GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN vestiging Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.113.940/01 (zaaknummer rechtbank Zwolle-Lelystad 197432 / KL ZA 12-130) arrest van de tweede kamer voor burgerlijke zaken van 15 januari 2013 in het incident schorsing tenuitvoerlegging ex artikel 351 Rv in de zaak van [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, eiseres in het incident, in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie, hierna te noemen: de vrouw, advocaat: mr. L.D.H. Lesmeister, kantoorhoudende te Almere, tegen [geïntimeerde], wonende te [woonplaats], geïntimeerde, verweerder in het incident, in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiser in reconventie, hierna te noemen: de man, advocaat: mr. I. Aynan, kantoorhoudende te Almere. Het geding in eerste instantie In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het kort geding vonnis uitgesproken op 24 augustus 2012 door de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad. Het geding in hoger beroep Bij exploot van 18 september 2012 is door de vrouw hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van de man tegen de zitting van 2 oktober 2012. De conclusie van de dagvaarding in hoger beroep luidt: "bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: Het vonnis van de Voorzieningenrechter d.d. 11 mei 2012 (hof: bedoeld zal zijn 24 augustus 2012) te vernietigen en opnieuw beslissende te bepalen dat: I de uitvoerbaarheid bij voorraad ten aanzien van het vonnis d.d. 24 augustus 2012 te schorsen II de man te veroordelen de eigendommen van de vrouw zoals weergegeven op de door haar in het geding gebrachte lijst, aan haar te retourneren op straffe van een dwangsom van € 1000 III de vordering van de man in reconventie tot betaling van een bedrag van € 725, alsnog af te wijzen. IV de vrouw (hof: bedoeld zal zijn: de man) te veroordelen in de kosten van deze procedure" De man heeft een memorie van antwoord in het incident genomen, met als conclusie: "bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, De vordering van de vrouw als vervat in de appel-dagvaarding tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad niet-ontvankelijk te verklaren dan wel af te wijzen." Ten slotte heeft de man de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest. Gelet op artikel CIII van de Wet herziening gerechtelijke kaart (Staatsblad 2012, 313) wordt in deze voor 1 januari 2013 aanhangig gemaakte zaak uitspraak gedaan door het hof Arnhem-Leeuwarden, vestiging Leeuwarden. De grieven De vrouw heeft twee grieven opgeworpen. De beoordeling In het incident 1. De voorzieningenrechter heeft in het bestreden vonnis - onder meer - in reconventie de vrouw veroordeeld om aan de man te betalen een bedrag van € 300,-, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 16 augustus 2012 tot de dag van volledige betaling en dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 2. De vrouw heeft in het incident gevorderd dat de executie van het beroepen vonnis zal worden geschorst. Zij heeft aangevoerd dat de man inmiddels een deurwaarder heeft ingeschakeld om het bedrag van € 300,- te incasseren maar dat zij niet in staat is dit bedrag te voldoen. In hoger beroep kan de vrouw aantonen dat zij dit bedrag reeds heeft terugbetaald aan de man, zo stelt zij. Verder meent de vrouw dat zij bij toewijzing van haar vorderingen in appel het bedrag niet zal kunnen incasseren bij de man, hetgeen het hof aldus begrijpt dat volgens de vrouw de man niet in staat zal zijn het bedrag van € 300,- aan haar terug te betalen indien zijn vordering in hoger beroep alsnog mocht worden afgewezen. 3. De man heeft daartegen ingebracht dat er geen voldoende grond aanwezig is voor de gevorderde schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis. 4. De vraag waar het in het onderhavige incident om gaat is of er voldoende grond bestaat voor schorsing van de executie van het bestreden vonnis op de voet van art. 351 Rv. 5. Bij de beantwoording van deze vraag stelt het hof, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 30 mei 2008, LJN: BC5012 voorop dat bij de beoordeling van dergelijke incidentele vorderingen geldt: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.