GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.130.139/01 (zaaknummer rechtbank Midden Nederland, locatie Lelystad C/07/202586 HL ZA 12-180) arrest van de tweede kamer van 5 augustus 2014 in de zaak van [B.V. A], gevestigd te Almere, appellante, in eerste aanleg: eiseres, hierna: [B.V. A], advocaat: mr. C.B.M. Scholten van Aschat, kantoorhoudend te Amsterdam, die tevens heeft gepleit, tegen [geïntimeerde], wonende te [woonplaats], geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: [geïntimeerde], advocaat: mr. A. Das Gupta, kantoorhoudend te Amsterdam, die tevens heeft gepleit. 1Het geding in eerste aanleg In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen van 10 oktober 2012 en 24 april 2013 van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure is als volgt: - de dagvaarding in hoger beroep d.d. 4 juli 2013, - de memorie van grieven (met producties), - de memorie van antwoord (met producties), - de gehouden pleidooien waarbij pleitnotities zijn overgelegd. 2.2 Na afloop van het pleidooi heeft het hof arrest bepaald. 2.3 De vordering van [B.V. A] in hoger beroep luidt: "dat het gerechtshof het vonnis van 24 april 2013 van de rechtbank Midden-Nederland. locatie Lelystad (C/07/202586/HL ZA 12-180) voor zover tussen [B.V. A] en [geïntimeerde] gewezen vernietigt en, opnieuw recht doende, [geïntimeerde] veroordeelt tot betaling aan [B.V. A] van: 1. € 154.885,50 te vermeerderen met, primair de wettelijke handelsrente vermeerderd met 2%, subsidiair de wettelijke handelsrente, en meer subsidiair de wettelijke rente vermeerderd met 2%, steeds vanaf 30 dagen na de datum van de betreffende factuur; 2. € 23.232,82 te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 24 juli 2012; 3. de door [B.V. A] aan [geïntimeerde] betaalde proceskosten van de eerste instantie ad € 4.278,- te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 24 april 2013; en 4. de proceskosten waarin [Italiaanse rechtspersoon] in eerste instantie is veroordeeld ad € 2.857,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 24 april 2013; en 5. de proceskosten van beide instanties, daaronder begrepen de kosten voor het opstellen van het beslagrekest, de griffierechten ad € 575,- verbonden aan het beslagverlof, alsmede de deurwaarderskosten ad € 214,81 voor de beslaglegging en € 83,74 voor de overbetekening aan [geïntimeerde], te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten van de eerste instantie met ingang van 8 dagen na 24 april 2013, over het door [B.V. A] betaalde griffierecht van de eerste instantie ad € 3.046,- vanaf 8 september 2012, over het griffierecht in hoger beroep vanaf vier weken na 20 augustus 2013 en over de proceskosten in hoger beroep vanaf 8 dagen na de datum van het arrest." 3De beoordeling De feiten 3.1. Tegen de weergave van de vaststaande feiten in rechtsoverweging 2 (2.1. tot en met 2.7) van genoemd vonnis van 24 april 2013 is geen grief ontwikkeld en ook anderszins is niet van bezwaren daartegen gebleken, zodat ook in hoger beroep van die feiten zal worden uitgegaan. Deze feiten, aangevuld met feiten die in hoger beroep zijn komen vast te staan, luiden: 3.1.1. [B.V. A] drijft een groothandel in erotische producten. 3.1.2. [geïntimeerde] heeft in Italië een rechtspersoon naar Italiaans recht opgericht: "[Italiaanse rechtspersoon]" (hierna: [Italiaanse rechtspersoon]). [geïntimeerde] was enig bestuurder en aandeelhouder van [Italiaanse rechtspersoon]. 3.1.3. [Italiaanse rechtspersoon] heeft producten van [B.V. A] gekocht ter wederverkoop in Italië. 3.1.4. Op de overeenkomsten tussen [B.V. A] en [geïntimeerde] zijn de door [B.V. A] gehanteerde algemene voorwaarden van toepassing. De algemene voorwaarden bepalen in artikel VI b, voor zover van belang: "(…) b. Betaling dient te geschieden uiterlijk 30 dagen na facturering en zonder korting of schuldvergelijking. Bij gebreke van betaling na 30 dagen zijn wij gerechtigd om vanaf de vervaldatum de koper over het volle bedrag van onze factuur vanaf de vervaldatum over het factuurbedrag in rekening te brengen de wettelijke rente vermeerderd met een toeslag van 2% per jaar of gedeelte daarvan. (...) Bovendien komen, indien wij de vordering in handen van derden stellen, voor rekening van koper de incassokosten, minimaal 15% van het te vorderen bedrag, rente niet inbegrepen (…)." 3.1.5. Bij brief van 29 januari 2010 heeft [B.V. A] aan [Italiaanse rechtspersoon] onder meer geschreven: "(…) Zoals u reeds gisteren is bevestigd door de commerciële afdeling, staat u op dit moment open voor een totaalbedrag groot € 194.751,03, waarvan onmiddellijk opeisbaar is een bedrag groot € 138.180,23. (…) Eén en ander laat onverlet dat u desgewenst kunt blijven bestellen bij [B.V. A], echter niet eerder dan na betaling van uitstaande facturen. Tevens dient u bij nieuwe bestellingen tegelijkertijd te betalen.(…)" 3.1.6. [Italiaanse rechtspersoon] heeft facturen tot een bedrag van € 154.885,50 onbetaald gelaten. De oudste openstaande factuur dateert van 13 september 2010 en de meest recente van 19 mei 2011. [Italiaanse rechtspersoon] heeft op 20 mei 2011 de laatste betaling aan [B.V. A] verricht. Deze betaling ziet op een factuur van 31 augustus 2010. Nadien heeft [B.V. A] nog twee creditnota's aan [Italiaanse rechtspersoon] gezonden wegens door [Italiaanse rechtspersoon] retour gezonden artikelen. 3.1.7. Op 8 juni 2011 heeft [geïntimeerde] bij de Italiaanse Kamer van Koophandel doen inschrijven dat [Italiaanse rechtspersoon] met ingang van 1 juni 2011 in liquidatie ("Scioglimento e procedure concorsuali") verkeert met benoeming van zichzelf tot enig vereffenaar. 3.1.8. De voorzieningenrechter heeft op 12 juli 2012 aan [B.V. A] verlof verleend tot het leggen van conservatoir beslag op de woning van [geïntimeerde]. 3.1.9. [geïntimeerde] woont thans in Nederland en verkoopt vanuit haar eenmanszaak erotische producten. [geïntimeerde] gebruikt ten behoeve van haar eenmanszaak de website [e-mail] en het emailadres [naam]@[e-mail].it. Het geschil en de beslissing in eerste aanleg 3.2.1. [B.V. A] heeft in eerste aanleg in conventie gevorderd - samengevat - veroordeling van [geïntimeerde] en [Italiaanse rechtspersoon] tot betaling aan haar van een bedrag van € 154.885,50, vermeerderd met rente en (buitengerechtelijke, beslag- en proces)kosten. Voorts heeft zij verzocht het te wijzen vonnis met inbegrip van de kostenveroordeling te waarmerken als Europese executoriale titel, overeenkomstig het bepaalde in de EET-verordening. [B.V. A] heeft haar vordering jegens [Italiaanse rechtspersoon] gebaseerd op het onbetaald laten van de door haar verzonden facturen ter zake van geleverde goederen. Aan haar vordering jegens [geïntimeerde] heeft zij, in de door de rechtbank gevolgde uitleg, ten grondslag gelegd dat [geïntimeerde] als bestuurder van [Italiaanse rechtspersoon] wist dan wel redelijkerwijs had moeten begrijpen dat [Italiaanse rechtspersoon] ten tijde van het aangaan van de koopovereenkomsten met [B.V. A] niet aan haar betalingsverplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade en dat haar daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt. 3.2.2. [Italiaanse rechtspersoon] is niet verschenen. [geïntimeerde] heeft verweer gevoerd. In voorwaardelijke reconventie heeft [geïntimeerde] gevorderd het door [B.V. A] gelegde beslag op te heffen. 3.2.3. De rechtbank heeft verstek verleend tegen [Italiaanse rechtspersoon]. De rechtbank heeft geoordeeld dat aan haar rechtsmacht toekomt in de zaken tegen [Italiaanse rechtspersoon] en [B.V. A] en heeft de vorderingen tegen hen naar Nederlands recht beoordeeld. De vorderingen jegens [Italiaanse rechtspersoon] zijn toegewezen met uitzondering van de beslagkosten. De rechtbank heeft de vorderingen tegen [geïntimeerde] afgewezen, het beslag opgeheven en [B.V. A] in de proceskosten van [geïntimeerde] veroordeeld. Het geschil in hoger beroep 3.3. In hoger beroep zijn uitsluitend de vorderingen jegens [geïntimeerde] nog aan de orde. [B.V. A] heeft zeven grieven tegen het vonnis van 24 april 2013 gericht. De grieven richten zich tegen de afwijzing van haar vorderingen jegens [geïntimeerde] en het opheffen van het beslag. [B.V. A] heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd, kort weergegeven, dat [geïntimeerde] als bestuurder en vereffenaar van de vennootschap waarmee [B.V. A] heeft gecontracteerd jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld en daarmee gehouden is de schade die [B.V. A] daardoor heeft geleden te vergoeden. Internationale rechtsmacht 3.4. [geïntimeerde] is in rechte betrokken als bestuurder van [Italiaanse rechtspersoon]; een in Italië gevestigde vennootschap naar Italiaans recht. Ingevolge de hoofdregel van artikel 2 van de EEX-verordening (EEX-Vo) dient [geïntimeerde], nu zij woonplaats heeft in Nederland, te worden opgeroepen voor een gerecht in Nederland, zodat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. 3.5. [geïntimeerde] is daarnaast in rechte betrokken als vereffenaar van [Italiaanse rechtspersoon]. In artikel 1, lid 2, sub b, van de EEX-Vo is bepaald dat deze verordening niet van toepassing is op het faillissement, akkoorden en soortgelijke procedures. De vraag dient te worden beantwoord of de onderhavige liquidatieprocedure (r.o. 3.1.7.) valt onder "soortgelijke procedures" als bedoeld in voornoemd artikel. Voor de procedures als bedoeld in dit artikel worden regels voor internationale bevoegdheid gegeven in de Europese Insolventieverordening (InsVo). De onderhavige liquidatieprocedure wordt niet genoemd in de bijlagen A en B behorend bij artikel 2 aanhef en onder a en c InsVo. De InsVo is daarmee niet van toepassing op deze liquidatieprocedure. Dit leidt tot de conclusie dat op basis van artikel 1 EEX-Vo deze procedure onder het materieel toepassingsgebied van de EEX-Vo valt en daarmee komt op basis van artikel 2 EEX-Vo de Nederlandse rechter rechtsmacht toe. Toepasselijk recht 3.6. Aangezien geen grief is aangevoerd tegen het oordeel van de rechtbank (r.o. 4.11) in haar vonnis dat Nederlands recht van toepassing is, zal ook het hof hiervan uitgaan. De verdere beoordeling 3.7. In een geval van benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering, is naast de aansprakelijkheid van de vennootschap mogelijk ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.