← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2013:5788

Beschikking d.d. 30 juli 2013 Zaaknummer 200.124.649 HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN Beschikking in de zaak van [appellante] , wonende op een geheim adres, appellante, hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. F. Putmans-de Kok, kantoorhoudende te Veghel, tegen de Raad voor de Kinderbescherming, kantoorhoudende te Groningen, geïntimeerde, hierna te noemen: de raad. Belanghebbenden: 1 [de vader], wonende te [woonplaats], hierna te noemen: de vader, 2Bureau Jeugdzorg Drenthe, kantoorhoudende te Assen, hierna te noemen: BJZ, 3 [de pleegouders van kind 1], wonende te Groningen, hierna te noemen: de pleegouders van [kind 1], 4 [de pleegouders van kind 2], wonende te Annen, hierna te noemen: de pleegouders van [kind 2]. Het geding in eerste aanleg Bij beschikking van 9 januari 2013 (zaaknummer 95177/FA RK 12-2569) heeft de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, de moeder en de vader ontheven van het gezag over de minderjarigen [kind 1] (hierna: [kind 1]), geboren [in 2000] en [kind 2] (hierna: [kind 2]), geboren [in 2001], beide geboren in de gemeente [gemeente], en de voogdij over [kind 1] en [kind 2] opgedragen aan BJZ. Het geding in hoger beroep Bij beroepschrift, binnengekomen bij de griffie op 4 april 2013, heeft de moeder verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de beschikking van 9 januari 2013 te vernietigen en opnieuw beslissende: af te wijzen het verzoek van de raad dat de moeder wordt ontheven van het ouderlijk gezag over [kind 1] en [kind 2], zodat zij belast blijft met het ouderlijk gezag over hen; af te wijzen het verzoek tot benoeming van BJZ tot voogd over [kind 1] en [kind 2]; de raad te veroordelen in de kosten van de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep. Bij verweerschrift, binnengekomen bij de griffie op 15 mei 2013, heeft de raad het verzoek van de moeder bestreden en verzocht de bestreden beschikking te bekrachtigen en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Het hof heeft voorts kennisgenomen van een journaalbericht met bijlage, binnengekomen bij de griffie van het hof op 3 mei 2013, van mr. Putmans-de Kok. Op 16 juli 2013 is [kind 1] gehoord door een raadsheer-commissaris. Ter zitting van 18 juli 2013 is de zaak behandeld. Verschenen zijn de moeder en haar advocaat, de heer J. Scholte Aalbes namens de raad, mevrouw [namens de raad] namens BJZ, de pleegouders van [kind 1], bijgestaan door de heer [pleegzorgwerker] (pleegzorgwerker) en de pleegouders van [kind 2]. De beoordeling De vaststaande feiten

  1. Uit de affectieve relatie tussen de ouders zijn [kind 1] en [kind 2] geboren. [kind 1] is dertien jaar en [kind 2] is elf jaar. De moeder en de vader oefenden gezamenlijk het gezag uit over de kinderen.
  2. [kind 1] en [kind 2] zijn op 27 juni 2007 onder toezicht gesteld van BJZ. Op 31 december 2008 zijn machtigingen tot uithuisplaatsing van [kind 1] en [kind 2] verleend. Voormelde kinderbeschermingsmaatregelen zijn telkens verlengd.
  3. [kind 1] en [kind 2] verblijven sinds 2009 in perspectiefbiedende pleeggezinnen.
  4. Bij verzoek van 27 september 2012 heeft de raad verzocht de ouders te ontheffen van het gezag over [kind 1] en [kind 2] en BJZ tot voogd te benoemen.
  5. Bij de bestreden - niet uitvoerbaar bij voorraadverklaarde - beschikking is het verzoek van de raad toegewezen. De moeder is hiertegen in hoger beroep gekomen. De ontheffing van het gezag
  6. Het hof overweegt op basis van de stukken en de behandeling ter zitting van het hof het volgende. In het gezin van de ouders - en later in het gezin van moeder alleen - heeft het [kind 1] en [kind 2] in ernstige mate aan basisveiligheid en basisverzorging ontbroken. De kinderen zijn op jonge leeftijd langere tijd in emotioneel en fysiek opzicht ernstig verwaarloosd geweest. De kinderen hebben melding gemaakt van geweld en seksueel misbruik in het gezin. De kinderen zijn getraumatiseerd en laten ernstige gedragsproblemen zien. [kind 1] en [kind 2] zijn ernstig beschadigde kinderen en ondervinden tot op heden de gevolgen daarvan in hun dagelijkse leven. Desondanks zijn zowel [kind 1] als [kind 2] in staat geweest om in hun pleeggezinnen een positieve ontwikkeling door te maken. Het hof overweegt dat het van belang is dat in hun opvoedingssituatie een grote mate van stabiliteit en veiligheid is gewaarborgd.
  7. Anders dan de moeder heeft gesteld is het hof van oordeel dat zowel binnen als buiten het gedwongen kader van de kinderbeschermingsmaatregelen voldoende en adequate hulp en ondersteuning is geboden bij het verbeteren van de thuissituatie van [kind 1] en [kind 2]. Dit heeft echter niet tot resultaat gehad dat de omstandigheden aan de zijde van de ouders dan wel de moeder zodanig zijn/is gewijzigd dat de bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen is afgewend en hun veiligheid voldoende is gewaarborgd. Vanuit de hulpverlening is geconstateerd dat de ouders niet in staat zijn in de basisbehoeften van de kinderen te voorzien en daarin onvoldoende leerbaar zijn. Daarbij komt dat de ervaringen in de voormalige thuissituatie van [kind 1] en [kind 2] mee hebben gebracht dat er bij hen geen enkele ruimte meer is voor contact met hun ouders. Een veilige en stabiele opvoedingssituatie voor [kind 1] en [kind 2] bij de moeder is aldus - ondanks de inzet van de maatregelen van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing - niet gewaarborgd. Geconcludeerd moet worden dat het perspectief voor de verdere opvoeding van [kind 1] en [kind 2] bij hun pleeggezinnen ligt.
  8. Voor zover de moeder heeft aangevoerd dat zij door het volgen van behandelingen en therapieën een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt en dat bij haar duurzame bereidheid bestaat om [kind 1] en [kind 2] bij hun pleegouders te laten opgroeien, overweegt het hof dat dit - wat daar ook van zij - niet van doorslaggevend gewicht is. Immers dient met name het belang van de kinderen in overweging te worden genomen. Het hof is van oordeel dat in het onderhavige geval het belang van de kinderen vergt dat zij duidelijkheid krijgen over waar zij verder mogen opgroeien. Het hof overweegt daarbij dat uit de stukken, de behandeling ter zitting en het verhoor van [kind 1] is gebleken dat er bij hen grote onzekerheid en angst leeft over de vraag of zij weg moeten uit hun pleeggezin en weer naar de bedreigende situatie van voorheen terug moeten keren. Ook de pleegouders hebben aangegeven dat de kinderen veel stress ervaren rond de rechtszittingen. Het hof overweegt ten overvloede dat naar zijn oordeel van het bestaan van duurzame bereidheid van de moeder om de kinderen bij de pleegouders te laten opgroeien niet, althans onvoldoende is gebleken. Het hof overweegt daarbij dat de beslisisngen van de moeder nog steeds lijken ingegeven te zijn vanuit haar eigen belang. Zo heeft de moeder onlangs beslissingen ten aanzien van de schoolgang van [kind 1] gefrustreerd door haar toestemming om haar moverende redenen te onthouden, hetgeen niet in het belang van [kind 1] was. Hetzelfde valt te verwachten bij [kind 2] bij handhaving van het gezag van de moeder.
  9. Het hof is gelet op het voorgaande van oordeel dat de bestreden beschikking terecht en op goede gronden is gegeven. Het hof onderschrijft het standpunt van de raad dat de beschikking uitvoerbaar bij voorraad behoort te worden verklaard. De slotsom
  10. Op grond van het voorgaande dient de beschikking waarvan beroep te worden bekrachtigd.
  11. Het hof is van oordeel dat er - anders dan de moeder heeft gesteld - geen aanleiding is om af te wijken van het uitgangspunt dat in procedures als de onderhavige elke partij de eigen kosten draagt. De beslissing Het gerechtshof: bekrachtigt de beschikking waarvan beroep; en in hoger beroep voorts beslissende: verklaart de beschikking waarvan beroep uitvoerbaar bij voorraad; bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep draagt. Deze beschikking is gegeven door mrs. A.H. Garos, voorzitter, G.M. van der Meer en D.J. Buijs, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof op 30 juli 2013in bijzijn van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.