GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummers: 12/00607 en 12/00608 uitspraakdatum: 2 juli 2013 uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 18 september 2012, nummers AWB 12/1778 en 12/1779, in het geding tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar van de gemeente Barneveld (hierna: de heffingsambtenaar) 1Ontstaan en loop van het geding 1.1 De heffingsambtenaar heeft belanghebbende voor de jaren 2009 en 2011 aanslagen forensenbelasting ten bedrage van respectievelijk € 276,90 en € 227,10 opgelegd in verband met het voor haarzelf of haar gezin beschikbaar houden van een gemeubileerde woning gelegen aan de[a-straat 1] te [Q] (hierna: de woning). 1.2 Op de bezwaarschriften van belanghebbende tegen de onder 1.1. genoemde aanslagen, alsmede tegen de onderliggende WOZ-beschikkingen, heeft de heffingsambtenaar bij uitspraken op bezwaar de bezwaren ongegrond verklaard en de aanslagen gehandhaafd. 1.3 Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Arnhem (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft de beroepen bij uitspraak van 18 september 2012 ongegrond verklaard. 1.4 Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. 1.5 Tot de stukken van het geding behoort, naast de hiervoor vermelde stukken, het van de Rechtbank ontvangen dossier dat op deze zaak betrekking heeft. 1.6 Het onderzoek ter zitting in hoger beroep heeft plaatsgehad op 13 februari 2013 te Arnhem. Aldaar is verschenen belanghebbende, bijgestaan door [A]. Namens de heffingsambtenaar zijn verschenen [.]. De gemachtigde van belanhghebbende heeft ter zitting een pleitnota overgelegd. 1.7 Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt. Een afschrift hiervan is aan deze uitspraak gehecht. 2Feiten 2.1 In de jaren 2009 en 2011 heeft belanghebbende de beschikking over de woning. Zij heeft de woning in september 2007 gekocht voor € 58.000. De woning betreft een gemeubileerddat chalet op een recreatiepark met een inhoud van circa 140 m³, dat is voorzien van wielen en in beginsel kan worden verplaatst. De woning wordt ondersteund door losse houten blokken. Rondom de onderzijde van de woning zijn losse stenen geplaatst. De woning is aangesloten op water, gas, elektra en de tv-kabel. Vanuit de woning wordt afvalwater afgevoerd op het rioolsysteem van het recreatiepark dat uitmondt op het rioleringssysteem van de gemeente Barneveld. 2.2 Belanghebbende houdt de woning in 2009 en 2011 voor meer dan 90 dagen per kalenderjaar beschikbaar voor haarzelf of haar gezin. De woning wordt niet verhuurd aan derden. 2.3 Permanente bewoning van de woning is op grond van gemeentelijk beleid niet toegestaan. 2.4 De grond waarop de woning is geplaatst, is sinds september 2007 eigendom van de heer [A](hierna: [A]) wonende te [R] Hij heeft de grond gekocht voor een bedrag van € 39.500. 2.5 De door de heffingsambtenaar gehanteerde maatstaf van heffing ter vaststelling van de hoogte van de aanslagen forensenbelasting is de waarde die voor de onderhavige jaren in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) voor de grond en de woning tezamen bij beschikking is vastgesteld (hierna: WOZ-waarden), te weten respectievelijk € 82.000 voor het kalenderjaar 2009 (naar de waardepeildatum 1 januari 2008) en € 76.000 voor het kalenderjaar 2011 (naar de waardepeildatum 1 januari 2010). 2.6 De WOZ-waarden zijn door de heffingsambtenaar bekendgemaakt aan [A]. 2.7 Belanghebbende heeft in 2009 en 2011 haar hoofdverblijf te [Z] 3Geschil In geschil is of de aanslagen forensenbelasting terecht en tot een juist bedrag zijn opgelegd. 4Beoordeling van het geschil 4.1 Artikel 223, lid 1, van de Gemeentewet luidt als volgt: “Er kan een forensenbelasting worden geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er gedurende het belastingjaar meer dan negentig malen nachtverblijf houden, anders dan als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of bejaarden, of er op meer dan negentig dagen van dat jaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.” 4.2 Ingevolge artikel 2, lid 1, van de Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2009 (hierna: de Verordening) wordt onder de naam “forensenbelasting” een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. 4.3 Op grond van artikel van 4, lid 1, van de Verordening wordt, indien de woning deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ en waarvoor op grond van hoofdstuk IV van die Wet voor die onroerende zaak een waarde is vastgesteld, de belasting geheven naar de voor die onroerende zaak vastgestelde WOZ-waarde, zoals die geldt voor het belastingjaar. Artikel 6 van de Verordening bepaalt dat het belastingjaar gelijk is aan het kalenderjaar. De Verordening geldt ook voor het belastingjaar 2011. 4.4 Vaststaat dat belanghebbende de woning in 2009 en 2011 het gehele belastingjaar, en dus meer dan 90 dagen, beschikbaar heeft gehouden. Dit betekent dat het belastbare feit, zoals omschreven in de Verordening, zich heeft voorgedaan. Het gegeven dat de gemeente Barneveld geen permanente bewoning van de woning toestaat, doet daaraan niet af. 4.5 Belanghebbende heeft gesteld dat de heffingsambtenaar is uitgegaan van onjuiste objectafbakening. Het Hof wijst in verband daarmee op zijn uitspraak van 1 maart 2011, nrs. 10/00402 en 10/00403. Daarin is met betrekking tot dezelfde woning en grond gezamenlijk (hierna: het object) vastgesteld dat de heffingsambtenaar van een juiste objectafbakening is uitgegaan. Het Hof ziet geen aanleiding daarover thans anders te oordelen. Het Hof concludeert dat het object moet worden aangemerkt als één onroerende zaak en dat [A] daarvan krachtens eigendom genothebbende is in de zin van de Wet WOZ. 4.6 Belanghebbende heeft aangevoerd dat de WOZ-waarde voor het belastingjaar 2011 te hoog is vastgesteld en heeft daartoe gesteld dat de heffingsambtenaar geen of onvoldoende rekening heeft gehouden met (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.