beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.351.630/01 GDW nummer eerste aanleg : C/13/742909 / DW RK 23/433 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 3 maart 2026 inzake [appellant] , gevestigd te [plaats 1] , appellante, gemachtigde: D.B. Pathak, verbonden aan Stichting Juridisch Centrum, tegen 1 [geïntimeerde 1] , gerechtsdeurwaarder te [plaats 2] , 2. [geïntimeerde 2], voorheen toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [plaats 2] , 3. [geïntimeerde 3], toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [plaats 2] , geïntimeerden. Partijen worden hierna klaagster en de gerechtsdeurwaarders (respectievelijk de gerechtsdeurwaarder sub 1, de gerechtsdeurwaarder sub 2 en de gerechtsdeurwaarder sub 3) genoemd. 1De zaak in het kort Klaagster is bij vonnis veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het vonnis is bij exploot aan klaagster betekend door gerechtsdeurwaarder sub 2. Klaagster is het niet eens met de proceskostenveroordeling en heeft verzocht de executiemaatregelen op te schorten. De opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarders heeft de vordering gehandhaafd. Vervolgens is bankbeslag gelegd op bankrekeningen van klaagster bij twee verschillende banken. In deze tuchtprocedure verwijt klaagster de gerechtsdeurwaarders onder meer dat zij ervan uit mocht gaan dat de vordering niet zou worden geïnd en dat de gerechtsdeurwaarders zonder redelijke noodzaak gelijktijdig beslag hebben gelegd op twee bankrekeningen van klaagster. Het hof is, net als de kamer, van oordeel dat de klacht ongegrond is. 2Het geding in hoger beroep 2.1. Klaagster heeft op 26 februari 2025 een beroepschrift – met bijlage – bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 27 januari 2025 tussen partijen gegeven onder bovengenoemd nummer (ECLI:NL:TGDKG:2025:8). 2.2. De gerechtsdeurwaarders hebben op 13 mei 2025 een verweerschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend. 2.3. Klaagster heeft op 9 december 2025 een aanvullend beroepschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend. Hoewel geen toestemming was gegeven voor het aanvullend beroepschrift, is tijdens de mondelinge behandeling door het hof – met instemming van de gerechtsdeurwaarders – besloten dat het aanvullend beroepschrift (met bijlagen) toch wordt toegestaan. 2.4. Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen. 2.5. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 18 december 2025. Klaagster, vertegenwoordigd door haar gemachtigde, en gerechtsdeurwaarder sub 1 zijn verschenen en hebben het woord gevoerd, gerechtsdeurwaarder sub 1 mede namens gerechtsdeurwaarders sub 2 en 3 en aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota. Gerechtsdeurwaarders sub 2 en 3 zijn niet verschenen. 3Feiten Het hof gaat uit van de volgende feiten, die tussen partijen niet in geschil zijn. 3.1. Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 25 januari 2023 is klaagster veroordeeld in de proceskosten van in totaal € 746,-. 3.2. Bij e-mail van 22 februari 2023 heeft de wederpartij in die procedure klaagster geïnformeerd dat het bedrag van de proceskostenveroordeling nog steeds niet was ontvangen en dat een gerechtsdeurwaarder zou worden ingeschakeld om dat alsnog geïncasseerd te krijgen. Klaagster heeft daarop dezelfde dag geantwoord dat zij de proceskostenveroordeling betwistte en dat zij voornemens was in hoger beroep te gaan. 3.3. Bij exploot van 24 februari 2023 heeft gerechtsdeurwaarder sub 2 het vonnis van 25 januari 2023 aan klaagster betekend met gelijktijdig bevel aan de inhoud te voldoen. 3.4. Bij e-mail van 6 maart 2023 heeft klaagster haar wederpartij (met cc aan gerechtsdeurwaarder sub 1) laten weten dat zij een kortgedingprocedure zou starten tot schorsing van de uitvoerbaarbijvoorraadverklaring van de proceskostenveroordeling. Tevens heeft klaagster verzocht om de executiemaatregelen op te schorten. 3.5. Bij brief van 28 juli 2023 is namens de gerechtsdeurwaarders aan klaagster medegedeeld dat de vordering tot betaling van de proceskosten niet was voldaan en werd aan klaagster aangeboden de vordering in termijnen te betalen. 3.6. Bij e-mail van 7 augustus 2023 is namens klaagster aan de gerechtsdeurwaarders gevraagd te laten weten of de opdrachtgever recentelijk had verzocht de vordering voort te zetten, omdat klaagster had begrepen dat beide partijen hun eigen kosten zouden dragen. 3.7. Bij e-mail van 28 augustus 2023 is namens de gerechtsdeurwaarders aan klaagster medegedeeld dat de opdrachtgever zijn vordering handhaafde. 3.8. Bij e-mail van 21 september 2023 heeft de opdrachtgever de gerechtsdeurwaarders verzocht de executie te starten. 3.9. Op 23 oktober 2023 is beslag gelegd onder Volksbank N.V. en onder ING Bank N.V. ten laste van klaagster. Uit brieven van gerechtsdeurwaarder sub 1 respectievelijk gerechtsdeurwaarder sub 3 aan klaagster blijkt dat beide beslagen geen doel hebben getroffen. 4De klacht De kamer heeft de klacht van klaagster als volgt samengevat. a. Gerechtsdeurwaarder sub 1 is een beruchte gerechtsdeurwaarder die geld int, maar niet afdraagt aan opdrachtgevers, dan wel voor eigen inkomen de vordering voortzet, terwijl de opdrachtgever geen interesse meer heeft in die vordering. Uit veelvuldige communicatie tussen klaagster en gerechtsdeurwaarder sub 1 blijkt dat klaagster er redelijkerwijs van uit mocht gaan dat de vordering niet zou worden geïncasseerd. De e-mail van 28 augustus 2023 is een vervalst bericht. Gerechtsdeurwaarders sub 1 en sub 3 hebben zonder redelijke noodzaak gelijktijdig beslag gelegd op twee bankrekeningen van klaagster. De gerechtsdeurwaarders hebben pas acht maanden na betekening van het vonnis beslag gelegd en hadden het beslag daarom moeten aankondigen. 5Beoordeling 5.1. De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klaagster tegen de gerechtsdeurwaarders op alle onderdelen ongegrond verklaard. Beruchte gerechtsdeurwaarder (klachtonderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.