afdeling strafrecht parketnummer: 23-000806-25 datum uitspraak: 24 februari 2026 VERSTEK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 3 april 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-336671-24 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1981, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 februari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde straf – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen na het eventueel instellen van beroep in cassatie zal uitwerken in een aanvulling op dit arrest. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één week met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft onverwachts en zonder toestemming de (boven)benen en billen van het slachtoffer aangeraakt. Dit terwijl zij hem meermalen had gezegd dat hij haar met rust moest laten. Door dit handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Dergelijk gedrag wordt door slachtoffers vaak als vernederend en grensoverschrijdend ervaren en draagt bij aan gevoelens van onveiligheid in het uitgaansleven. De verdachte heeft onvoldoende respect getoond voor de grenzen van een ander. Het hof heeft verder acht geslagen op het gegeven dat de verdachte geen strafblad heeft en op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals die in eerste aanleg naar voren zijn gebracht. Uit dat laatste blijkt dat hij dat hij kampt met psychische problemen waarvoor bij onder behandeling staat en medicatie krijgt. Het hof houdt hiermee in enige mate ten gunste van de verdachte rekening bij het bepalen van de straf. Bij het bepalen van de straf heeft het hof verder in het voordeel van de verdachte en meer dan de rechtbank er rekening mee gehouden dat het hier gaat om een incident van relatief korte duur en dat geen sprake is geweest van verdergaand fysiek geweld. Het hof acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Het hof legt een deel voorwaardelijk op met de bedoeling de verdachte er (extra) van te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 241 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis. Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.C. Bijlsma, mr. T. de Bont en mr. N.E. Kwak in tegenwoordigheid van mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 februari 2026. ========================================================================= […]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.