Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005640-13 Uitspraak d.d.: 21 februari 2014 TEGENSPRAAK Promis Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 30 mei 2013 met parketnummer 18-830290-12 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1976], wonende te [woonplaats],[adres]. Het hoger beroep De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 7 februari 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake het aan hem onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vorderingen van de benadeelde partijen in zijn geheel zullen worden toegewezen, hoofdelijk, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en dat het in beslag genomen wapen, de patronen en het vlindermes zullen worden onttrokken aan het verkeer. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. F.H. Kappelhof, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof is van oordeel dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist door verdachte vrij te spreken van de feiten 1, 2 en 3. Daarom zal het vonnis waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd, onder aanvulling van het navolgende. In hoger beroep heeft het openbaar ministerie, dat een bewezenverklaring voor alle feiten wél mogelijk acht, aangevoerd dat verdachte weliswaar het recht heeft om te zwijgen, maar dat in deze zaak sprake is van diverse feiten en omstandigheden die eenvoudigweg door verdachte van enige uitleg moeten worden voorzien. Dienaangaande overweegt het hof als volgt. De omstandigheid dat een verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden kan op zichzelf, mede gelet op het bepaalde in art. 29, eerste lid, Sv, niet tot het bewijs bijdragen. Dat brengt echter niet mee dat de rechter, indien een verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend moet worden geacht voor het bewijs van het aan hem tenlastegelegde feit, geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven, zulks niet in zijn overwegingen omtrent het gebezigde bewijsmateriaal zou mogen betrekken. Van (een) omstandighe(i)d(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.