afdeling strafrecht parketnummer: 23-001837-23 datum uitspraak: 11 februari 2026 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 19 juni 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-045192-23 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1964, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 januari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 1 november 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [benadeelde partij] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het eenmaal of meermalen (met kracht) - slaan/stompen op/tegen/in het gezicht/hoofd, althans het lichaam van voornoemde [benadeelde partij] en/of - geven van een zogenaamde (elleboog)stoot op/tegen/in het gezicht/hoofd, althans het lichaam van voornoemde [benadeelde partij] . Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het noodweerverweer dat de verdediging ter terechtzitting in eerste aanleg heeft gevoerd, in hoger beroep niet is herhaald. Nu dit verweer wel in het vonnis is opgenomen, is vernietiging naar het oordeel van het hof op haar plaats. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 1 november 2022 te Amsterdam [benadeelde partij] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het meermalen (met kracht) - slaan tegen het gezicht van voornoemde [benadeelde partij] en - geven van een zogenaamde (elleboog)stoot tegen het gezicht/hoofd, van voornoemde [benadeelde partij] . Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: mishandeling. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 70 uren subsidiair 35 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. De raadsvrouw heeft verzocht om een (deels) voorwaardelijke taakstraf op te leggen, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals hij deze ter terechtzitting naar voren heeft gebracht. Oordeel van het hof Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling door het slachtoffer meermalen met een vuistslag tegen het gezicht te slaan en door het slachtoffer een elleboogstoot te geven. De verdachte heeft door zijn handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer, en bij hem pijn en letsel veroorzaakt. Het hof overweegt dat bij de strafoplegging rekening moet worden gehouden met het gedrag van het slachtoffer en de bijzondere omstandigheden waaronder het feit is gepleegd. Het slachtoffer kwam steeds weer terug bij het restaurant van de verdachte, ondanks dat hem meermalen door de verdachte en een andere persoon was verzocht daar weg te gaan. Hierdoor heeft het slachtoffer zich bij herhaling hinderlijk en provocerend gedragen tegenover de verdachte, waardoor naar het oordeel van het hof er sprake is van enige mate van eigen schuld aan de kant van het slachtoffer. Ook heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep spijt betuigd en verklaard dat de mishandeling nooit had mogen gebeuren. In deze omstandigheden ziet het hof aanleiding minder uren taakstraf op te leggen (als uitgangspunt zoals hieronder vermeld) dan de politierechter en voorts een deel van deze taakstraf in voorwaardelijke vorm op te leggen. Het hof acht een taakstraf voor de duur van 60 uur waarvan 20 uur voorwaardelijk in beginsel passend en geboden. Het hof stelt vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, in hoger beroep is overschreden. Op 22 juni 2023 is namens de verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank. Het hof wijst op 11 februari 2026 arrest. Daarmee is de redelijke termijn in hoger beroep met ruim zeven maanden overschreden. Het hof zal de taakstraf, gelet op de geconstateerde overschrijding, matigen tot een taakstraf voor de duur van 54 uur. Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf voor de duur van 54 uur waarvan 20 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar passend en geboden. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 400,00 bestaande uit € 50,00 aan materiële schade en € 350,00 aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep voor het gehele bedrag toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vordering dient te worden toegewezen. De raadsvrouw heeft geen opmerkingen gemaakt wat betreft de vordering ter zake van materiële schade. Ter zake van de immateriële schade heeft de raadsvrouw verzocht rekening te houden met de eigen schuld van de benadeelde partij en daarom de vordering aanzienlijk te beperken tot een bedrag van maximaal € 200,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.