← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2013:5286

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.117.737 (zaaknummer rechtbank Utrecht 828737) beschikking van de familiekamer van 18 juli 2013 inzake [verzoekster ] , wonende te [woonplaats] ,verzoekster in het hoger beroep, verder te noemen: de echtgenote, advocaat: mr. H.G. Wubbeling te Utrecht en [belanghebbende 1] , wonende te [woonplaats] , verder te noemen: de betrokkene, en [Curator] , werkzaam bij Bewindvoerderskantoor [B] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , verder te noemen: de curator. Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt: [belanghebbende 2] , wonende te [woonplaats] , verder te noemen: de moeder en [belanghebbende 3] , wonende te [woonplaats] , broer van betrokkene en [belanghebbende 4] , wonende te [woonplaats] , vriendin van [belanghebbende 3] en [belanghebbende 5] , wonende te [woonplaats] , broer van betrokkene en [belanghebbende 6] , wonende te [woonplaats] , broer van betrokkene en [belanghebbende 7] , wonende te [woonplaats] , zus van betrokkene en [belanghebbende 8] , wonende te [woonplaats] , zus van betrokkene en [belanghebbende 9] , wonende te [woonplaats] , zus van betrokkene en [belanghebbende 10] , wonende te [woonplaats] , zus van betrokkene en [belanghebbende 11] , wonende te [woonplaats] , zus van betrokkene. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Utrecht van 20 september 2012, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift, ingekomen op 26 november

  1. 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 14 mei 2013 plaatsgevonden. De echtgenote is in persoon verschenen, bijgestaan door haar advocaat. Ook is verschenen de moeder. [Curator] is zonder nader bericht vooraf niet verschenen. 2.3 Na de mondelinge behandeling heeft een van de leden van het hof op 28 mei 2013 betrokkene gehoord. 2.4 Na de mondelinge behandeling is met toestemming van het hof op 29 mei 2013 binnengekomen een brief van 28 mei 2013 van mr. Wubbeling met bijlagen. 2.5 Gelet op artikel CIII van de Wet herziening gerechtelijke kaart (Staatsblad 2012, 313) wordt in deze voor 1 januari 2013 aanhangig gemaakte zaak uitspraak gedaan door het hof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem. 3De vaststaande feiten 3.1 Betrokkene is geboren op [geboortedatum]
  2. Verzoekster is de echtgenote van betrokkene. 3.2 Bij beschikking van 19 oktober 2011 heeft de rechtbank betrokkene onder curatele gesteld met benoeming van [belanghebbende 5] als curator. 3.3 Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 7 augustus 2012, heeft [belanghebbende 3] verzocht [belanghebbende 5] te ontslaan als bewindvoerder van betrokkene. 3.4 Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking heeft de kantonrechter, voor zover thans van belang, [belanghebbende 3] niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek, ambtshalve [belanghebbende 5] ontslagen als curator van betrokkene en [Curator] tot curator benoemd. 4De omvang van het geschil 4.1 In geschil is de benoeming van [Curator] tot curator van betrokkene. 4.2 De echtgenote is met 3 grieven in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van 20 september
  3. 5De motivering van de beslissing 5.1 Op grond van 1:383 lid 2 en lid 3 BW volgt de rechter bij de benoeming van de curator de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. Ingevolge het derde lid van voornoemd artikel wordt, tenzij lid 2 is toegepast, indien de betrokkene is gehuwd, een geregistreerd partnerschap is aangegaan of anderszins een levenspartner heeft, bij voorkeur de echtgenoot, geregistreerd partner, dan wel een andere levensgezel tot curator benoemd. Is het voorgaande niet van toepassing, dan wordt bij voorkeur een van zijn ouders, kinderen, broers of zusters tot curator benoemd. 5.2 De echtgenote stelt in haar eerste grief dat de wet de voorkeur geeft aan benoeming van de echtgenote tot curator. Door zonder nadere motivering [Curator] te benoemen heeft de rechtbank geen gevolg gegeven aan de wet. Er zijn geen redenen waarom de echtgenote ongeschikt zou zijn op te treden als curator. De echtgenote stelt in haar tweede grief dat de benoeming van een onafhankelijke curator veel kosten met zich meebrengt en tot gevolg heeft dat ook de echtgenote de gevolgen van de curatele ondervindt. Daar komt bij dat een onafhankelijke curator niet steeds bereikbaar is indien spoedeisende beslissingen genomen dienen te worden op het gebied van verzorging, verpleging en behandeling van betrokkene. Ten slotte stelt de echtgenote in haar derde grief dat benoeming van een onafhankelijk curator een zwaardere ingreep is in het gezinsleven van betrokkene dan noodzakelijk en dus in strijd is met artikel 8 EVRM. Voor zover er twijfels zijn aan de capaciteiten van betrokkene om te voldoen aan de op een curator rustende verantwoordingsplicht heeft zij bijstand van Cumulus Welzijn en heeft ook de familie van betrokkene voldoende kennis om haar bij te staan. Subsidiair verzoekt de echtgenote de moeder van betrokkene tot curator te benoemen. 5.3 Op 28 mei 2013 heeft het hof betrokkene gehoord en hem onder meer gevraagd naar zijn uitdrukkelijke voorkeur voor de benoeming van een curator. Betrokkene heeft aangegeven zich goed te voelen bij benoeming van zijn echtgenote en/of moeder tot curator. Betrokkene, diens echtgenote en moeder hebben mede aangegeven dat de echtgenote en de moeder beiden tot curator kunnen worden benoemd, zodat zij gezamenlijk de belangen van betrokkene kunnen behartigen. 5.4 Het hof overweegt als volgt. In de onderhavige situatie leven betrokkene, die zowel lichamelijke als geestelijke beperkingen heeft, zijn echtgenote en zijn moeder reeds jarenlang in gezinsverband samen. De echtgenote en de moeder dragen, samen met andere familieleden, de zorg voor betrokkene. Benoeming van een broer van betrokkene heeft tot onenigheid binnen de familie geleid. De familieleden hebben aangegeven dat zij allen wel kunnen instemmen met benoeming van de moeder tot curator van betrokkene. 5.5 Uit artikel 1:383 BW volgt dat de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene wordt gevolgd, dan wel dat bij voorkeur de echtgenote van de betrokkene of een van zijn ouders, broers of zussen tot curator wordt benoemd. Het hof ziet in het onderhavige geval geen redenen om van het voorgaande af te wijken en tot benoeming van een onafhankelijk curator over te gaan. Het hof acht het evenwel bezwaarlijk dat de echtgenote van betrokkene de Nederlandse taal nog slechts in beperkte mate beheerst en dat zij wel kan lezen en schrijven, maar vooralsnog alleen in het Arabisch. De moeder van betrokkene beheerst de Nederlandse taal in grotere mate en is in staat gebleken haar eigen financiën en de financiën van betrokkene zelfstandig – en zo nodig met hulp van derden – te beheren. Het hof acht het eveneens bezwaarlijk alleen de moeder tot curator toe benoemen, omdat dit in de praktijk betekent dat zij dan ook de financiën van de echtgenote – die niet onder curatele staat – zal beheren. 5.6 Uit het bepaalde in artikel 1:383 Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat de wetgever is uitgegaan van benoeming van één persoon tot curator. Aangenomen moet worden dat het — in het belang van de curandus — voorkomen van onenigheid tussen de curatoren het oogmerk van de wetgever is geweest bij de regeling dat slechts één curator kan worden benoemd. De onderhavige situatie wordt echter daardoor gekenmerkt dat betrokkene, zijn echtgenoot en moeder samenleven in gezinsverband. De echtgenote en de moeder voelen zich zeer betrokken bij en verantwoordelijk voor betrokkene en betrokkene voelt zich daar in alle opzichten goed bij. De in art. 1:383 BW besloten liggende regel dat slechts één curator kan worden benoemd is een inmenging in de zin van art. 8 EVRM in een geval als het onderhavige dat daardoor wordt gekenmerkt dat betrokkene wegens zijn lichamelijke en geestelijke beperking de zorg van de echtgenote en moeder waarmee hij in gezinsverband samenleeft nodig blijft houden en de echtgenote en moeder die zorg op dezelfde wijze als voorheen (willen) voortzetten, terwijl vaststaat dat zowel betrokkene als diens echtgenote en moeder wensen dat de echtgenote en de moeder gezamenlijk tot curator worden benoemd. Voorts zijn bij het benoemen van zowel de echtgenote als de moeder tot curator alleen de belangen van henzelf en de betrokkene betrokken, terwijl tevens vaststaat dat zij allen wensen dat de echtgenote en de moeder gezamenlijk tot curator worden benoemd. Tegen de achtergrond van de rechtspraak van het EHRM waarin aan het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven, neergelegd in art. 8 EVRM, verstrekkende betekenis is toegekend, en in aanmerking genomen hetgeen hiervoor is overwogen en de omstandigheid dat voorzien is in een wettelijke regeling tot benoeming van twee of meer bewindvoerders bij de onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen (art. 1:437 BW), moet worden aangenomen dat in voormeld oogmerk van de wetgever in een geval als hiervoor omschreven niet meer een rechtvaardiging als bedoeld in lid 2 van art. 8 EVRM kan worden gevonden voor evenvermelde inmenging in het door lid 1 van die bepaling beschermde gezinsleven. 5.7 Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat gezamenlijke benoeming van zowel de echtgenote als de moeder in het belang is van de betrokkene. Het hof zal de bestreden beschikking vernietigen en oordelen als volgt. 6De beslissing Het hof, beschikkende in hoger beroep: vernietigt de beschikking van de rechtbank Utrecht van 20 september 2012 voor zover het betreft de benoeming van [Curator] tot curator met ingang van heden en opnieuw beschikkende: benoemt met ingang van heden tot curatoren: [verzoekster ] , wonende te [woonplaats] aan de [adres] en [belanghebbende 2] , wonende te [woonplaats] aan de [adres] ; bepaalt dat de ontheven curator rekening en verantwoording dient af te leggen aan de opvolgende curatoren; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Krijger, M.L. van der Bel en A. Roelvink-Verhoeff en is op 18 juli 2013 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.