GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.138.492 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 338679) beschikking van de familiekamer van 12 augustus 2014 inzake [verzoeker] , wonende te [woonplaats],verzoeker in het principaal hoger beroep, verweerder in het incidenteel hoger beroep, verder te noemen: de man, advocaat: mr. R.P.J. Hendrikx te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, en [verweerster] , wonende te [woonplaats], verweerster in het principaal hoger beroep, verzoekster in het incidenteel hoger beroep, verder te noemen: de vrouw, advocaat: mr. G. Rolle te Woerden. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 11 september 2013, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift, ingekomen op 9 december 2013; - het verweerschrift tevens houdende incidenteel hoger beroep, ingekomen op 15 januari 2014; - het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep, ingekomen op 26 februari 2014; - een journaalbericht van mr. Rolle met bijlagen, ingekomen op 16 juni 2014; - een journaalbericht van mr. Hendrikx met bijlagen, ingekomen op 16 juni 2014. 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 26 juni 2014 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. 3De vaststaande feiten 3.1 Partijen zijn op 7 juni 2002 gehuwd. 3.2 Uit dit huwelijk zijn geboren: - [kind 1], op [geboortedatum] 2003, en - [kind 2], op [geboortedatum] 2007, over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. 3.3 De man, geboren op [geboortedatum] 1971, is alleenstaand. Het belastbare loon van de man bedroeg volgens de jaaropgave 2013 in dat jaar € 58.525,-. Dit belastbare loon verminderd met de fiscaal belaste bijtelling privégebruik leaseauto bedraagt € 50.501,-. In 2014 bedraagt zijn inkomen blijkens de salarisspecificaties van januari tot en met mei van dat jaar € 3.400,- bruto per maand, te vermeerderen met vakantietoeslag. 3.4 De vrouw, geboren op [geboortedatum] 1973, vormt met de kinderen van partijen een gezin. Bij Taxi en Touringcar [A] V.O.F. bedroeg het belastbaar inkomen van de vrouw in 2013 (datum uit dienst 31 augustus 2013) blijkens de jaaropgaaf van dat jaar € 8.303,-. Vanaf 17 juni 2013 werkt de vrouw bij Buurtdiensten Nederland B.V. Het inkomen van de vrouw bij Buurtdiensten Nederland B.V. bedraagt blijkens de salarisspecificaties van oktober, november en december 2013 gemiddeld € 154,12 netto per maand. De vrouw ontvangt sinds 1 september 2013 een WW-uitkering die blijkens de betaalspecificaties van 23 oktober 2013, 19 november 2013 en 17 december 2013 € 719,- bruto per vier weken (€ 778,92 bruto per maand) bedraagt. Met ingang van 1 februari 2014 is de vrouw in dienst van Vergeer & Van Bemmel B.V. Haar inkomen bedraagt blijkens de salarisspecificaties van maart, april en mei 2014 € 655,11 bruto per maand. Bij Buurtdiensten Nederland B.V. bedraagt het inkomen van de vrouw blijkens de salarisspecificaties van maart, april en mei 2014 gemiddeld € € 74,93 bruto per maand. 4De omvang van het geschil 4.1 In geschil zijn de bijdragen van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen en in het levensonderhoud van de vrouw. 4.2 De rechtbank heeft in de bestreden beschikking, voor zover hier van belang, echtscheiding tussen partijen uitgesproken, als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld dat de man en de kinderen omgang hebben als volgt: - zolang de man nog geen eigen woonruimte heeft, verblijven de kinderen eenmaal per veertien dagen in de echtelijke woning van vrijdagavond tot zondagavond, alsmede iedere maandagavond; - zodra de man over eigen woonruimte beschikt en zolang de vrouw nog geen werkgeversverplichtingen heeft, verblijven de kinderen in de oneven weken van woensdag 17.30 uur tot vrijdag 15.00 uur in de echtelijke woning bij de man en haalt de vrouw de kinderen om 15.00 uur van school. In de even weken verblijven de kinderen van donderdag 8.00 uur tot maandagochtend naar school in de echtelijke woning bij de man; - zodra de man over eigen woonruimte beschikt en vanaf het moment dat de vrouw werkgeversverplichtingen heeft, verblijven de kinderen in de oneven weken van woensdag 17.30 uur tot vrijdag 18.30 uur bij de man in zijn nieuwe woning en in de even weken van donderdag 8.00 uur tot maandagochtend na school bij de man in zijn nieuwe woning; - de feestdagen en vakanties worden door partijen in onderling overleg verdeeld. Daarnaast heeft de rechtbank bepaald dat de man met ingang van 11 september 2013 € 232,- per kind per maand aan de vrouw zal verstrekken als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding, telkens bij vooruitbetaling te voldoen. 4.3 De echtscheidingsbeschikking is op 23 december 2013 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. 4.4 De man is met drie grieven in hoger beroep gekomen. Grief 1 ziet op de door de rechtbank vastgestelde omgang op de vrijdagmiddag in de oneven weken in de situatie dat de man over eigen woonruimte beschikt en dat de vrouw werkgeversverplichtingen heeft. Grief 2 ziet op de draagkracht van de man. De man stelt in dit kader dat zijn bruto inkomen in 2014 en 2015 wordt verlaagd en dat rekening moet worden gehouden met de dubbele woonlasten waarmee hij wordt geconfronteerd. In grief 3 stelt de man dat de vrouw werk heeft gevonden waardoor zij een hoger netto besteedbaar inkomen heeft. 4.5 De vrouw is met twee grieven in incidenteel hoger beroep gekomen. De eerste grief ziet op de omgangsregeling tussen de man en de kinderen. In haar tweede grief stelt de vrouw dat de rechtbank ten onrechte geen rekening heeft gehouden met een bonus van de man van € 4.000,-. Als met deze bonus rekening wordt gehouden, heeft de man volgens de vrouw voldoende draagkracht voor een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud. 4.6 Het hof zal de grieven in het principaal en het incidenteel hoger beroep per onderwerp bespreken. 4.7 Bij brief van 13 juni 2014, ingekomen op 16 juni 2014, heeft mr. Rolle bericht dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Zij verzoeken het hof een beslissing te geven conform de inhoud van het bij die brief gevoegde schema. Hieruit leidt het hof af dat partijen hun verzoek in hoger beroep dienovereenkomstig hebben gewijzigd. Het hof zal aldus beslissen en een fotokopie van het door partijen opgestelde schema aan deze beschikking hechten. Grief 1 in het principaal hoger beroep en grief 1 in het incidenteel hoger beroep behoeven geen bespreking meer. 4.8 Ter mondelinge behandeling heeft de vrouw haar verzoek om een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud ingetrokken. Ook grief 2 in het incidenteel hoger beroep behoeft derhalve geen bespreking. 4.9 Voor zover nog van belang verzoekt de man in het principaal hoger beroep de bestreden beschikking te vernietigen en de bijdrage van de man aan de vrouw in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen vast te stellen op een lager bedrag dan in de bestreden beschikking is geschied, rekening houdend met het feit dat het inkomen van de man per januari 2015 daalt. De vrouw heeft verweer gevoerd. Zij verzoekt in het principaal hoger beroep de bestreden beschikking te bekrachtigen. 5De motivering van de beslissing 5.1 Bij het bepalen van de behoefte aan een kinderbijdrage hanteert het hof de uitgangspunten, zoals deze zijn neergelegd in de tabel eigen aandeel kosten van kinderen en de richtlijn van de Expertgroep Alimentatienormen zoals deze vanaf 1 januari 2013 luidt. Daartoe dient allereerst het netto besteedbaar inkomen (NBI) van partijen ten tijde van het huwelijk te worden bepaald, waarvan bij het bepalen van dat eigen aandeel kosten kinderen moet worden uitgegaan. Het NBI is de som van het bruto-inkomen, inclusief vakantietoeslag en de werkelijke inkomsten uit vermogen, verminderd met de belastingen en premies die de onderhoudsgerechtigde daarover verschuldigd is, waarbij tevens de relevante heffingskortingen in aanmerking zijn genomen. Redelijke (aftrekbare) pensioenlasten en de premies voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering worden ook in aanmerking genomen, ongeacht of deze voortvloeien uit een collectief contract of een individuele pensioenregeling. Geen rekening wordt gehouden met de fiscale gevolgen van het zijn van eigenaar van een woning (eigenwoningforfait, fiscale aftrek van hypotheekrente, de voor de financiering van de woning noodzakelijke premies voor verzekeringen en aflossingen) en de bijtelling vanwege een auto van de zaak. 5.2 Ter mondelinge behandeling zijn partijen overeengekomen dat voor de berekening van de behoefte van de kinderen kan worden uitgegaan van een NBI van € 3.500,- per maand en dat partijen tijdens het huwelijk geen kindgebonden budget ontvingen (zie de uitspraak in voorlopige voorziening van 8 juli 2013 onder 2.6). 5.3 Dit NBI, gevoegd bij het ten aanzien van de minderjarigen toepasselijke aantal kinderbijslagpunten
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.