GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.137.933 (zaaknummer rechtbank Gelderland, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Zutphen, 249723) arrest van de derde kamer van 8 juli 2014 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Instore Kids Corners B.V., gevestigd te Dronten, appellante in het principaal hoger beroep, geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep, hierna: IKC of Instore Kids Corners, advocaat: mr. F.A.M. Knüppe, tegen: [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats], geïntimeerden in het principaal hoger beroep, appellant in het incidenteel hoger beroep, hierna: [geïntimeerde], advocaat: mr. A.C. Beijderwellen-Wittekoek. 1Het geding in eerste aanleg Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 21 oktober 2013 dat de kantonrechter (rechtbank Gelderland, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Zutphen) als voorzieningenrechter tussen IKC als eiseres in conventie en verweerster in reconventie enerzijds en [geïntimeerde] als gedaagde in conventie en eiser in reconventie anderzijds heeft gewezen. 2Het geding in hoger beroep 2.1 IKC heeft bij exploot van 18 november 2013 [geïntimeerde] aangezegd van dat vonnis van 21 oktober 2013 in hoger beroep te komen, met dagvaarding van [geïntimeerde] voor dit hof. 2.2 Bij memorie van grieven heeft IKC vijf grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd, heeft zij bewijs aangeboden en een aantal nieuwe producties in het geding gebracht. Zij heeft gevorderd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw recht doende, bij arrest uitvoerbaar bij voorraad de oorspronkelijke vorderingen van IKC alsnog zal toewijzen en [geïntimeerde] zal veroordelen in de kosten van het geding in beide instanties, te voldoen binnen zeven dagen na het wijzen van het arrest, onder bepaling dat indien de gedingkosten niet binnen genoemde termijn zijn betaald, hierover vanaf de achtste dag wettelijke rente verschuldigd is. 2.3 Bij memorie van antwoord in het principaal hoger beroep heeft [geïntimeerde] verweer gevoerd en heeft hij bewijs aangeboden en een aantal nieuwe producties in het geding gebracht. Hij heeft geconcludeerd dat het hof bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, in conventie IKC niet-ontvankelijk zal verklaren in haar hoger beroep, althans de grieven van IKC zal verwerpen, met veroordeling van IKC in de kosten van beide instanties, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het arrest en, indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de datum van het arrest, althans van de veertiende dag na de datum van het arrest, tot aan de dag van de algehele voldoening, alsmede met veroordeling van IKC in de na de uitspraak vallende kosten, wat betreft het salaris van de advocaat forfaitair berekend op € 131,- zonder betekening en verhoogd met € 68,- in geval van betekening, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het arrest en, indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de datum van het arrest, althans van de veertiende dag na de datum van het arrest tot aan de dag van de algehele voldoening. 2.4 Bij dezelfde memorie, tevens akte vermeerdering van eis, heeft [geïntimeerde] incidenteel hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 21 oktober 2013, heeft hij daartegen twee grieven aangevoerd, zijn eis in voorwaardelijke reconventie vermeerderd en bewijs aangeboden. Hij heeft gevorderd dat het hof in voorwaardelijke reconventie primair het relatiebeding tussen IKC en [geïntimeerde] met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus (het hof begrijpt:) 2013 zal schorsen, althans subsidiair het relatiebeding tussen IKC en [geïntimeerde] met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus 2013 zal schorsen zodanig dat [geïntimeerde] werkzaam kan blijven ten behoeve van Global Attractions op basis van de met deze vennootschap afgesloten consultant agreement, althans meer subsidiair het relatiebeding met terugwerkende kracht vanaf 15 november 2013 zal schorsen zodanig dat [geïntimeerde] vanaf die datum werkzaam kan blijven ten behoeve van Global Attractions op basis van de met deze vennootschap afgesloten consultant agreement, althans uiterst subsidiair het relatiebeding zal schorsen vanaf 1 april 2014 zodanig dat [geïntimeerde] vanaf die datum werkzaam kan blijven ten behoeve van Global Attractions op basis van de met deze vennootschap afgesloten consultant agreement, met veroordeling van IKC in de kosten van beide instanties, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het arrest en, indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de datum van het arrest, althans van de veertiende dag na de datum van het arrest, tot aan de dag van de algehele voldoening, alsmede met veroordeling van IKC in de na de uitspraak vallende kosten, wat betreft het salaris van de advocaat forfaitair berekend op € 131,- zonder betekening en verhoogd met € 68,- in geval van betekening, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het arrest en, indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de datum van het arrest, althans van de veertiende dag na de datum van het arrest tot aan de dag van de algehele voldoening. 2.5 Bij memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep heeft IKC verweer gevoerd en geconcludeerd dat het hof bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, in het incidenteel hoger beroep de grieven van [geïntimeerde] verwerpt, het bestreden vonnis bekrachtigt en [geïntimeerde] veroordeelt in de kosten van het incidenteel hoger beroep. 2.6 Ten slotte zijn de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald. 3De grieven IKC heeft in het principaal hoger beroep de volgende grieven aangevoerd. Grief 1 Ten onrechte heeft de kantonrechter in de rechtsoverwegingen 5.1 en 5.4 overwogen dat een belangenafweging op grond van artikel 7:653 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) dient plaats te vinden. Grief 2 Ten onrechte heeft de kantonrechter in de rechtsoverwegingen 2.6 en 5.3 overwogen dat [geïntimeerde] in dienst is van Global Attractions. Grief 3 Ten onrechte heeft de kantonrechter in rechtsoverweging 5.5 overwogen dat er voor verhoging van de in artikel 11 lid 2 van de arbeidsovereenkomst opgenomen boetes geen aanleiding bestaat en dat niet zonder meer kan worden geconcludeerd dat de overeengekomen boetes een onvoldoende afschrikkende werking hebben op [geïntimeerde]. Grief 4 Ten onrechte heeft de kantonrechter in rechtsoverweging 5.7 overwogen dat de vordering tot betaling van een voorschot op de door [geïntimeerde] verbeurde boetes niet toewijsbaar is. Grief 5 Ten onrechte en ongemotiveerd heeft de kantonrechter in rechtsoverweging 7.1 een maximum van € 10.000,- toegekend aan de te verbeuren dwangsommen. [geïntimeerde] heeft in het incidenteel hoger beroep de volgende grieven aangevoerd. Grief 1 Ten onrechte concludeert de kantonrechter in rechtsoverweging 5.3 dat voldoende aannemelijk is dat [geïntimeerde] in strijd met het relatiebeding heeft gehandeld. Grief 2 Deze is gericht tegen de belangenafweging door de kantonrechter en de uitkomst daarvan zoals neergelegd in rechtsoverweging 5.4 en de daarop voortbouwende rechtsoverweging (het hof begrijpt:) 6.4. 4De vaststaande feiten 4.1 Het hof gaat in hoger beroep uit van de volgende feiten. 4.2 IKC produceert en levert kinderhoeken en speelsystemen voor de zakelijke markt. 4.3 Op 31 maart 2011 hebben de partijen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten op grond waarvan [geïntimeerde], geboren op 15 juli 1973, op 1 juni 2011 als commercieel directeur bij IKC in dienst is getreden tegen een salaris van € 5.304,- bruto per maand, exclusief vakantiegeld en emolumenten (productie 1 bij de inleidende dagvaarding). Vanaf 2012 was [geïntimeerde] werkzaam in de functie van managing director. 4.4 Artikel 11 van de arbeidsovereenkomst tussen IKC en [geïntimeerde] luidt als volgt: “1. De werknemer verbindt zich tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst, alsmede binnen twee jaar na afloop daarvan, geen werkzaamheden direct hetzij zelfstandig hetzij in samenwerking met of in dienstverband van anderen te zullen verrichten voor bestaande cliënten van de werkgever respectievelijk van aan de werkgever gelieerde ondernemingen anders dan in het kader van de uitoefening van de dienstverband met de werkgever. 2. De werknemer verbeurt in afwijking van het bepaalde in artikel 7:650 lid 3,4 en 5 BW jegens werkgever per overtreding van een of meer der bepalingen uit dit artikel een onmiddellijk opeisbare boete van € 2.000,00 en een bedrag van € 200,00 voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, onverminderd het recht van de werkgever om volledige schadevergoeding te vorderen.” 4.5 Op 5 april 2013 heeft IKC [geïntimeerde] op staande voet ontslagen. [geïntimeerde] heeft vervolgens de vernietigbaarheid van het ontslag ingeroepen, waarna IKC de voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft gevorderd. In deze procedure bij de kantonrechter (rechtbank Midden-Nederland, sector kanton, locatie Lelystad) zijn de partijen op 22 mei 2013 ter beëindiging van hun geschil het volgende overeengekomen: “- De arbeidsovereenkomst tussen partijen wordt ontbonden per 1 juni 2013; - - Tot 1 juni 2013 wordt er door Instore Kids Corners € 5.304,00 bruto per maand aan salaris betaald; - Instore Kids Corners maakt op 1 juni 2013 een eindafrekening op; (…) - Instore Kids Corners heeft het voorwaardelijk karakter aan het verzoekschrift ontnomen zodat het verzoek onvoorwaardelijk is geworden; - Instore Kids Corners betaalt € 3.500,00 aan advocaatkosten voor [geïntimeerde]; - Partijen hebben over en weer niets meer te verrekenen en verlenen elkaar over en weer finale kwijting; (…) - [geïntimeerde] krijgt geen vergoeding; - [geïntimeerde] wordt geacht al zijn vakantiedagen opgenomen te hebben voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst op 1 juni 2013; - Het relatiebeding zoals opgenomen in de arbeidsovereenkomst tussen partijen blijft gehandhaafd; (…)” Deze afspraken zijn in een voor executie vatbaar proces-verbaal (productie 2 bij de inleidende dagvaarding) opgenomen. 4.6 IKC heeft vervolgens een eindafrekening gemaakt, waarbij zij bepaalde posten, waaronder kosten wegens schade aan de leaseauto en teveel betaalde vakantietoeslag, heeft verrekend met het bedrag dat zij nog aan [geïntimeerde] verschuldigd was. 4.7 Op 27 mei 2013 is [geïntimeerde] door American Express aangesproken tot betaling van een openstaande factuur betreffende zijn zakelijke creditcard ten bedrage van € 2.082,41. Aangezien betaling uitbleef heeft American Express haar vordering ter incasso uit handen gegeven aan een deurwaarderskantoor, dat [geïntimeerde] bij brief van 30 juli 2013 (productie 8 bij de akte overlegging producties van 23 september 2013) heeft gesommeerd de vordering van American Express te voldoen en rechtsmaatregelen heeft aangekondigd in geval van het uitblijven van betaling. Betaling heeft niet plaatsgevonden. 4.8 Bij deurwaardersexploot van 9 juli 2013 (productie 6 bij de inleidende dagvaarding) heeft [geïntimeerde] het proces-verbaal van 22 mei 2013 doen executeren en is IKC bevolen om een bedrag van € 1.829,62 aan restant salaris te voldoen. 4.9 Vanaf 1 augustus 2013 verricht [geïntimeerde] werkzaamheden voor Global Attractions SPI AB (Global Attractions) te Zweden. Global Attractions en haar dochtermaatschappijen richten zich op het ontwerpen, produceren en leveren van complete concepten/projecten voor indoor speelsystemen. 4.10 De dochtermaatschappijen van Global Attractions in Engeland, Zweden en Italië waren tot 15 november 2013 klant van IKC. 5De motivering van de beslissing in hoger beroep In het principaal en in het incidenteel hoger beroep 5.1 In eerste aanleg heeft IKC in conventie gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: a. [geïntimeerde] te veroordelen tot nakoming van het met IKC overeengekomen relatiebeding en zich onmiddellijk te onthouden van elk doen en nalaten in strijd met dit relatiebeding, op straffe van een direct opeisbare boete ter hoogte van € 10.000,- per overtreding en € 2.000,- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, althans een direct opeisbare boete waarvan de hoogte door de kantonrechter wordt vastgesteld, althans zodanige maatregelen te treffen als de kantonrechter juist acht; b. [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling aan IKC van een voorschot op de door [geïntimeerde] inmiddels verbeurde boetes wegens het overtreden van het relatiebeding, te weten € 40.000,-, althans een zodanig bedrag als de kantonrechter juist acht; c. bij wijze van executiegeschil de executie van het proces-verbaal van de rechtbank Midden-Nederland, sector kanton, locatie Lelystad, van 22 mei 2013 te schorsen totdat de rechter in een door [geïntimeerde] te initiëren procedure heeft beslist, althans [geïntimeerde] te verbieden het proces-verbaal van de rechtbank Midden-Nederland, sector kanton, locatie Lelystad, van 22 mei 2013 te executeren totdat de rechter in een door [geïntimeerde] te initiëren procedure heeft beslist, op straffe van een aan IKC te betalen dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat hij in gebreke blijft aan deze veroordeling en/of een gedeelte daarvan te voldoen; d. [geïntimeerde] te veroordelen in de kosten van deze procedure. 5.2 De hiervoor onder a. en d. genoemde vorderingen van IKC zijn door de kantonrechter toegewezen, met dien verstande dat de hoogte van de onder a. gevorderde boetes - conform artikel 11 lid 2 van de arbeidsovereenkomst - is beperkt tot € 2.000,- per overtreding en € 200,- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt. De kantonrechter heeft de boetes gemaximeerd tot een bedrag van € 10.000,-. De vorderingen onder b. en c. zijn door de kantonrechter afgewezen. De grieven van IKC zijn gericht tegen de afwijzing van de vordering onder b. en tegen de beperking van de hoogte van de onder a. gevorderde boetes. De vordering onder c. ligt in hoger beroep dus niet meer ter beoordeling voor. 5.3 [geïntimeerde] heeft in eerste aanleg in reconventie gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: a. IKC te veroordelen tot betaling van (een voorschot
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.