afdeling strafrecht parketnummer: 23-001898-24 datum uitspraak: 13 januari 2026 VERSTEK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 13 augustus 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-151641-24 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985, thans zonder bekende woon- of verblijfplaats. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 december 2025 en 13 januari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het openbaar ministerie heeft onbeperkt hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft ter terechtzitting kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in het hoger beroep terzake van feit 2, bewezenverklaring van de feiten 1, 3 en 4 en na te noemen beslissingen met betrekking tot de strafoplegging en het beslag. Naar het oordeel van het hof is het hoger beroep ten aanzien van alle vier de ten laste gelegde feiten ontvankelijk. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1.hij op of omstreeks 3 mei 2024 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, zonder registratie een hoeveelheid van ongeveer 45 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende ketamine, in elk geval een werkzame stof, heeft bereid en/of in voorraad heeft gehad; 2.hij op of omstreeks 3 mei 2024 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer 1 kilogram, in elk geval een hoeveelheid hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 3.hij op of omstreeks 3 mei 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 250 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of ongeveer 318 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2C-B, zijnde MDMA en/of 2C-B (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 4.hij op of omstreeks 3 mei 2024 te Amsterdam, een wapen(s), van categorie I, onder 1° of 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen ten aanzien van onder meer de bewezenverklaring komt dan de rechtbank. Vrijspraak feit 2 De advocaat-generaal heeft ter zitting verklaard dat het hoger beroep zich niet richt tegen de vrijspraak voor dit feit. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte onder 2 is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1.hij op 3 mei 2024 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk, zonder registratie een hoeveelheid van ongeveer 45 kilogram ketamine, in elk geval een werkzame stof in voorraad heeft gehad; 3.hij op 3 mei 2024 te Amsterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 250 gram MDMA en 318 gram van een materiaal bevattende 2C-B, zijnde telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; 4.hij op 3 mei 2024 te Amsterdam, een wapen, van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad. Hetgeen onder 1, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 3 en 4 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 38, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet Het onder 3 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Het onder 4 bewezenverklaarde levert op: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1, 3 en 4 bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 3 en 4 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van 2 jaren. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in voorraad hebben van 45 kilogram ketamine zonder de daartoe vereiste registratie, en het voorhanden hebben van 250 gram MDMA en 318 gram van een stof bevattende 2C-B, alsmede een ploertendoder. De hoeveelheid aangetroffen ketamine duidt er op dat deze bestemd was voor verdere verspreiding en handel. Het zonder registratie in voorraad hebben van ketamine, een stof die bestemd is om - onder strikte voorwaarden- als geneesmiddel te worden gebruikt, leidt tot ongecontroleerd bezit en potentieel gebruik van dit middel hetgeen, gelet op het bij niet medisch/professioneel gebruik schadelijke karakter hiervan, onwenselijk is. Zowel het ongecontroleerd gebruik van ketamine als het gebruik van MDMA en 2C-B is schadelijk voor de gezondheid van de gebruikers. Bovendien gaat de handel in en het gebruik van deze middelen vaak gepaard met andere strafbare feiten en geweld. Door een ploertendoder voorhanden te hebben heeft de verdachte zich daarnaast schuldig gemaakt aan het overtreden van de Wet wapens en munitie. Het voorhanden hebben van een verboden wapen brengt onaanvaardbare risico’s voor de veiligheid van personen met zich. Het hof heeft kennisgenomen van het reclasseringsadvies van Tactus Reclassering Zwolle van 21 juni 2024 en het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 4 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.