beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.355.828/01 NOT nummer eerste aanleg : SHE/2025/8 (en eerder SHE/2024/32) beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 3 februari 2026 inzake [appellant] , wonend te [plaats A] , Verenigd Koninkrijk, appellant, tegen mr. [notaris] , notaris te [plaats B] , geïntimeerde. Partijen worden hierna klager en de notaris genoemd. 1De zaak in het kort Klager komt in hoger beroep van een beslissing van de kamer waarbij het door klager ingediende verzet ongegrond is verklaard. Op grond van artikel 99 lid 19 Wet op het notarisambt (Wna) staat hiertegen geen hoger beroep open. Het hof beslist dat klager geen beroep heeft gedaan op een doorbrekingsgrond en niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep. 2Het geding in hoger beroep 2.1. Klager heeft op 18 juni 2025 een beroepschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de kamer) van 19 mei 2025 tussen partijen gegeven onder bovengenoemd nummer (ECLI:NL:TNORSHE:2025:17). Op 10 oktober 2025 heeft klager dit beroepschrift – met producties – aangevuld. Bij genoemde beslissing heeft de kamer het verzet van klager tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer van 20 januari 2025 ongegrond verklaard. 2.2. De notaris heeft op 28 juli 2025 een verweerschrift bij het hof ingediend. 2.3. Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen. 2.4. De zaak is, uitsluitend op het punt van de ontvankelijkheid, behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 30 oktober 2025. Klager is per videoverbinding gehoord. De notaris is, met berichtgeving vooraf, niet verschenen. Klager heeft het woord gevoerd, deels aan de hand van een pleitnota. Na de mondelinge behandeling heeft klager op dezelfde dag bij het hof zijn pleitnota ingediend. Op 31 oktober 2025 heeft klager bij het hof een schriftelijk stuk ingediend waarin hij een uitgebreider en preciezer antwoord geeft op de tijdens de mondelinge behandeling gestelde vraag van de voorzitter. Op 4 november 2025 heeft het hof klager bericht dat dit stuk, conform het geldende procesreglement, niet meer zal worden toegevoegd aan het procesdossier omdat de mondelinge behandeling reeds gesloten was. Na sluiting van de mondelinge behandeling kunnen geen nadere schriftelijke stukken meer worden overgelegd. 3Ontvankelijkheid 3.1. Klager heeft bij de kamer op 21 november 2024 een klacht ingediend tegen de notaris. De voorzitter van de kamer heeft bij beslissing van 20 januari 2025 de klacht afgewezen. Tegen die beslissing heeft klager tijdig verzet ingesteld bij de kamer. De kamer heeft bij beslissing van 19 mei 2025 het verzet ongegrond verklaard. 3.2. Op grond van het bepaalde in artikel 107 lid 1 Wna staat tegen een beslissing van de kamer op een klacht het rechtsmiddel van hoger beroep bij dit hof open. Artikel 99 Wna bepaalt echter in de leden 11, 15 en 19 - verkort weergegeven en voor zover hier van belang - dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.