GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team 1 zaaknummer : 200.363.915/01 zaaknummer rechtbank Alkmaar : 11954643 \ KG EXPL 25-148 KB Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige burgerlijke kamer van 27 januari 2026 inzake [appellant] wonende te [plaats] , appellant, advocaat: mr. I.C. Andréa te Alkmaar, tegen WONINGSTICHTING VAN ALCKMAER VOOR WONEN gevestigd te Alkmaar, geïntimeerde, advocaat: mr. K. Straathof te Alkmaar. Partijen worden hierna [appellant] en Van Alckmaer genoemd. Tegenwoordig zijn: mr. J.E. van der Werff - voorzitter mr. J.C. Toorman - raadsheer mr. M.J.R. Brons - raadsheer S. van Loo - griffier Verschenen zijn: aan de zijde van appellant: - [naam 1] , bijgestaan door mr. F. Baars, advocaat te Alkmaar, aan de zijde van geïntimeerde: [naam 2] (woonconsulent), [naam 3] (woonconsulent), bijgestaan door mr. Straathof voornoemd. Het geding in hoger beroep Op 22 december 2025 heeft de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, onder bovengemeld zaaknummer een vonnis gewezen (hierna: het bestreden vonnis) in een kort geding tussen Van Alckmaer als eiseres en [appellant] als gedaagde. De kantonrechter heeft [appellant] veroordeeld binnen 10 dagen na betekening van het bestreden vonnis de door hem van Van Alckmaer gehuurde woning aan [A-straat] te [plaats] te ontruimen. De kantonrechter heeft [appellant] in de proceskosten veroordeeld. [appellant] is bij appeldagvaarding van 16 januari 2026 in hoger beroep gekomen van het bestreden vonnis. De appeldagvaarding bevat de grieven en een incidentele vordering. Van Alckmaer heeft op 26 januari 2026 een memorie van antwoord met producties ingediend. [appellant] heeft in de hoofdzaak geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en de vorderingen van geïntimeerde alsnog geheel of gedeeltelijk zal afwijzen. In het incident heeft [appellant] geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal schorsen voor wat betreft de bepaling in onderdeel 5.3 daarvan tot de beslissing in de hoofdzaak. Van Alckmaer heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal bekrachtigen en [appellant] niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn incidentele vordering en zijn hoger beroep, althans zijn incidentele vordering en hoger beroep ongegrond zal verklaren, met veroordeling van [appellant] in de kosten van het hoger beroep, uitvoerbaar bij voorraad. Tijdens de mondelinge behandeling op 27 januari 2026 hebben mrs. Baars en Straathof voornoemd het woord gevoerd. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en vragen van het hof beantwoord. Van het verhandelde op de zitting zijn zittingsaantekeningen gemaakt, die zo nodig in een apart proces-verbaal worden uitgewerkt. Na schorsing en hervatting van de zitting heeft het hof mondeling uitspraak gedaan, die in dit proces-verbaal schriftelijk wordt weergegeven. Beoordeling
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.