Gerechtshof Amsterdam – ECLI:NL:GHAMS:2026:989
GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team 1 zaaknummer : 200.349.075/01 zaaknummer rechtbank Noord-Holland:10847979 \ CV EXPI. 23-8270 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige burgerlijke kamer van 2 april 2026 inzake 1. [appellant 1] , 2. [appellant 2] , beiden wonend te [woonplaats] , gemeente [gemeente] , appellanten, advocaat: mr. J.Chr. Rube te Amsterdam, tegen AMVEST RCF CUSTODIAN B.V., gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde, advocaat: mr. P.B. Gaasbeek te 's-Gravenhage.
Partijen worden hierna [appellanten] . en Amvest genoemd Tegenwoordig zijn: mr. M.A. Wabeke - voorzitter mr. F.J. van de Poel - raadsheer mr. M.J.R. Brons - raadsheer G.M. Schouten - griffier Verschenen zijn:
Bij vonnis van 11 september 2024, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [appellanten] . als eisers en Amvest als gedaagde, heeft de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland de vorderingen van [appellanten] . afgewezen en hen uitvoerbaar bij voorraad veroordeeld in de kosten van het geding, met rente en nakosten. [appellanten] . zijn bij appeldagvaarding van 29 november 2024 in hoger beroep gekomen tegen dit vonnis. De zaak is op de rolzitting van 17 december 2024 aangebracht. Bij arrest van 14 januari 2025 heeft het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen gelast. Deze zitting heeft op 11 maart 2025 plaatsgevonden. Bij die gelegenheid hebben [appellanten] . nog een productie ingediend. Partijen hebben toen geen minnelijke regeling getroffen. Het proces-verbaal van die zitting bevindt zich bij de stukken.
Vervolgens hebben [appellanten] . op 20 mei 2025 een memorie van grieven met producties genomen.
Amvest heeft op 29 juli 2025 een memorie van antwoord met producties genomen. [appellanten] . hebben geconcludeerd dat het hof - uitvoerbaar bij voorraad - het bestreden vonnis vernietigt, de vordering van [appellanten] . alsnog toewijst en Amvest veroordeelt om al hetgeen [appellanten] . ter uitvoering van het bestreden vonnis aan Amvest hebben voldaan aan [appellanten] . terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, met veroordeling van Amvest in de proceskosten van beide instanties.
Amvest heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis bekrachtigt, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [appellanten] . in de proceskosten vermeerderd met de wettelijke rente.
Tijdens de mondelinge behandeling op 2 april 2026 hebben mrs. Rube en Gaasbeek voornoemd het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen die zijn overgelegd. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en vragen van het hof beantwoord.
Van het verhandelde op de zitting zijn zittingsaantekeningen gemaakt, die zo nodig in een apart proces-verbaal schriftelijk worden uitgewerkt.
Na een schorsing en hervatting van de zitting heeft het hof mondeling uitspraak gedaan, die in dit proces-verbaal schriftelijk wordt weergegeven.
De zaak in het kort [appellanten] . huren in de vrije sector een woning van Amvest. Het wooncomplex waarin de woning zich bevindt, is aangesloten op een duurzame warmtevoorziening in de vorm van een WKO-installatie. Bij aanvang van de huurovereenkomst is aan [appellanten] . kenbaar gemaakt dat de WKO-installatie door een derde wordt geëxploiteerd en dat [appellanten] . met die derde een leveringsovereenkomst moeten afsluiten. De huurovereenkomst bevat een verplichting daartoe in artikel 17 lid 2. [appellanten] . vinden dat de WKO-installatie een onroerende aanhorigheid is in de zin van artikel 7:233 BW en dat de vaste kosten daarvan op grond van artikel 7:237 lid 2 BW in de huurprijs zijn verdisconteerd. Omdat zij deze vaste kosten betalen aan de derde met wie zij de leveringsovereenkomst hebben gesloten, vinden zij dat zij die kosten dubbel betalen, dat Amvest ongerechtvaardigd is verrijkt en dat artikel 17 lid 2 van de huurovereenkomst nietig is. De kantonrechter heeft de op deze stellingen gebaseerde vorderingen afgewezen, op de grond dat de WKO-installatie in dit geval geen onroerende aanhorigheid is. Het hof heeft dit vonnis bekrachtigd, maar op grond van het feit dat het hier om geliberaliseerde huur gaat en partijen niet zijn gebonden aan (de wettelijke definitie van de huurprijs in) artikel 7:237 lid 2 BW. [appellanten] . betalen voor de levering van warmte niets aan Amvest. Amvest is niet verrijkt en [appellanten] . zijn niet verarmd.
Beoordeling Feiten 1. Het hof gaat uit van de door de kantonrechter vastgestelde feiten, omdat die in hoger beroep niet zijn betwist, zij het dat [appellanten] . met hun eerste grief hebben aangevoerd dat de omschrijving van de WKO-installatie niet volledig is. [appellanten] . hebben echter geen belang bij die grief, gelet op hetgeen hierna wordt geoordeeld.
Het hoger beroep heeft geen succes 2. Het hoger beroep van [appellanten] . heeft geen succes. Dat oordeel berust op het volgende.
Slotsom 10. Gelet op deze uitkomst behoeven de grieven voor het overige geen bespreking. Het bestreden vonnis wordt bekrachtigd. [appellanten] . worden als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten in het hoger beroep.
Beslissing Het hof: bekrachtigt het bestreden vonnis; veroordeelt [appellanten] . in de proceskosten van het hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Amvest begroot op € 798,- aan verschotten en € 2.580,- (twee punten à € 1.290,-) voor salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na deze uitspraak aan de kostenveroordeling is voldaan; verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat conform art. 29a lid 3 Rv is ondertekend door de voorzitter. -------------------------------- voorzitter