GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.130.405/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/123709 FA RK 12-1880) beschikking van de familiekamer van 6 maart 2014 inzake [appellant], wonende te [woonplaats 1], verzoeker in het principaal hoger beroep, verweerder in het incidenteel hoger beroep, verder te noemen: de vader, advocaat: mr. H.W. de Jong, kantoorhoudend te Leeuwarden, tegen [geïntimeerde] , wonende op een geheim adres, geïntimeerde het principaal hoger beroep, appellante in het incidenteel hoger beroep, verder te noemen: de moeder, advocaat: mr. J. Doornbos, kantoorhoudend te Groningen. Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt: 1Stichting Bureau Jeugdzorg Friesland, kantoorhoudend te Leeuwarden, hierna te noemen: BJZ, 2mr. G.L. van der Heide-Brink, kantoorhoudend te Drachten, hierna te noemen: de bijzondere curator, 3de familie [X], wonende te [woonplaats 2], hierna te noemen: de pleegouders, 4 [A] en [B], kantoorhoudend te [plaats 1], hierna te noemen: de curatoren van de moeder. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 15 mei 2013, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in het principaal en het incidenteel hoger beroep 2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 18 juli 2013, is de vader in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. De vader verzoekt het hof, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, die beschikking te vernietigen (het hof verstaat: voor wat betreft de afwijzing van zijn verzoeken ten aanzien van het gezag en het hoofdverblijf) en opnieuw rechtdoende de door hem gedane verzoeken om hem voortaan te belasten met het gezag over de minderjarige [het kind] (hierna: [het kind]), geboren op [geboortedatum] in de gemeente [Y], en om haar hoofdverblijfplaats te wijzigen, alsnog toe te wijzen, althans een onafhankelijke instantie te gelasten onderzoek te doen naar zijn opvoedingsvaardigheden en naar de mogelijkheden van een wijziging van haar hoofdverblijfplaats, althans zodanig te beslissen als het hof in goede justitie zou vermenen te behoren. 2.2 Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 11 september 2013, heeft de moeder het verzoek in hoger beroep van de vader bestreden en verzocht dit af te wijzen. 2.3 Daarbij heeft de moeder tevens incidenteel hoger beroep ingesteld. De moeder verzoekt het hof in incidenteel hoger beroep het verzoek van de vader tot het verkrijgen van vervangende toestemming tot erkenning van [het kind], alsnog af te wijzen. 2.4 Daarop heeft de vader in het incidenteel hoger beroep een verweerschrift ingediend, ingekomen ter griffie van het hof op 21 november 2013, waarin hij verzoekt de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren, althans haar beroep af te wijzen. 2.5 Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 17 december 2013, heeft de bijzondere curator het verzoek in het incidenteel hoger beroep van de moeder bestreden en verzocht dit verzoek af te wijzen en de beschikking van de rechtbank ten aanzien van de vervangende toestemming tot erkenning, te bekrachtigen. 2.6 Ter griffie van het hof zijn binnengekomen: - op 6 augustus 2013 een journaalbericht van diezelfde datum van mr. Lanting namens mr. De Jong met bijlagen; - op 27 januari 2014 een brief van diezelfde datum van BJZ, met bijlagen; - op 5 februari een journaalbericht van diezelfde datum van mr. De Jong, met bijlage. Het journaalbericht van mr. De Jong is weliswaar buiten de in het procesreglement gegeven termijn bij de griffie van het hof binnengekomen, maar het hof zal dit stuk niettemin in de beoordeling betrekken nu de betreffende bijlage een stuk van recente datum is en het hof kennisneming daarvan in het belang van de minderjarige acht. 2.7 De mondelinge behandeling heeft op donderdag 06 februari 2014 plaatsgevonden. De vader en de moeder zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Namens de stichting zijn verschenen mevrouw mr. [Z] en mevrouw [Q]. Tevens zijn verschenen de bijzondere curator, de pleegouders en één van de curatoren van de moeder, [B]. Mevrouw [S] was, met instemming van de belanghebbenden, ter ondersteuning van de moeder als toehoorder ter zitting aanwezig. 3De vaststaande feiten 3.1 Uit de affectieve relatie tussen de ouders is [het kind] geboren. 3.2 De moeder staat onder curatele. Bij beschikking van 3 september 2012 is aan BJZ de voogdij over [het kind] opgedragen. 3.3 [het kind] verblijft sinds april 2013 in een pleeggezin. 3.4 De vader heeft omgang met [het kind], te weten eenmaal per twee weken van zaterdag 10:00 uur tot zondag 17:30 uur bij zijn ouders. De moeder ziet [het kind] eenmaal in de twee weken een ochtend in het pleeggezin. 3.5 Bij de bestreden beschikking is aan de vader vervangende toestemming verleend om [het kind] te erkennen. De erkenning is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand op 30 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.