← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2013:7958

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof: 200.117.291/01 (zaaknummer rechtbank Leeuwarden: 84261 / HA ZA 07-628) arrest van de eerste kamer van 22 oktober 2013 in het incident tot voeging in de zaak van: Salieblad Management B.V., gevestigd te Leeuwarden, eiseres in het incident, hierna: Salieblad, advocaat: mr. P. van Bommel, kantoorhoudende te Franeker, tegen [appellant] , wonende te [woonplaats], appellant, tevens verweerder in het incident, in eerste aanleg eiser, hierna: [appellant], advocaat: mr. P. van Bommel, kantoorhoudende te Franeker, en Facilium Marslanden B.V., gevestigd te Heerhugowaard, geïntimeerde, tevens verweerster in het incident, in eerste aanleg gedaagde, hierna: Facilium, advocaat: mr. B.J.H. Kesnich, kantoorhoudende te Alkmaar. Het tussenarrest van 30 juli 2013 wordt hier overgenomen. 1De verdere loop van het geding in hoger beroep 1.1 In voormeld tussenarrest heeft het hof mr. Van Bommel in de gelegenheid gesteld om bij akte te reageren op het voornemen haar in het incident met toepassing van art. 245 lid 1 Rv in de proceskosten van Facilium te veroordelen. 1.2 Ter rolle van 27 augustus 2013 heeft mr. Van Bommel bedoelde akte genomen. 1.3 Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest in het incident. 2De verdere beoordeling 2.1 Voor zover de inhoud van de akte ertoe strekt het hof te bewegen terug te komen van de in het tussenarrest van 30 juli 2013 opgenomen bindende eindbeslissing dat Salieblad als niet meer bestaande rechtspersoon niet in haar incidentele vordering kan worden ontvangen, miskent mr. Van Bommel dat zij geen deelnemer is in het partijdebat tussen Salieblad en/of [appellant] enerzijds en Facilium anderzijds. Het hof gaat daarom in zoverre voorbij aan de inhoud van de akte. 2.2 Voor het overige heeft mr. Van Bommel aangevoerd dat zij zich refereert aan het oordeel van het hof en verzoekt zij de kostenveroordeling te beperken tot 1 punt, zo mogelijk in tarief I. 2.3 Het hof zal mr. Van Bommel met toepassing van art. 245 lid 1 Rv veroordelen in de proceskosten in het incident, tot op heden aan de zijde van Facilium vastgesteld op € 894,- aan geliquideerd salaris van de advocaat. Het bedrag van de proceskostenveroordeling is vastgesteld op basis van 1 punt in tarief II, aangezien de vordering tot voeging als van onbepaalde waarde moet worden aangemerkt. 2.4 De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen om door te procederen. De beslissing Het gerechtshof: in het incident: verklaart de incidentele vordering niet-ontvankelijk; veroordeelt mr. Van Bommel in de proceskosten van het incident en stelt deze kosten aan de zijde van Facilium vast op € 894,- aan geliquideerd salaris van de advocaat; wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd; in de hoofdzaak: verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 3 december 2013 voor memorie van grieven aan de zijde van [appellant]. Dit arrest is gewezen door mr. K.E. Mollema, mr. M.E.L. Fikkers en mr. A.M. Koene en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 22 oktober 2013.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.