← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2013:6106

PIJ P13/0328 Beslissing d.d. 15 augustus 2013 De voorzitter van de kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het verzoek namens [betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], thans verblijvende te [kliniek], om onder toepassing van artikel 509w lid 3 jo. artikel 502 lid 1 Wetboek van Strafvordering, de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voorlopig te beëindigen. Daartoe is zakelijk weergegeven het volgende aangevoerd: Bij beslissing van 22 juli 2013 heeft de rechtbank Amsterdam de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de PIJ-maatregel van de jeugdige voor de duur van een jaar afgewezen omdat niet wordt voldaan aan de tweede cumulatieve voorwaarde van artikel 77t lid 3 jo. artikel 77s lid 1 onder c Wetboek van Strafrecht. Tegen deze beslissing heeft de officier van justitie op 2 augustus 2013 beroep ingesteld. Blijkens zijn appelschriftuur heeft de officier van justitie appel ingesteld om de reden dat hij het met de [kliniek] van mening is dat de PIJ-maatregel dient te worden afgesloten met een STP. In casu heeft resocialisatie al plaatsgevonden via planmatig verlof en deelname aan activiteiten buiten de instelling. De Rechtbank heeft in dier voege ook geoordeeld. De jeugdige heeft het gehele jaar buiten de instelling zijn schoolopleiding gevolgd, 's avonds naar de sportschool geweest, stage gelopen, bij ouders op verlof geweest. Dit betekent dat de jeugdige zes dagen per week buiten de instelling verblijft. Het gedurende zes dagen per week buiten de instelling verblijven heeft er toe geleid dat de jeugdige praktisch alleen nog in de instelling komt om te slapen. Het contact met zijn afdelingsgenoten is hierdoor verwaterd. Zulks geldt gelijkelijk voor het contact met de begeleiding. Bezwaarlijk kan worden volgehouden dat er sprake is van een voortdurende strakke sturing en begeleiding van de jeugdige. De kans op recidive is laag zoals uit de adviesrapportage blijkt. Er is geen sprake van conflicten of het niet nakomen van afspraken. De toegevoegde waarde van reclasseringcontact cq. het STP-traject is in het licht van de bereikte resocialisatie onduidelijk. Het voorziene reclasseringscontact kan de verlenging van de pij-maatregel niet rechtvaardigen. Derhalve wordt verzocht de PIJ-maatregel hangende de beslissing op het beroep, voorlopig te beëindigen. De voorzitter heeft gelet op de stukken, waaronder het op grond van artikel 77t Wetboek van Strafrecht uitgebrachte advies van 13 juni 2013 tot verlenging van de PIJ-maatregel met zes maanden, alsmede de beslissing waarvan beroep. Overwegingen Gezien het voorlopige karakter van een beslissing op grond van artikel 509w Wetboek van Strafvordering en anderzijds de verstrekkende gevolgen die een, zij het voorlopige, beëindiging van de verpleging van overheidswege dan wel de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen kan hebben voor de uiteindelijke beslissing in beroep, dient een verzoek tot een voorlopige beëindiging van de maatregel in beginsel slechts te worden toegewezen in het geval dat het hoogst onwaarschijnlijk is, dat het hof in beroep anders dan de rechtbank tot een toewijzing van de vordering tot verlenging van de maatregel zal beslissen. Dit geval doet zich naar het oordeel van de voorzitter hier niet voor, zodat het verzoek zal worden afgewezen. Beslissing Wijst af het verzoek tot voorlopige beëindiging van de plaatsing van de jeugdige [betrokkene] in een inrichting voor jeugdigen. Aldus gewezen door mr Y.A.J.M. van Kuijck, voorzitter, op 15 augustus 2013.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.