Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-003242-12 Uitspraak d.d.: 21 mei 2014 TEGENSPRAAK Promis Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 1 augustus 2012 met parketnummer 05-700539-11 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [adres]. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 7 mei 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr J.P. Plasman, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij in of omstreeks de nacht van 15 april 2010 op 16 april 2010 te [plaatsnaam], op dat moment werkzaam in de maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer], die (als cliënt) aan verdachtes hulp en/of zorg was toevertrouwd, immers heeft verdachte met die [slachtoffer] geslachtsgemeenschap gehad en/of die [slachtoffer] betast aan haar borsten en/of haar vagina, terwijl die [slachtoffer] hulpbehoevend was en verdachte zich in zijn hoedanigheid van imam en/of geestelijk verzorger als hulpverlener tot die [slachtoffer] had gewend. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij in of omstreeks de nacht van 15 april 2010 op 16 april 2010 te [plaatsnaam], op dat moment werkzaam in de maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer], die (als cliënt) aan verdachtes hulp en/of zorg was toevertrouwd, immers heeft verdachte met die [slachtoffer] geslachtsgemeenschap gehad en/of die [slachtoffer] betast aan haar borsten en/of haar vagina, terwijl die [slachtoffer] hulpbehoevend was en verdachte zich in zijn hoedanigheid van imam en/of geestelijk verzorger als hulpverlener tot die [slachtoffer] had gewend. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezen verklaarde levert op: Werkzaam in de maatschappelijke zorg, ontucht plegen met iemand die zich als cliënt aan zijn hulp en zorg heeft toevertrouwd. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact, ook als dat een behandelverplichting inhoudt. De rechtbank Arnhem heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact, ook als dat een behandelverplichting inhoudt. De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft in zijn hoedanigheid van geestelijk verzorger/imam seksuele handelingen verricht met aangeefster die zich voor geestelijke hulp en zorg tot hem had gewend en zich op dat moment in een bijzonder kwetsbare en afhankelijke positie bevond. Dit betreft een ernstig feit. Verdachte heeft door aldus te handelen op zeer vergaande wijze misbruik gemaakt van zijn vertrouwenspositie als hulpverlener en van de kwetsbaarheid van een hulpbehoevende vrouw. Het is algemeen bekend dat de ervaring van een dergelijke gebeurtenis nog gedurende langere tijd ernstige psychische gevolgen kan hebben voor het betrokken slachtoffer. Het hof gaat bij de bepaling van de strafmaat niet uit van alle strafverzwarende omstandigheden die de advocaat-generaal aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd (bijv. op het punt van het toepassen van zogenoemde “zwarte magie”), nu de verklaring van aangeefster op een aantal specifieke punten niet wordt ondersteund. Het hof neemt in aanmerking een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 14 april 2014, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor geweldsdelicten, maar niet voor zedendelicten. Voorts zal het hof er rekening mee houden dat het justitieel ingrijpen ook in het leven van de verdachte ingrijpende gevolgen heeft gehad. Alles afwegende is het hof van oordeel dat oplegging van een gevangenisstraf van zes maanden passend en geboden is. De straf zoals gevorderd door de advocaat-generaal, acht het hof een te zware sanctie, terwijl een werkstraf eventueel in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals bepleit door de raadsman, geen recht doet aan de ernst van het feit. Tot slot ziet het hof in de over verdachte uitgebrachte pro justitia rapport en de reclasseringsrapportages -mede in aanmerking genomen het tijdsverloop- geen aanleiding om een voorwaardelijk strafdeel met reclasseringstoezicht op te leggen. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.694,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.