GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.136.404/01 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 180379/FA RK 10-5331 en 179485/FA RK 10-4994) beschikking van de familiekamer van 3 juni 2014 inzake [de vrouw], wonende te [woonplaats], verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de vrouw, advocaat: mr. M.M. Klink, kantoorhoudend te Waddinxveen, tegen [de man] , wonende te [woonplaats], verweerder in hoger beroep, verder te noemen: de man, advocaat: mr. E. El-Sharkawi, kantoorhoudend te 's-Gravenhage. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 5 augustus 2013, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 31 oktober 2013, is de vrouw in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. De vrouw verzoekt het hof die beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende: primair te bepalen dat het huwelijk tussen de man en de vrouw, gesloten op [in 2001] te [plaats 1] ([staat], Verenigde Staten van Amerika), nietig wordt verklaard vanaf de datum van huwelijkssluiting, althans wordt vernietigd; subsidiair middels een verklaring voor recht te bepalen dat het tussen de man en de vrouw op [in 2001] te [plaats 1] gesloten huwelijk nietig is vanaf de datum van huwelijkssluiting, althans met terugwerkende kracht tot [in 2001] wordt vernietigd; meer subsidiair: te bepalen dat ingeval er sprake is van een op [in 2001] te [plaats 1] gesloten (nietig) huwelijk tussen de man en de vrouw, dit in Nederland niet mag worden erkend vanwege strijd met artikel 10:58 BW, omdat de scheiding van de man van zijn Egyptische echtgenote op [in 1999] in Egypte via verstoting in Nederland niet mag worden erkend, althans erkenning van het huwelijk tussen de man en de vrouw d.d. [in 2001] te [plaats 1] niet mag plaatsvinden vanwege strijd met de Nederlandse openbare orde en de erkenning, voor zover deze heeft plaatsgevonden, moet worden vernietigd tot aan [in 2001]; de man in zijn verzoek om echtscheiding niet-ontvankelijk te verklaren, althans dit af te wijzen. 2.2 Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 31 december 2013, heeft de man het verzoek in hoger beroep van de vrouw bestreden en verzocht de bestreden beschikking te bekrachtigen en alle verzoeken van de vrouw af te wijzen, zowel primair als subsidiair als meer subsidiair. 2.3 Ter griffie van het hof is voorts binnengekomen een journaalbericht met bijlagen d.d. 16 december 2013, ingekomen op 17 december 2013, van mr. Klink en een journaalbericht met bijlage d.d. 28 maart 2014, ingekomen op 1 april 2014, van mr. Klink. 2.4 De mondelinge behandeling heeft op 11 april 2014 plaatsgevonden. Verschenen zijn de vrouw, bijgestaan door mr. Klink, en de man, bijgestaan door mr. El-Sharkawi en mevrouw [tolk], beëdigd tolk/vertaler in het Arabisch (Egyptisch), registratienummer [nummer]. Mr. Klink heeft ter zitting mede het woord gevoerd aan de hand van een door haar overgelegde pleitnotitie. 3De vaststaande feiten Vaststaande feiten 3.1 De man en de vrouw zijn op [in 2001] in [plaats 1] met elkaar gehuwd, uit welk huwelijk geen minderjarige kinderen zijn geboren. De man heeft de Egyptische nationaliteit en is sinds [2005] woonachtig te Nederland. De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit en woont vanaf haar geboorte in Nederland. 3.2 De man is eerder, op [in 1987] te [plaats 2] (Egypte), gehuwd met mevrouw [X] (hierna: [X]). Het geding in eerste aanleg In de zaak bij de rechtbank geadministreerd onder zaaknummer 179485 / FA RK 10-4994 3.3 Bij inleidend verzoekschrift van 9 december 2010, ingekomen ter griffie van de rechtbank op diezelfde dag, heeft de man, voor zover ten deze van belang, verzocht tussen partijen de echtscheiding uit te spreken. 3.4 Bij verweerschrift van 16 februari 2011, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 18 februari 2011, heeft de vrouw het inleidend verzoek van de man bestreden en, voor zover ten deze van belang, zelfstandig verzocht te bepalen dat het huwelijk van partijen gesloten op [in 2001] te [plaats 1] nietig wordt verklaard. 3.5 Bij verweerschrift van 8 april 2011, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 12 april 2011, heeft de man het zelfstandig verzoek van de vrouw bestreden en, voor zover ten deze van belang, verzocht de vrouw in haar zelfstandig verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, althans dit verzoek af te wijzen. In de zaak bij de rechtbank geadministreerd onder zaaknummer 180379 / FA RK 10-5331 3.6 Bij inleidend verzoekschrift van 30 december 2010 heeft de vrouw de rechtbank, voor zover ten deze van belang, verzocht het huwelijk van partijen gesloten op [in 2001] te [plaats 1] nietig te verklaren. 3.7 Bij verweerschrift van 28 februari 2011, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 1 maart 2011, heeft de man het zelfstandig verzoek van de vrouw bestreden en, voor zover ten deze van belang, verzocht het zelfstandig verzoek van de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren, althans dit af te wijzen. 3.8 Bij verweerschrift van 18 maart 2011, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 21 maart 2011, heeft de vrouw gereageerd op de stellingen die de man heeft ingenomen ten aanzien van het door haar ingediende verzoek tot nietigverklaring huwelijk. In beide zaken 3.9 Bij beschikking voorlopige voorzieningen van 11 januari 2011 heeft de rechtbank, voor zover ten deze van belang, het zelfstandig verzoek van de vrouw tot nietigverklaring van het huwelijk van partijen gesloten op [in 2001] te [plaats 1] afgewezen. 3.10 De rechtbank heeft op 17 oktober 2011 aan het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) de volgende schriftelijke vragen gesteld: is de rechtbank bevoegd een oordeel te geven over het verzoek van de vrouw? welk recht is van toepassing op de vraag of er sprake is van een rechtsgeldig huwelijk tussen partijen? indien dit het recht van [staat]/de Verenigde Staten is, is er dan sprake van een rechtsgeldig huwelijk tussen partijen of van een nietig huwelijk of is dit huwelijk vernietigbaar? Bij het voorgaande met name bezien in het licht van de stelling van de vrouw dat de man nog gehuwd was met zijn eerste echtgenote en de stelling van de man dat hij zijn eerste echtgenote heeft verstoten/dat hij van haar is gescheiden. vindt er in [staat] bij een huwelijksvoltrekking onderzoek plaats naar de personalia, de huwelijkse staat e.d. en op welke wijze? naar welk recht dienen de vragen of de man zijn eerste echtgenote heeft verstoten of van haar is gescheiden beoordeeld te worden? En als dit naar het recht van Egypte of het recht van [staat]/de Verenigde Staten is, hoe vindt een naar Egyptisch recht of het recht van [staat]/de Verenigde Staten rechtsgeldige echtscheiding/verstoting plaats? Indien de vragen of de man zijn eerste echtgenote heeft verstoten of van haar is gescheiden beoordeeld dient te worden naar het recht van Egypte, en er sprake is van een rechtsgeldige scheiding/verstoting van de eerste echtgenote van de man naar dat recht, wordt deze echtscheiding/verstoting dan in [staat]/de Verenigde Staten erkend en zo ja onder welke voorwaarden? Zijn er overigens nog bijzonderheden te vermelden die in dit kader van belang zijn? 3.11 Het IJI heeft bij brief van 20 februari 2012 zijn rapport van diezelfde datum, ter beantwoording van bovenvermelde vragen, aan de rechtbank doen toekomen. 3.12 Bij beschikking van 10 april 2012 heeft de rechtbank iedere beslissing aangehouden en partijen in de gelegenheid gesteld om binnen een periode van drie maanden na 10 april 2012 te reageren op het rapport van het IJI. 3.13 De vrouw heeft op 9 juli 2012 haar reactie op het rapport van het IJI aan de rechtbank doen toekomen en voorts haar verzoek om te bepalen dat het huwelijk gesloten tussen partijen in [plaats 1] nietig is gewijzigd/aangevuld in: I. het verzoek om een verklaring voor recht dat het huwelijk van partijen, gesloten op [in 2001] in [plaats 1] nietig is en geacht wordt vanaf datum huwelijkssluiting nooit te hebben bestaan;II. het verzoek om te bepalen dat de erkenning van het huwelijk van partijen, gesloten op [in 2001] te [plaats 1], in Nederland, respectievelijk [woonplaats] niet mag plaatsvinden:- primair vanwege nietigheid van het huwelijk; en- subsidiair op grond van strijd met de Nederlandse openbare orde en voor zover erkenning heeft plaatsgevonden te bepalen dat deze erkenning met terugwerkende kracht tot aan [in 2001] nietig is respectievelijk moet worden vernietigd en de man gehouden is zijn medewerking te verlenen aan het verstrekken van de opdracht daartoe;- meer subsidiair:III. het verzoek om te bepalen, indien erkenning in Nederland van het huwelijk niet nietig wordt verklaard, respectievelijk niet wordt vernietigd, dat het op [in 2001] te [plaats 1] tussen partijen gesloten huwelijk nietig moet worden verklaard op grond van het feit dat bigamie in het op dat huwelijk formeel en materieel toepasselijke recht van de staat [staat] leidt tot een absoluut nietig huwelijk. 3.14 De man heeft bij journaalbericht van 9 juli 2012 zijn reactie op het rapport van het IJI aan de rechtbank doen toekomen en de rechtbank verzocht de beslissing voor drie maanden aan te houden, aangezien de man een procedure is gestart voor erkenning en inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van zijn huwelijk met [X] in Nederland. 3.15 Bij beschikking van 16 juli 2012 heeft de rechtbank:- de vrouw verzocht toe te lichten wat haar belang is bij het afgeven van de door haar verzochte verklaring van recht;- de vrouw verzocht zich uit te laten over het verzoek van de man om de beslissing voor drie maanden aan te houden;- de man in de gelegenheid gesteld te reageren op de gewijzigde/aangevulde verzoeken van de vrouw,en alvorens de beslissen iedere beslissing aangehouden en partijen in de gelegenheid gesteld om binnen een periode van één maand na 16 juli 2012 te reageren. 3.16 Bij brief van 30 juli 2012 heeft de vrouw haar belang bij het afgeven van de door haar verzochte verklaring van recht toegelicht en bezwaar gemaakt tegen het verzoek van de man de zaak voor een periode van drie maanden aan te houden. 3.17 Bij verweerschrift van 10 augustus 2012, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 13 augustus 2012, heeft de man het aanvullend/gewijzigd verzoek van de vrouw bestreden en geconcludeerd tot afwijzing van alle aanvullende/wijzigende verzoeken van de vrouw. 3.18 Bij beschikking van 28 augustus 2012 heeft de rechtbank iedere beslissing aangehouden voor een periode van drie maanden na 28 augustus 2012, de man verzocht de rechtbank te informeren of hij beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank [Y] ([staat]) van [2012] en wat de uitslag van dit beroep is en de vrouw verzocht de rechtbank te informeren over het verloop en de uitslag van de bezwaarprocedure bij de gemeente [woonplaats]. 3.19 Bij akte uitlating van 23 november 2012 heeft de man de rechtbank bericht dat hij bij verzoekschrift van 16 november 2012 een motie tot herziening heeft ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank [Y] van [2012] en de rechtbank verzocht de zaak voor drie maanden aan te houden in afwachting van de beslissing hierop. 3.20 Bij akte uitlating van 27 november 2012 heeft de vrouw een toelichting verstrekt over het verloop en de uitslag van de bezwaarschriftprocedure bij de gemeente [woonplaats] en bezwaar gemaakt tegen het verzoek van de man de zaak voor een periode van drie maanden aan te houden. 3.21 Bij akte uitlating van 4 maart 2013 heeft de man de rechtbank bericht dat de rechtbank [Y] bij uitspraak van 20 februari 2013 het beroep gegrond heeft verklaard, het vonnis van [2012] heeft vernietigd en de vrouw heeft veroordeeld in de kosten van het proces als de in het ongelijk gestelde partij. Voorts heeft de rechtbank [Y] zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het verzoek, nu naar haar oordeel de Nederlandse rechter bevoegd is van dit geschil kennis te nemen. 3.22 Bij brief van 4 maart 2013 heeft de vrouw de rechtbank bericht dat zij voornemens is om tegen de beslissing van de rechtbank [Y] een rechtsmiddel in te stellen en zij heeft de rechtbank verzocht de zaak voor een periode van drie maanden aan te houden, teneinde de rechtbank te informeren over het verloop van het ingestelde rechtsmiddel en de andere procedure. 3.23 De rechtbank heeft dit verzoek van de vrouw toegewezen en de beslissing aangehouden in afwachting van een bericht van de vrouw inzake het rechtsmiddel tegen de uitspraak van de rechtbank [Y]. 3.24 Bij brief van 6 juni 2013 heeft de man bezwaar gemaakt tegen verdere aanhouding van de beslissing en de rechtbank verzocht uitspraak te doen. 3.25 Bij brief van 6 juni 2013 heeft de vrouw verzocht de zaak voor een periode van maximaal vier maanden aan te houden, in afwachting van de uitkomst van de procedure voor het gerechtshof in Egypte. 3.26 De rechtbank heeft in de bestreden beschikking het verzoek tot aanhouding van de vrouw afgewezen en in dit kader geoordeeld dat langer uitstel - gelet op het tijdsverloop en de onduidelijkheid met betrekking tot de door de vrouw gestelde overige procedures - niet in het belang van partijen is en dat op het punt van de geldigheid van het huwelijk helderheid gewenst is. 3.27 Bij de beschikking waarvan beroep heeft de rechtbank voorts, voor zover ten deze van belang, de verzochte nietigverklaring van het huwelijk tussen partijen en de overige terzake gedane verzoeken afgewezen en de echtscheiding tussen de man en de vrouw uitgesproken.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.