← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2014:3027

WAHV 200.139.268 11 april 2014 CJIB 162408930 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden locatie Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 31 oktober 2013 betreffende [naam] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [plaats]. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Den Haag genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het procesverloop De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Op 8 april 2014 is nog een brief van de betrokkene ontvangen. Nu deze na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingekomen, kan op de inhoud hiervan geen acht worden geslagen. Beoordeling

  1. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard, omdat de betrokkene niet heeft voldaan aan de verplichting tot zekerheidstelling.
  2. De betrokkene betwist niet dat zij geen zekerheid heeft gesteld maar zij stelt in haar hoger beroepschrift dat zij al op 10 juni 2013 een brief heeft gestuurd met enige bewijsstukken dat er al jaren loonbeslag ligt en dat zij het geld niet heeft om in één keer te betalen.
  3. Bij de stukken van het geding bevinden zich de in het derde lid van artikel 11 WAHV bedoelde mededelingen omtrent de verplichting om zekerheid te stellen, te weten een brief van 28 mei 2013 en een tweede brief van 14 juni 2013 van de officier van justitie aan de betrokkene. Gelet hierop diende de betrokkene uiterlijk op 28 juni 2013 zekerheid te stellen.
  4. In de brief van 10 juni 2013 voert de betrokkene aan dat zij de boete niet binnen twee weken kan voldoen en dat zij al een aantal jaren loonbeslag heeft. Deze brief is, blijkens het poststempel op de envelop, eerst op 1 juli 2013 aan de CVOM toegezonden. Gelet hierop is niet een draagkrachtverweer gevoerd waarmee de kantonrechter rekening had behoren te houden.
  5. Hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd leidt derhalve niet tot het oordeel dat het niet stellen van zekerheid verschoonbaar moet worden geacht. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen Beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Bons als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.