met jou alleen maar stress en gezeik. Een vies wijf, een ondankbare tering. Een keer helemaal de tyfus in slaan. Vieze tering ondankbare trut, vieze tering wijf" en “Bel politie, ik sla je helemaal de tyfus in. Ik heb je gewaarschuwd”. Ook heeft zij verklaard dat de verdachte haar met het scheenbeen raakte op haar linkerarm. De verdachte heeft haar daarnaast met een vlakke hand op haar linkerwang geraakt, waarna er een worsteling ontstond en de verdachte een met water gevulde plastic fles op haar gooide, die haar lip raakte, waardoor haar lip opzwol en bloedde. De aangeefster heeft een geluidsopname gemaakt van de ruzie tussen haar en de verdachte. De aangifte wordt ondersteund door de bevindingen van de verbalisanten ter plaatse. Door de verbalisanten is waargenomen dat [slachtoffer] huilde, een dikke lip had en dat haar bovenlip roder was dan de rest van haar gezicht. Daar komt bij dat op een geluidsfragment een klap te horen is die klinkt als een platte hand op huid. De dochter van de verdachte heeft uit eigen beweging tegen de politie verteld dat haar moeder drie keer is geschopt door haar vader. Bovendien heeft de verdachte op dat moment zelf tegen de verbalisanten verklaard dat hij en [slachtoffer] elkaar hebben geslagen in het gezicht en op het lichaam. Het hof acht de aangifte in dat licht betrouwbaar en in voldoende mate ondersteund om tot een bewezenverklaring van de tenlastegelegde geweldshandelingen te komen. Dat aangeefster, bijna een jaar later, per mail terugkomt op haar aangifte en vraagt de verdachte niet te veroordelen, maakt dat niet anders. Op grond van vorenstaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde mishandeling en bedreiging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1.hij op 19 augustus 2024 te Amsterdam zijn echtgenote, [slachtoffer] , heeft mishandeld door: te schoppen tegen het lichaam, te slaan in het gezicht, en een fles water, tegen haar gezicht te gooien; 2.hij op 19 augustus 2024 te Amsterdam [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen: "Ik maak je af, bel maar een ambulance alvast", "Ik maak je helemaal af, jij gaat uit mijn leven", "Ondankbare hoertje. Ondankbare hoer dat je bent. Ondankbare tering wijf dat je bent. Jij moet hier blijven, thuis blijven en nergens naar toe en de tyfus ingeslagen worden. Jullie Marokkaanse kut wijven van tegenwoordig. Met jou alleen maar stress en gezeik. Een vies wijf, een ondankbare tering. Een keer helemaal de tyfus in slaan. Vieze tering ondankbare trut, vieze tering wijf.", en "Bel politie, ik sla je helemaal de tyfus in. Ik heb je gewaarschuwd”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: mishandeling. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg tenlastegelegde bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis met aftrek en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie weken met een proeftijd van twee jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. De verdachte heeft verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met zijn persoonlijke omstandigheden. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling en bedreiging van zijn echtgenote – en daarmee huiselijk geweld – door haar te slaan, te schoppen en een plastic waterflesje tegen haar lip te gooien. De mishandeling vond plaats in hun eigen woning. De eigen woning is bij uitstek een plek waar zij zich veilig moet kunnen voelen. Dat geldt ook voor hun minderjarige kinderen, die de ruzie, de bedreigingen en het geweld hebben meegekregen. De verdachte heeft door zijn handelen niet alleen pijn en letsel veroorzaakt en daarmee een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de aangeefster, maar hij heeft ook dat gevoel van veiligheid geschaad waarop de aangeefster en hun kinderen in hun eigen woning moeten kunnen vertrouwen. Het hof rekent dit de verdachte zwaar aan. De verdachte heeft aangevoerd dat hij als zzp’er voor de gemeente werkt in het sociale domein. Een veroordeling zoals door de rechter in eerste aanleg is bepaald zou voor hem financieel grote gevolgen hebben omdat hij dan mogelijk geen Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) meer krijgt. Daarnaast stelt de verdachte dat hij naar aanleiding van het – op vrijwillige basis – volgen van relatietherapie en individuele therapie gericht op emotieregulatie bij De Waag beter om kan gaan met situaties waarin de gemoederen oplopen. Als gevolg hiervan is de relatie tussen de verdachte en de aangeefster ook verbeterd. Gelet op de ernst van de feiten kunnen de door de advocaat-generaal gevorderde straffen in beginsel passend worden geacht. Het hof ziet echter in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om, anders dan de politierechter, geen voorwaardelijke gevangenisstraf, maar wel een hogere taakstraf dan de politierechter op te leggen. Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 100 (honderd) dagen hechtenis. Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, mr. R.A. Boon en mr. N.J.M. de Munnik, in tegenwoordigheid van mr. J.P.M. Veerman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 december
- De jongste raadsheer is buiten staat het arrest te ondertekenen.