GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummers 11/00701 t/m 11/00706 en 13/00269 uitspraakdatum: 4 juni 2013 Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de rechtbank te Arnhem van 11 oktober 2011, nummers AWB 08/245, 08/246, 08/247, 08/2481 (voor zover betrekking hebbend op de hierna te noemen navorderingsaanslagen over de jaren 2002 en 2004), 10/2257 en 10/2258 in het geding tussen belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst/P (hierna: de Inspecteur) 1. Ontstaan en loop van het geding, voor zover in hoger beroep nog van belang 1.1 Aan belanghebbende zijn navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd over de jaren 2000 (H07), 2001 (H17), 2002 (H27 en H28) en 2004 (H47). 1.2 Aan belanghebbende zijn voorts aanslagen in de IB/PVV opgelegd voor de jaren 2003 (H36, gedagtekend 11 augustus 2006 en eveneens H36, gedagtekend 1 december 2006), 2004 (H46), 2005 (H56) en 2006 (H66). 1.3 Bij het opleggen van alle genoemde belastingaanslagen heeft de Inspecteur bij beschikking heffingsrente in rekening gebracht. 1.4 Na daartegen door belanghebbende gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur de navorderingsaanslagen over 2000 en 2001 en de aanslag voor 2003, en de daarmee verband houdende beschikkingen heffingsrente, bij in één geschrift vervatte uitspraken verminderd. 1.5 Na daartegen door belanghebbende gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur de overige genoemde belastingaanslagen en beschikkingen heffingsrente gehandhaafd. 1.6 Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank te Arnhem (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft bij uitspraak van 11 oktober 2011 - voor zover hier van belang - het beroep dat betrekking heeft op het jaar 2005 ongegrond verklaard, de beroepen voor het overige gegrond verklaard, de uitspraken van de Inspecteur in zoverre vernietigd, de navorderingsaanslagen over de jaren 2002 (H28) en 2004 (H47) en de daarmee verband houdende beschikkingen heffingsrente vernietigd, de overige aanslagen en navorderingsaanslagen alsmede de daarmee verband houdende beschikkingen heffingsrente verminderd (waarbij de Rechtbank de aanslag voor 2003 met dagtekening 1 december 2006 heeft aangemerkt als een navorderingsaanslag) en beslissingen gegeven over de proceskosten en het betaalde griffierecht. 1.7 Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 1.8 Tot de stukken van het geding behoren, naast de hiervoor vermelde stukken, de van de Rechtbank ontvangen dossiers die op deze zaken betrekking hebben alsmede alle stukken die nadien, al dan niet met bijlagen, door partijen in hoger beroep zijn overgelegd. 1.9 Het eerste onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2012 te Arnhem. Daarbij zijn verschenen en gehoord de gemachtigde van belanghebbende, alsmede de Inspecteur. Het tweede onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2013 te Arnhem waarbij dezelfde personen zijn verschenen. Tijdens het tweede onderzoek ter zitting is, op verzoek van belanghebbende, A, wonende te Q als getuige gehoord. 1.10 De mondelinge behandeling van de zaken van X te Z, Y BV te R en X Beheer BV te Z, bij het Hof bekend onder de nummers 11/00701 tot en met 11/00714, zijn gelijktijdig ter zitting behandeld. Nadien is door het Hof aan de procedure met betrekking tot de aanslag IB/PVV voor 2004 het nummer 13/00269 en aan de procedures met betrekking tot de navorderingsaanslagen IB/PVV over 1998 en 1999 het nummer 13/00374 toegekend. Hetgeen ter zitting is opgemerkt wordt geacht op alle zaken betrekking te hebben tenzij uit het zinsverband anders blijkt. Van het verhandelde op de beide zittingen is een proces-verbaal opgemaakt. De twee processen-verbaal zijn aan deze uitspraak gehecht. 2. De vaststaande feiten 2.1 Belanghebbende houdt alle (certificaten van) aandelen in X Beheer BV (hierna: Beheer) die de moedermaatschappij is van meer dochter- en kleindochtervennootschappen waaronder een tussenhoudstermaatschappij Y BV (hierna: Y) en de, op 11 februari 2000 nieuw opgerichte werkmaatschappij S BV (hierna: S). Y en S vormden vanaf 11 februari 2000 een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Met Beheer en enige andere vennootschappen vormen zij, met ingang van 13 februari 2003, een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting met Beheer als belastingplichtige moedermaatschappij. 2.2 Op 26 januari 2005 heeft de Inspecteur bij belanghebbende een boekenonderzoek ingesteld, waarvan de bevindingen zijn neergelegd in een rapport van 30 januari 2008. In dit rapport is onder meer het volgende vermeld: ‘ (…) 2 Gegevens belastingadvieskantoor (…) Naam: B Accountants en adviseurs (…) Contactpersoon: C (…) 5.1 Inkomen uit aanmerkelijk belang Gedurende de jaren 1998 t/m 2006 heeft [belanghebbende] in de vorm van vermomde dividenduitkeringen op grote schaal vermogen aan [S] ontrokken. Het ontrekken van vermogen uit deze vennootschap geschiedde op verschillende manieren. Zo werden bijvoorbeeld Landrovers voor privé-gebruik aangeschaft. De kosten voor de aanschaf van deze vervoermiddelen werden in [S] geboekt als inkoopkosten voor papier. Daarnaast kreeg [belanghebbende] de beschikking over liquide middelen door gelden uit [S] over te maken naar een Duitse bankrekening. Deze uitgaven waren gedekt door inkoopfacturen. Voorgewend werd dat er papier werd ingekocht bij een Zwitsers bedrijf genaamd E. Door [belanghebbende] werd een valse inkoopfactuur geproduceerd en in de administratie verwerkt. Het bedrag dat op de inkoopfactuur stond vermeld werd overgeboekt naar de Duitse bankrekening. Om één en ander geloofwaardig te laten lijken werd bij het openen van de Duitse bankrekening de bedrijfsomschrijving E gebruikt. De gelden die aldus op de Duitse bankrekening werden bijgeschreven zijn door [belanghebbende] gebruikt voor privé-doeleinden. (…) Voor een uitgebreidere verslaglegging wordt verwezen naar de rapportage inzake het boekenonderzoek bij [Beheer]. In dit rapport staan de diverse uitdelingen van winst specifiek vermeld. Correcties uitdelingen van winst Jaar 1998 € 191.318 Jaar 1999 € 117.152 Jaar 2000 € 354.514 Jaar 2001 € 340.798 Jaar 2002 € 420.056 Jaar 2003 € 299.322 Jaar 2004 € 256.337 Voor de jaren 2005 en 2006 bedragen de geconstateerde uitdelingen van winst respectievelijk € 122.526 en € 48.828. Ten aanzien van deze jaren zullen wij (nadere) voorlopige aanslagen opleggen.” 2.3 Het rapport van het boekenonderzoek waarnaar in het hiervoor geciteerde rapport wordt verwezen, is het boekenonderzoek dat op 26 januari 2005 bij Beheer, Y en S is ingesteld. De bevindingen daarvan zijn neergelegd in een rapport van 30 januari 2008, waarin onder meer het volgende is vermeld: “6 Verlies en Winst 6.1 [S] 6.1.1 Algemeen Uit onderzoek is gebleken dat in de administratie van [S] op grote schaal inkopen en kosten zijn verwerkt van goederen die niet in de onderneming zijn gebruikt, maar een privé-bestemming hebben gekregen, met name voor [belanghebbende]. (…) 6.2 Inkoopkosten 6.2.1 Inkopen papier niet EU/E In de inkoopadministratie van [S] zijn vervalste inkoopfacturen verwerkt. Deze facturen zijn opgemaakt door [belanghebbende]. Op naam van E werden facturen opgemaakt waarbij het leek of door dit bedrijf papier zou worden geleverd aan [S]. Het factuurbedrag werd overgemaakt naar een bankrekeningnummer van de KSKB in F(Duitsland). Deze rekening is in 1998 geopend. Na onderzoek is gebleken dat [belanghebbende] gemachtigd was opnamen te doen van deze bankrekening. [Belanghebbende] heeft de gelden die door [S] zijn overgemaakt naar de KSKB te F aangewend voor privé-bestedingen. De goederen (papier) die zijn besteld, zijn nooit geleverd. Bij [S] vond geen controle plaats ten aanzien van bestelde goederen en geleverde goederen. Op de aangifte omzetbelasting werden de inkopen verantwoord bij rubriek 4a “Leveringen uit landen buiten de EU”. Naast de bankrekening die in Duitsland werd gehouden onder de naam van E beschikte [belanghebbende] ook over een Duitse bankrekening die op naam stond van [belanghebbende] en [zijn echtgenote]. (…) Het is aannemelijk dat het saldo op deze bankrekening ook het gevolg is van betalingen c.q. stortingen door [S]. De correctie voor het jaar 1998 is bepaald aan de hand van het (hoogste) saldo van de gezamenlijke bankrekening (…) en het totaal van bijschrijvingen in 1998 op de “E-rekening” (…). De correctie 1999 is bepaald aan de hand van de totale bijschrijvingen in dat jaar op de “E-rekening”. De correcties voor de andere jaren zijn gebaseerd op de bijschrijvingen op de “E-rekening” in combinatie met de informatie omtrent de vervalste inkoopfacturen. Hierna volgt een overzicht van de bedragen die op de hiervoor beschreven frauduleuze wijze ter beschikking zijn gekomen van [belanghebbende]. Dit zijn tevens de winstcorrecties. Grootboek 5046 "Inkoop papier geen E.U. Crediteur E Zwitserland Jaar 1998 saldo + diverse facturen totaal € 191.318 Jaar 1999 diverse facturen totaal € 117.152 Jaar 2000 29 facturen totaal € 192.281 Jaar 2001 22 facturen totaal € 196.855 Jaar 2002 20 facturen totaal € 268.551 Jaar 2003 11 facturen totaal € 200.166 Jaar 2004 10 facturen totaal € 183.182 Jaar 2005 diverse facturen totaal € 122.526 Jaar 2006 diverse facturen totaal € 48.828 Splitsing jaar 2003: € 42.047 ten laste van [Y] en € 158.118 ten laste van [Beheer] (…) 6.2.3 Inkoop papier G/H De crediteur HH zoals opgenomen in het crediteurenoverzicht is ons niet bekend. Wij kennen wel een crediteur H. Dit bedrijf kennen wij omdat in de jaren 2000, 2001 en 2002 bij dit bedrijf door [S] in totaal 5 Landrovers zijn aangekocht. De Landrovers zijn niet in het bedrijf in gebruik genomen (dus niet geactiveerd als bedrijfsmiddel), maar zijn ter beschikking gesteld aan [belanghebbende] (…) en aan andere personen. De aanschaf van de auto’s werd geboekt als “inkoop papier CFB gekleurd”. Van het totaal bedrag dat op de factuur stond vermeld werd 19/119 deel als betaalde BTW geboekt. (…) Jaar 2000 Inkoop landrover 1 € 35.375 (exclusief € 6.191 OB) Jaar 2000 Inkoop landrover 2 € 46.382 (exclusief € 8.117 OB) Jaar 2001 Inkoop landrover 3 € 21.267 (exclusief € 4.040 OB) Jaar 2002 Inkoop landrover 4 € 14.109 (exclusief € 2.681 OB) Jaar 2002 Inkoop landrover 5 € 25.109 (exclusief € 4.790 OB) Correctiejournaalpost: Jaar 2000 Winstuitdeling € 96.065 (…) Jaar 2001 Winstuitdeling € 25.307 (…) Jaar 2002 Winstuitdeling € 46.689 (…)’ 2.4 Op 13 januari 2009 heeft over de jaren 2005 en 2006 een boekenonderzoek plaatsgevonden bij Beheer. In het hiervan met dagtekening 16 juni 2009 opgemaakte rapport is onder meer het volgende vermeld: “(…) 4.3. E Uit eerder onderzoek is gebleken dat in de administratie van de BV op grote schaal inkopen en kosten zijn verwerkt van goederen die niet in de onderneming zijn gebruikt, maar een privé-bestemming hebben gekregen, met name voor [belanghebbende]. (…) [Belanghebbende] vervaardigde (vervalste) met behulp van zijn computer ook facturen van een papiertoeleverancier. Het betreft het bedrijf E, gevestigd te V, Zwitserland. Van voornoemd bedrijf worden door de BV diverse soorten papier ingekocht. De door E geleverde goederen worden doorgaans door de BV betaald op de bankrekening van E te V, Zwitserland. Deze betalingen zijn aan te merken als betalingen voor ‘reguliere leveringen’. Geconstateerd is echter dat er ook betalingen aan E zijn gedaan naar een bankrekening van de KreisSparKasse te F (BRD). De bankrekening (nr. 00000) behoort echter niet toe aan E maar aan [belanghebbende] in privé. In de inkoopadministratie van de BV zijn vervalste inkoopfacturen ter dekking van de overboekingen naar de bankrekening van de KreisSparkasse verwerkt. Deze valse facturen zijn opgemaakt door [belanghebbende]. De desbetreffende facturen zijn niet meer in de administratie aanwezig. De bedragen zijn in de administratie geboekt op grootboekrekening ‘Inkoop papier niet EU’. Op naam van E zijn facturen opgemaakt waarbij de indruk is gewekt dat door dit bedrijf papier is geleverd aan de BV. Het betreft telkens de papiersoort ‘104 Vellum Laser 70’. [Belanghebbende] heeft toegegeven dat hij vervalste facturen heeft opgemaakt. Kort na bijboeking van de gelden op de bankrekening van de KreisSparKasse zijn deze grotendeels contant door [belanghebbende] opgenomen. Over de jaren 2005 en 2006 gaat het respectievelijk om € 122.783,98 en € 49.258,96. (…) Verklaring [belanghebbende] [Belanghebbende] heeft naar aanleiding van bovenstaande bevindingen het hiernavolgende verklaard. Volgens [belanghebbende] is het allemaal begonnen in de loop van de jaren negentig toen hij op bezoek was bij leverancier E in Zwitserland. E is een dochteronderneming van een Frans conglomeraat. Enerzijds was het bezoek er op gericht om het bedrijf te verkennen en anderzijds om papier in te kopen. De heren [A], commercieel directeur en J, algemeen directeur, waren de gesprekspartners. Volgens [belanghebbende] is van hen ook het initiatief uitgegaan om papier te leveren aan de BV en de betaling niet via de reguliere weg te laten verlopen. E leverde papier aan de BV via de reguliere weg; er werd op bestelling geleverd, de BV ontving een factuur uit Zwitserland en de BV betaalde op de bankrekening van E in Zwitserland. Daarnaast werd er papier (104 Vellum laser 70) geleverd door E en werd er door E geen factuur verstrekt maar werd deze door [belanghebbende] zelf gemaakt. De bedragen voor dergelijke leveranties werden betaald op de bankrekening van de KreisSparkasse in F. Vervolgens haalde [belanghebbende] het geld een aantal dagen later contant van deze rekening, deponeerde het in een envelop en verstuurde het geld naar het privé-adres van één van de bovenstaande heren [A] of J. Beiden waren woonachtig in Zwitserland. (…) Standpunt fiscus Algemeen Gedurende ons onderzoek hebben wij [belanghebbende] de vraag voorgelegd om ons controletools aan te reiken waarmee zijn verklaringen gestaafd zouden kunnen worden. Immers, vanwege het ontbreken van een efficiënt werkende administratieve organisatie c.q. interne beheersing van de processen binnen de onderneming is het niet mogelijk vast te stellen of het papier dat op grond van de door hem valselijk opgemaakte facturen zou zijn geleverd daadwerkelijk aan de BV is geleverd. Ook is niet vast te stellen, door het ontbreken van voormelde AO/IB, of het bewuste papier in het productieproces is opgegaan. Indien en voor zover er aan de BV al het 140 Vellum laser 70 zou zijn geleverd is het de vraag in welke hoeveelheden en of deze overeenkomen met de hoeveelheden zoals vermeld op de facturen. Vervolgens is het dan nog de vraag of dit het papier is dat van E Zwitserland afkomstig is. [Belanghebbende] heeft gedurende het onderzoek slechts verwezen naar de afgelegde verklaringen van de werknemers van de BV en ons geen nadere onderbouwing van de vermeende leveranties kunnen geven. (…) Invoer van buiten EU Wij hebben nader onderzoek gedaan naar diverse (reguliere) leveranties van E over de gecontroleerde periode. Wij hebben hierbij vast kunnen stellen dat bij nagenoeg elke inkoopfactuur bescheiden aanwezig zijn van de bestelling, de transporteur en evt. vrachtdocumenten. Van de leveranties van het 104 Vellum laser 70 hebben wij echter dergelijke bescheiden niet aangetroffen. (…) Conclusie (…) De bedragen die in 2005 en 2006 zijn overgeboekt naar de Duitse bankrekening worden door ons aangemerkt als uitdeling van winst aan [belanghebbende]. Correctie 2005, uitdeling van winst € 122.784. Correctie 2006, uitdeling van winst € 49.259. (…)’ 2.5 De op 26 januari 2005 aangevangen boekenonderzoeken hebben geleid tot een strafrechtelijk onderzoek dat is aangevangen op 13 juli 2006 en afgesloten op 4 juli 2007. Tijdens de behandeling van de strafzaak door de rechtbank te Almelo heeft de rechter-commissaris A als getuige in de strafzaak van eiser verhoord. A heeft over de leveringen van papier door E onder meer het volgende verklaard: ‘ (…) Op de vraag wat voor soorten papier E [belanghebbende] leverde antwoord ik: [belanghebbende] gebruikte hoofdzakelijk 2 soorten papier. Die soorten heetten Vellum en Vellum Laser. (…) Op de vraag of ik mij kan herinneren of er voor de levering van Vellum Laser etiketten is afgesproken dat daarvoor apart zou worden betaald antwoord ik: ja. Er zijn regelingen getroffen. Die bestonden uit de normale leveringen die [belanghebbende] altijd kreeg. Vanuit onze optiek leverden wij [belanghebbende] bijbanen. (…) [Belanghebbende] heeft mij destijds gevraagd of wij geen materiaal hadden dat hij voor een soortgelijke prijs kon krijgen maar dat voor ons “niets waard” is. Wij zijn [belanghebbende] aldus bijbanen gaan leveren, naast de reguliere leveringen. (…) Daarvan hebben wij flinke hoeveelheden aan [belanghebbende] geleverd (…). Die materialen zijn door [belanghebbende] contant betaald. (…) Verder is er niets mis met het produkt. Het is hetzelfde produkt.’ 2.6 Ook K is door de rechter-commissaris verhoord. K heeft onder meer het volgende verklaard: “Mijn functie bij [S] is drukker. Voorheen was ik daar productieleider. Ik ben productieleider geweest van 1987 af tot 2005 of 2006. Als productieleider zorgde ik ervoor dat alles gestroomlijnd door de drukkerij ging. Ja, ik deed ook de bestellingen van etiketten en papier. Ik hoor de advocaat het type etiket noemen: Type 104 Vellum laser 70. Deze etiketten werden vaak geleverd, ja. Het ging steeds om vrij grote hoeveelheden, zo van 10 tot 20 pallets per lading. Dit kwam eens in de 2 maanden sowieso wel voor, zo’n levering. Ik bestelde die etiketten altijd. [Belanghebbende] deed dit niet. Behalve dan als ik met vakantie was. (…)” 2.7 Belanghebbende heeft tijdens de zitting van de rechtbank te Almelo over E het volgende erkend: “(…) Alle facturen in het dossier ten name van [S], op briefpapier als dat van E, met als betalingsconditie “op rekeningnummer 00000”, zijn door hem zelf in R vervaardigd: de facturen zijn dus niet afkomstig van E uit Zwitserland. Er heeft – anders dan vermeld staat op de facturen – over de in rekening gebrachte leveringen geen telefonisch contact plaatsgevonden met de heer K. Al deze facturen werden door [S] betaald door overmaking van het verschuldigde bedrag op de door verdachte privé in F geopende bankrekening met nummer 00000. Verdachte zelf nam de gelden van die rekening op.” 2.8 De rechtbank te Almelo heeft belanghebbende veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, en een geldboete van € 100.000 voor - kort gezegd - het (mede) plegen van valsheid in geschrifte, meermalen gepleegd, onder meer bestaande uit het valselijk opmaken van facturen van E in de periode 7 januari 2000 tot en met 29 december 2004 en het opzettelijk onvolledig doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte voor hem, Beheer en Y voor de jaren 2000 tot en met 2004. Tegen dit vonnis is hoger beroep aangetekend. 2.9 In een brief van 13 juli 2005, met als onderwerp [Y] van C namens B accountants en adviseurs aan de Belastingdienst, is het volgende vermeld: “Met referte aan ons telefoongesprek van vanmorgen bevestig ik u namens genoemde vennootschap het volgende: In verband met het lopende onderzoek bij de vennootschap en het naderende einde van de termijn van verplichte aanslagregeling vennootschapsbelasting 2001 verklaart de vennootschap nu reeds dat zij zich niet zal beroepen op verjaringstermijnen indien de aanslag buiten de wettelijke termijn wordt opgelegd.” 2.10 In een brief van 13 december 2005 van de Belastingdienst aan C, met als onderwerp ‘Niet beroepen op verjaringstermijnen’ is - onder meer - het volgende vermeld: “In januari 2005 zijn wij een boekenonderzoek gestart (…) Het boekenonderzoek zal vermoedelijk dit jaar niet tot een afronding komen. Ten aanzien van een aantal aangiften verstrijkt binnenkort de termijn voor het opleggen van aanslagen. Om te voorkomen dat wij aanslagen ter behoud van rechten moeten opleggen, verzoeken wij u namens de belastingplichtigen ermee in te stemmen dat wij toch buiten de wettelijke termijnen mogelijk aanslagen zullen kunnen opleggen. Hiervoor dient u te verklaren dat u zich niet op de termijnoverschrijdingen zult beroepen. (…) Ten behoeve van de inkomstenbelasting Premies volksverzekeringen, (…) 2002 ten name van zowel [belanghebbende] als [zijn echtgenote] heeft u reeds op 14 september een akkoord verklaring ondertekend. Ook inzake de vennootschapsbelasting 2001 van [Y] heeft u op 13 juli 2005 al een akkoord verklaring ondertekend. In deze brief verzoeken wij u om een akkoordverklaring inzake: Naam Fi-nummer middel Jaar [Belanghebbende] (…) IB 2000 (…) [Y] (…) VPB 2000 2002 2003 (…) Hierbij verklaart ondergetekende in te stemmen met het opleggen van aanslagen buiten de wettelijke termijnen. Voorts zal hij zich niet beroepen op de termijnoverschrijdingen. Voor akkoord: Naam: (…)’ Deze brief is vervolgens op 14 december 2005 door C ondertekend. 2.11 Ter zitting van het Hof op 26 februari 2013 heeft A - onder meer - het volgende - zakelijk weergegeven - verklaard: * E vervaardigt geen facturen voor de bijbanen (Hof: restanten die overblijven na het snijden van de papierrol in de gewenste formaten) die worden teruggeleverd door de klant. De fabriek weet van te voren immers niet wat er terugkomt en kan pas facturen opstellen als zij het materiaal weer onder zich heeft. Hij licht toe dat de fabriek papierbanen van standaardbreedte levert, dat vervolgens in het productieproces bij de klanten bijbanen kunnen ontstaan, dat de fabriek de bijbanen weer terugkrijgt (vanwege de kleeflaag kunnen ze niet bij het papierafval) en dat de fabriek deze te zijner tijd weer kan verkopen aan klanten die ze kunnen gebruiken. De terugname van restanten was een soort service aan de klanten, een extra reden om van E te kopen. * De firma van belanghebbende nam veel papier van de kwaliteit Vellum Laser af. * Uiterlijk lijken de ter zitting getoonde facturen op de facturen die E afgaf maar de gebruikelijke stempels ontbreken en de vermelde namen zijn onjuist. Hij is er absoluut zeker van dat E ter zake van alle contante betalingen door belanghebbende originele facturen heeft verstrekt. * De op de facturen vermelde hoeveelheden en prijzen kunnen met de werkelijkheid overeenkomen. De vermelde prijzen zijn die van A-kwaliteit. Daarvan is echter geen sprake bij bijbanen. * Er werden altijd vrachtbrieven vervaardigd voor leveringen van E aan belanghebbende, ook voor de bijbanen. * Er was geen sprake van een systeem van contante betalingen maar veeleer van ad hoc acties op het moment dat er veel materiaal in voorraad was. E haalde om de 4 à 5 maanden de niet courante bijbanen bij klanten op. Nadat het materiaal was opgehaald werd dit door E gecontroleerd en pas daarna kon er een prijs aan worden gehangen. Als de goederen Zwitserland weer verlieten, zat er altijd een rekening bij, ook voor belanghebbende en ook voor bijbanen. * Belanghebbende betaalde hem soms contant als hij in Nederland was. Later verzond belanghebbende ook geld via bijvoorbeeld DHL en UTS of per aangetekende post. Van de contante betalingen door belanghebbende werd geen afzonderlijke kasadministratie bijgehouden. De Zwitserse fiscus ging hiermee akkoord zolang de contante betalingen maar werden gedaan door de eigenaar van de firma. Slechts een fractie van de jaaromzet bestond uit herfactureringen en slechts een gedeelte daarvan had betrekking op belanghebbende. * Eenmaal per jaar werden er betalingsafspraken gemaakt. Als belanghebbende daarom vroeg werd de factuur op zijn naam gesteld. Dat was in Zwitserland toegestaan omdat belanghebbende 100 percent eigenaar was. Belanghebbende had drie bedrijven, S in R, L in W en nog een firma in T. Hij verklaart desgevraagd niet te weten of leveringen aan andere firma’s dan S ook in contanten werden betaald. Hij weet niet bij welke firma de goederen uiteindelijk terecht kwamen. De producten werden zowel in T, als in W of R afgeleverd. * De rekeningen zijn naar belanghebbende in privé gezonden. Er zou contant betaald worden. * Klanten als belanghebbende werden om de 6 à 8 weken een dag bezocht. Elke 4 à 5 maanden nam de vrachtwagen, na een levering, alle overgebleven rollen met bijbanen mee terug. * Belanghebbende informeerde of E papier van een bepaalde afmeting kon leveren. Lengte en diameter van de rol waren belangrijk want er is een limiet aan wat machines kunnen verwerken. Als dergelijke rollen voorhanden waren sprak belanghebbende met de binnendienst af dat deze levering met een normale levering meeging. Ook voor de bijzondere levering werden een paklijst en een factuur opgemaakt. * De factuur werd naar het factuuradres verzonden. Voor zover hij weet ontving belanghebbende van E echte facturen voor deze leveringen. * De betaling verliep via koeriers, soms per aangetekende post en soms werd het bedrag verrekend met nog te betalen facturen. * Normale leveringen aan belanghebbende gingen per pallet en vonden 2 à 3 keer per week plaats, bijbanen werden eens per 4 à 5 maanden door E aan belanghebbende geleverd. * De condities van vervoer, verzekeringen enzovoorts waren voor bijbanen volledig gelijk aan die voor andere leveringen. * Zijn eerdere verklaring dat er per maand € 18.000 à € 22.000 contant door belanghebbende zou zijn betaald vult hij aldus aan dat de grootste levering circa € 60.000 betrof, maar dat er ook leveringen van ƒ 6.000 à ƒ 7.000 waren. * Met een functiescheiding in het bedrijf van belanghebbende is hij niet bekend. K regelde de bestellingen met de binnendienst. Hij heeft maar één of twee keer met belanghebbende over een orderplaatsing gesproken. * In Zwitserland mag een eindejaarsbonus aan klanten worden gegeven. Dat kan om € 60.000 à € 70.000 gaan. Tegenwoordig moeten die bonussen worden opgehaald maar in de jaren 1998, 1999 nam de verkoopdienst ze ook wel mee. 3. Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen 3.1 In hoger beroep is tussen partijen nog slechts in geschil:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.