Beschikking d.d. 1 oktober 2013 Zaaknummer 200.130.276 HET GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Locatie Leeuwarden Beschikking in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats], appellant, hierna te noemen: de vader, advocaat mr. J.W. Brouwer, kantoorhoudende te Assen, tegen Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering, namens Bureau Jeugdzorg Drenthe, kantoorhoudend te Groningen, geïntimeerde, hierna te noemen: LJ&R. Belanghebbende: [belanghebbende], wonende te [woonplaats], hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. F.Y. de Reus, kantoorhoudende te Assen. Het geding in eerste aanleg Bij beschikking van 22 mei 2013 (zaaknummer C/19/98316 / FA RK 13-907) heeft de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, op verzoek van LJ&R de termijn van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen [kind 1], geboren [in 1997] en [kind 2], geboren[in 2001], verlengd voor de termijn van een jaar, ingaande op 26 mei 2013. Deze beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het geding in hoger beroep Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 8 juli 2013, heeft de vader verzocht de beschikking van 22 mei 2013 te vernietigen en opnieuw beslissende LJ&R in het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [kind 1] en [kind 2] niet-ontvankelijk te verklaren althans dit verzoek af te wijzen. Bij verweerschrift, binnengekomen op de griffie op 27 augustus 2013, heeft de moeder het verzoek bestreden en verzocht om de beschikking waarvan beroep te bekrachtigen. Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een brief van 29 juli 2013 met bijlagen van de Raad voor de Kinderbescherming en een journaalbericht van mr. De Reus, binnengekomen ter griffie van het hof op 22 augustus 2013, een brief van 10 september 2013 met bijlagen van LJ&R en een brief van 13 september 2013 van mr. De Reus. Van [kind 1] is op 3 september 2013 een brief ingekomen ter griffie van het hof, waarin hij aangeeft met de rechter te willen spreken. Op 20 september 2013 is [kind 1] gehoord door een raadsheer-commissaris. Ter zitting van 20 september 2013 is de zaak behandeld. Verschenen zijn de vader, bijgestaan door zijn advocaat, en mevrouw T. van Houten namens LJ&R. De moeder is verschenen, bijgestaan door mr. H.K. Naves (een kantoorgenoot van mr. De Reus). De beoordeling De nagekomen stukken 1. Zoals het hof ter zitting reeds heeft aangegeven, zal het hof geen kennis nemen van de bijlagen die gevoegd zijn bij de brief van 16 september 2013 en het faxbericht van 18 september 2013 met bijlagen van mr. Brouwer, daar deze stukken niet binnen de in artikel 1.4.4 van het Procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven genoemde termijn (te weten: uiterlijk op de tiende kalenderdag voorafgaand aan de mondelinge behandeling dan wel zo spoedig mogelijk) zijn binnengekomen. Het hof zal - gelet op de inhoud van dit schrijven - wel kennis nemen van de brief van 16 september 2013 van mr. Brouwer, zoals ter zitting reeds is medegedeeld. De vaststaande feiten 2. Uit het huwelijk van de ouders zijn [kind 1] en [kind 2] geboren. Het huwelijk is ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. [kind 1] heeft zijn hoofdverblijf bij de vader en [kind 2] heeft haar hoofdverblijf bij de moeder. 3. [kind 1] en [kind 2] staan - sinds 26 mei 2010 - onder toezicht van BJZ. BJZ heeft de uitvoering van de ondertoezichtstelling op 31 januari 2012 overgedragen aan LJ&R. 4. LJ&R heeft de kinderrechter bij inleidende verzoekschriften, bij de griffie van de rechtbank binnengekomen op 29 maart 2013, verzocht om de ondertoezichtstelling van [kind 1] en [kind 2] te verlengen voor de duur van een jaar. 5. Bij de beschikking waarvan beroep heeft de kinderrechter beslist als hiervoor vermeld onder 'Het geding in eerste aanleg'. Het hoger beroep van de vader richt zich tegen deze beslissing. 6. Bij beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 19 juni 2013 is de vrouw met het eenhoofdig gezag over [kind 2] belast. Het verzoek van de vrouw om haar met het eenhoofdig gezag over [kind 1] te belasten is door de rechtbank afgewezen, zodat de ouders nog wel met het gezamenlijk gezag over [kind 1] belast zijn. De verlenging van de ondertoezichtstelling 7. Voor het antwoord op de vraag of de duur van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen moet worden verlengd, dient te worden beoordeeld of de minderjarigen zodanig opgroeien, dat hun zedelijke of geestelijke belangen of hun gezondheid ernstig worden bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen. * ten aanzien van [kind 2] 8. Daar gebleken is dat de vader in hoger beroep is gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 19 juni 2013 waarbij de moeder met het eenhoofdig gezag over [kind 2] is belast, is het hof van oordeel dat de vader - totdat in hoger beroep omtrent het gezag over [kind 2] is beslist - in zijn verzoek in hoger beroep ten aanzien van de verlenging van de ondertoezichtstelling van [kind 2] kan worden ontvangen. Het hof zal het verzoek van de vader ten aanzien van de verlenging van de ondertoezichtstelling van [kind 2] dan ook inhoudelijk beoordelen. 9. Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat ten aanzien van [kind 2] niet langer aan de gronden voor een ondertoezichtstelling wordt voldaan. Weliswaar heeft LJ&R ter terechtzitting aangegeven dat beide kinderen problemen hebben, maar ten aanzien van [kind 2] heeft LJ&R de zorgen die een toezichtstelling zouden rechtvaardigen onvoldoende onderbouwd. De moeder heeft ter zitting ook verklaard dat een ondertoezichtstelling voor haar en [kind 2] niet noodzakelijk is. Zij geeft aan dat het - ook op school - goed gaat met [kind 2]. Daarnaast gaat [kind 2] één weekend in de maand naar een weekendpleeggezin. De moeder en [kind 2] ontvangen bovendien iedere week begeleiding van '10 voor toekomst'. 10. Hoewel de moeder aangeeft het prettig te vinden dat de gezinsvoogd in het kader van de ondertoezichtstelling als buffer fungeert in de communicatie tussen de ouders, is dit naar het oordeel van het hof onvoldoende om de verlenging van de ondertoezichtstelling van [kind 2] te rechtvaardigen. Het hof is van oordeel dat de ouders in het belang van [kind 2], maar ook in het belang van [kind 1], een manier zullen moeten vinden om met elkaar te overleggen over zaken aangaande de kinderen. Thans communiceren de ouders slechts per e-mail. 11. Het hof wenst - mede gelet op het verhandelde ter zitting - te benadrukken dat de moeder een wettelijke plicht heeft om de vader te informeren over zaken aangaande [kind 2], ook wanneer zij met het eenhoofdig gezag over [kind 2] belast is. Zij mag zich niet verschuilen achter het feit dat de hulpverlening en/of de school de vader wel zullen informeren over [kind 2]. Daarnaast heeft de vader - ook indien hij niet met het gezag over [kind 2] is belast - niet alleen recht op omgang met [kind 2], maar ook een verplichting dienaangaande. Daarenboven merkt het hof op dat het hier niet alleen om de omgang tussen de ouders en de kinderen draait, doch ook om de onderlinge contacten tussen de kinderen. Uit het dossier blijkt dat de kinderen elkaar missen en graag met elkaar omgaan. De ouders dienen, naar het oordeel van het hof, in het belang van de kinderen, over hun problematiek als ex-partners heen te stappen en zich als verantwoordelijke ouders te gedragen. Zij moeten ervoor zorgen dat de kinderen met elkaar kunnen opgroeien en zich vrij voelen om contact te hebben met de andere ouder en elkaar. Ondanks dat er op dit punt nog problemen bestaan, acht het hof een verlenging van de ondertoezichtstelling van [kind 2] ook op dit punt niet gerechtvaardigd. Immers, de kinderen staan sinds 26 mei 2010 onder toezicht en er zijn tot op heden geen verbeteringen op dit punt waargenomen. Op grond van het dossier is bij het hof de indruk ontstaan dat de tussenkomst van de gezinsvoogd(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.