GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.116.628 (zaaknummer rechtbank Arnhem 222761) arrest van de eerste kamer van 8 oktober 2013 in de zaak van de coöperatie Coöperatieve Rabobank Woudenberg-Lunteren U.A., gevestigd te Lunteren, appellante, hierna: Rabobank, advocaat: mr. F.A.M. Knüppe, tegen: [geïntimeerde] , handelend onder de naam PMP Software, wonende te [woonplaats], geïntimeerde, hierna: [geïntimeerde], advocaat: mr. W.A.M. Rupert. 1Het geding in eerste aanleg Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 15 februari 2012 en 18 juli 2012 die de rechtbank Arnhem tussen Rabobank als gedaagde en [geïntimeerde] als eiser heeft gewezen. Het eindvonnis van 18 juli 2012 is gepubliceerd onder ECLI:NL:RBARN:2012: BX4417. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding in hoger beroep d.d. 18 oktober 2012, - de memorie van grieven (met producties), - de memorie van antwoord, - de pleidooien overeenkomstig de pleitnotities. 2.2 Na afloop van de pleidooien heeft het hof arrest bepaald.3. De vaststaande feiten Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.9 van het bestreden vonnis van 18 juli 2012. 4De motivering van de beslissing in hoger beroep 4.1 Het gaat in deze zaak kort gezegd om het volgende. Sinds 1994 is [geïntimeerde] onder de naam PMP Software begonnen met het ontwikkelen van softwareprogramma’s. Hij heeft toen een calculatieprogramma voor kleine bedrijven ontworpen, genaamd: Software voor Installateurs. Dit softwarepakket heeft [geïntimeerde] in 1995 (onder meer) aan aannemersbedrijf Pannekoek GWW B.V. (hierna: Pannekoek) verkocht. Pannekoek heeft het programma probleemloos gebruikt totdat zij in 2010 inschreef op een aanbesteding van het Waterschap Rijn & IJssel. Omdat het totaal van de subposten van een kostenpost het bedrag van € 1.000.000,- overschreed en [geïntimeerde] in het programma slechts een veldlengte van zes cijfers voor de komma had voorzien, is de optelsom in de inschrijving voor Pannekoek een miljoen te laag uitgevallen. Na de inschrijving is Pannekoek gebleken dat zij voor een miljoen euro te laag had geoffreerd. Daarop heeft Pannekoek [geïntimeerde] op 17 januari 2011 aansprakelijk gesteld voor haar schade. [geïntimeerde] heeft de schade gemeld bij Rabobank, sinds 2002 zijn assurantietussenpersoon, die de schademelding heeft doorgeleid aan Aegon. Aegon heeft laten weten de schade niet in behandeling te nemen omdat het zuivere vermogensschade betreft waarvoor de door [geïntimeerde] in 1994 gesloten bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering geen dekking biedt. [geïntimeerde] had, tot 2012, geen beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Op 4 april 2011 heeft [geïntimeerde] de Rabobank aansprakelijk gesteld omdat zij hem niet heeft geadviseerd een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. 4.2 De rechtbank heeft geoordeeld dat Rabobank een beroepsfout heeft gemaakt door [geïntimeerde] niet te adviseren een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten en dat, voor het geval een claims made-systeem (waarbij dekking wordt geboden voor alle claims die tijdens de looptijd van de verzekering worden ingediend) in 2002 niet gebruikelijk was, Rabobank [geïntimeerde] op dit systeem had moeten attenderen zodra het op de markt kwam en hem (op dat moment) had moeten adviseren een dergelijke beroepsaansprakelijkheids-verzekering af te sluiten. De rechtbank heeft voor recht verklaard dat Rabobank jegens [geïntimeerde] niet heeft gehandeld als een redelijk handelend en redelijk bekwaam assurantietussenpersoon en dat Rabobank gehouden is de schade die hieruit voor [geïntimeerde] voortvloeit te vergoeden. Zij heeft Rabobank veroordeeld tot afwikkeling van de schadeclaim van Pannekoek op [geïntimeerde] als ware Rabobank de beroepsaansprakelijkheids-verzekeraar van [geïntimeerde], met als toepasselijke polisvoorwaarden de algemene voorwaarden beroepsaansprakelijkheidsverzekering Schouten Insurance International B.V. (hierna: Schouten) SII 2008 BAI (model010411) met een verzekerde som van € 1.000.000,- alsmede een eigen risico van € 2.500,-. 4.3 De grieven van Rabobank beogen het hele geschil aan het hof voor te leggen en lenen zich voor gezamenlijke bespreking. 4.4 In het kader van de vraag of Rabobank haar zorgplicht heeft geschonden doordat zij [geïntimeerde] niet heeft geadviseerd een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten, merkt het hof op dat tussen partijen vaststaat dat een beroepsaansprakelijkheidsverzekering alleen dekking zou hebben geboden voor de claim van Pannekoek indien ook het inlooprisico zou zijn meeverzekerd (waardoor ook fouten in de software van voor de ingangsdatum van de verzekering onder de dekking vallen). [geïntimeerde] stelt zich op het standpunt dat de inloopdekking bij de advisering door Rabobank van groot belang was. Omdat hij, voordat hij zijn verzekeringsportefeuille bij Rabobank onderbracht, nog niet over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering beschikte, was het zaak om hem niet alleen te adviseren zo snel mogelijk een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten, maar tevens om daarbij een zo ruim mogelijke inloopdekking te verkrijgen om op die manier het risico dat hij over het verleden had gelopen zoveel mogelijk af te dekken (memorie van antwoord onder 40). Als redelijk handelend en redelijk bekwaam assurantietussenpersoon had Rabobank zich bewust moeten zijn van het belang van inloopdekking voor [geïntimeerde] en had zij ervoor moeten zorgen dat [geïntimeerde] een zo ruim mogelijke inloopdekking verkreeg, zodra dat mogelijk was, aldus [geïntimeerde] (memorie van antwoord onder 59). 4.5 Uit het voorgaande leidt het hof af dat [geïntimeerde] zich op het standpunt stelt dat de beroepsfout van Rabobank gelegen is in het feit dat zij niet (op enig moment in de periode tussen 2002 en 2011) heeft gewezen op de mogelijkheid om een verzekering af te sluiten met inloopdekking vanaf 1995 (dan wel 1997; partijen zijn niet duidelijk over de vraag of het bewuste programma uit 1995 dan wel 1997 dateert) en [geïntimeerde] niet (dringend) heeft geadviseerd een dergelijke verzekering aan te gaan. Het hof is, met de rechtbank en [geïntimeerde], van oordeel dat een redelijk handelend en redelijk bekwaam assurantietussenpersoon van tijd tot tijd de assurantieportefeuille had moeten doorlichten en daarbij het ontbreken van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering aan de orde had moeten stellen. Bij de beoordeling van de vraag of Rabobank dient op te komen voor de gevolgen van de claim van Pannekoek, zal het hof zich gezien het voorgaande echter concentreren op de vraag of Rabobank (als redelijk handelend en redelijk bekwaam assurantietussenpersoon) [geïntimeerde] een beroepsaansprakelijkheidsverzekering mét inloopdekking vanaf 1995/1997 had moeten adviseren. 4.6 [geïntimeerde] voert aan dat het in 2002 reeds mogelijk was om een inloopdekking van vijf althans zeven jaar in te kopen. Hij wijst daarbij op de door hem (bij productie 10 bij inleidende dagvaarding) overgelegde algemene voorwaarden beroepsaansprakelijkheids-verzekering van Schouten uit 2003. Uit die voorwaarden blijkt dat de verzekering slechts inloopdekking bood ingeval ten tijde van het maken van de fout (elders) een beroepsaansprakelijkheidsverzekering van kracht was. Was dat niet het geval, dan was het inlooprisico uitsluitend verzekerd indien en voor zover daarvan aantekening was gemaakt in de polis. Daaruit leidt het hof af dat het destijds bij Schouten mogelijk was (enig) inlooprisico bij te verzekeren (er moest klaarblijkelijk onderhandeld worden over de lengte van de inloopdekking en de daarmee samenhangende premieverhoging). [geïntimeerde] heeft niet (voldoende gemotiveerd) betwist dat (ook de overige makelaars
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.