← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2013:10463

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-004771-11 Uitspraak d.d.: 21 november 2013 TEGENSPRAAK Verkort Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 1 april 2011 met parketnummer 13-400983-09 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986, Zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 7 november 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek en tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij zoals gevorderd. Deze vordering van de advocaat-generaal is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr A.R.A.R. Sitaldin, naar voren is gebracht. Tevens heeft het hof kennis genomen van hetgeen door de benadeelde partij, [benadeelde] , naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep tenlastegelegd dat: 1. primair: hij op of omstreeks 13 juni 2009 te [plaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan [benadeelde] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten letsel in het gezicht en/of een zwelling op het (rechter)jukbeen en/of een hevig bloedende neus en/of een (snij)wond op de neus) heeft/hebben toegebracht, door voornoemde [benadeelde] met dat opzet (met kracht) met een of meer vuist(

  1. en)(meermalen) in/op/tegen het hoofd/gelaat te stompen en/of te slaan en/of (met kracht) met een of meer voet(
  2. en)(meermalen) in/op/tegen het hoofd/gelaat en/of het lichaam te schoppen en/of te slaan (terwijl die [benadeelde] op de grond lag); 1. subsidiair: hij op of omstreeks 13juni 2009 te [plaats] , in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan [benadeelde] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, (met kracht) met een of meer vuist(
  3. en)(meermalen) in/op/tegen het hoofd/gelaat heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of (met kracht) met een of meer voet(
  4. en)(meermalen) in/op/tegen het hoofd/gelaat en/of het lichaam heeft/hebben geschopt en/of geslagen (terwijl die [benadeelde] al op de grond lag), terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid; 1. meer subsidiair: hij op of omstreeks 13juni 2009 te [plaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde] ), (met kracht) met een of meer vuist(
  5. en)(meermalen) in/op/tegen het hoofd/gelaat heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of (met kracht) met een of meer voet(
  6. en)(meermalen) in/op/tegen het hoofd/gelaat en/of het lichaam heeft/hebben geschopt en/of geslagen (terwijl die [benadeelde] al op de grond lag), waardoor voornoemde [benadeelde] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; 2: hij op of omstreeks 13 juni 2009 te [plaats] , in elk geval in Nederland, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, [locatie] , in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde] , welk geweld bestond uit het (met kracht) schoppen en/of trappen op/tegen het (voor)wiel van de fiets en/of (met kracht) stompen en/of slaan met een of meer vuist(
  7. en)een of meermalen in/op/tegen het hoofd/gelaat en/of (met kracht) schoppen en/of slaan met een of meer voet(
  8. en)een of meermalen in/op/tegen het hoofd/gelaat en/of het lichaam (terwijl die [benadeelde] op de grond lag). Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Bewezenverklaring Op 13 juni 2009 liep [benadeelde] met zijn fiets over [locatie] in [plaats] . Hij zag een drietal Engels sprekende jongens. Eén van die jongens schopte tegen het voorwiel van zijn fiets. [benadeelde] sprak die jongens daar op aan en werd vervolgens door één van de jongens in het gezicht geslagen. [benadeelde] kwam ten val en werd, terwijl hij op de grond lag, in zijn gezicht en tegen het lichaam getrapt. Getuigen hebben gezien hoe [benadeelde] door een drietal mannen werd geslagen en geschopt. Toen het drietal wegrende zijn de getuigen achter hen aangegaan. Het hof leidt uit de getuigenverklaringen waaraan het geloof hecht af dat de drie personen die vervolgens zeer korte tijd daarna door de politieambtenaren - die van de andere kant kwamen - zijn aangehouden dezelfde personen zijn die [benadeelde] hebben mishandeld. Eén van hen is verdachte. Daaraan doet niet af dat niet alle getuigen gelijkluidend hebben verklaard. Aangever [benadeelde] heeft als gevolg van dit feit letsel opgelopen, bestaande uit een bloeduitstorting onder het rechter oog, een oppervlakkige schaafwond op de neusbrug en een forse zwelling van de neusbrug. [benadeelde] had pijn aan zijn neus en hij had hoofdpijn. Het hof is van oordeel dat verdachte en zijn mededaders door [benadeelde] met zijn drieën meermalen te schoppen en te slaan, ook toen het slachtoffer al op de grond lag, zich schuldig hebben gemaakt aan het medeplegen van een poging tot zware mishandeling en nu het geweld is gepleegd op de openbare weg, aan openlijke geweldpleging. Het hof leidt het opzet in het bijzonder af uit de aard van de gedragingen van de daders, waaronder het slaan en schoppen, de omstandigheid dat het slachtoffer op de grond was gevallen en de plaatsen waar het slachtoffer is getroffen en de intensiteit van de gedragingen van de verdachten. Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen -slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1 subsidiair: hij op of omstreeks 13 juni 2009 te [plaats] , in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen aan [benadeelde] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, (met kracht) met een of meer vuist(
  9. en)(meermalen) in/op/tegen het hoofd/gelaat heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of (met kracht) met een of meer voet(
  10. en)(meermalen) in/op/tegen het hoofd/gelaat en/of het lichaam heeft/hebben geschopt en/of geslagen (terwijl [benadeelde] al op de grond lag), terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid. 2: hij op of omstreeks 13 juni 2009 te [plaats] , in elk geval in Nederland, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, [locatie] , in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde] , welk geweld bestond uit het met (kracht) schoppen en/of trappen op/tegen het (voor)wiel van defiets en/of (met kracht) stompen en/of slaan met een of meer vuist(
  11. en)een of meermalen in/op/tegen het hoofd/gelaat en/of (met kracht) schoppen en/of slaan met een of meer voet(
  12. en)een of meermalen in/op/tegen het hoofd/gelaat en/of het lichaam (terwijl) die [benadeelde] op de grond lag. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 subsidiair en 2 bewezen verklaarde levert op: Eendaadse samenloop van: medeplegen van poging tot zware mishandeling. en openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan een ernstig feit. Het slachtoffer werd geslagen en geschopt, ook toen hij al op de grond lag. Dergelijk zinloos geweld draagt bij aan een gevoel van onveiligheid in de samenleving in het algemeen en bij het slachtoffer in het bijzonder. Bij de oplegging van de straf heeft het hof in het voordeel van verdachte tevens rekening gehouden met het tijdsverloop sinds de datum waarop het feit is gepleegd. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1 .349,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 subsidiair en 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen. Het hof merkt op dat het de schade aan de spijkerbroek ex aequo et bono heeft vastgesteld. Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 47, 55, 141 en 302 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 subsidiair en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het onder I subsidiair en 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van €1.209,00 (duizend tweehonderdnegen euro) bestaande uit € 659,00 (zeshonderdnegenenvijftig euro) materiële schade en € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij. Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële en immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 juni 2009 tot aan de dag der algehele voldoening. Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , een bedrag te betalen van€ 1.209,00 (duizend tweehonderdnegen euro) bestaande uit€ 659,00 (zeshonderdnegenenvijftig euro) materiële schade en€ 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 22 (tweeëntwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft. Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële en immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 juni 2010 tot aan de dag der algehele voldoening. Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen. Bepaalt dat indien en voor zover de mededader van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat. Aldus gewezen door mr J.A.W. Lensing, voorzitter, mr R.H. Koning en mr M. Keppels, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr C.J. Broersma, griffier, en op 21 november 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.