GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.150.308-02 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 353077) beschikking van de familiekamer van 31 juli 2014 op het schorsingsverzoek inzake [verzoeker] , wonende te [woonplaats],verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de man, advocaat: mr. P. Crans te Utrecht, en [verweerster] , wonende te [woonplaats], belanghebbende, verder te noemen: de vrouw. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 9 april 2014, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. Bij deze beschikking heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 6 juli 2011 en het daarvan deel uitmakende convenant met ingang van 20 september 2013 gewijzigd en bepaald dat de man vanaf 20 september 2013 aan de vrouw € 222,- per kind per maand zal verstrekken tot verzorging en opvoeding van de twee kinderen van partijen, vanaf de dag van de beschikking telkens bij vooruitbetaling te voldoen, deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 6 juli 2011 voor het overige gehandhaafd. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift, ingekomen op 6 juni 2014; - het journaalbericht van mr. Crans van 17 juni 2014 met bijlagen, ingekomen op 18 juni 2014; - het journaalbericht van mr. Crans van 8 juli 2014 met bijlagen, ingekomen op 9 juli 2014;- het journaalbericht van mr. Crans van 15 juli 2014 met bijlagen, ingekomen op 16 juli 2014. 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 22 juli 2014 plaatsgevonden. De man is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn advocaat. De vrouw is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. 3De motivering van de beslissing 3.1 Aan de orde is het verzoek van man schorsing te bevelen van de werking van de bestreden beschikking, voor zover het de onder 1 genoemde beslissing tot het vaststellen van een onderhoudsbijdrage voor de kinderen betreft. 3.2 Hoger beroep schorst de werking, tenzij de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Op grond van artikel 360 lid 2, tweede volzin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan de hogere rechter, indien hoger beroep is ingesteld tegen een beschikking die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, alsnog de werking schorsen. 3.3 Het hof stelt voorop dat bij de beoordeling van een verzoek tot schorsing van de werking van een beschikking een belangenafweging dient plaats te vinden waarbij rekening moet worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. Bij die belangenafweging blijft de kans van slagen van het hoger beroep in de regel buiten beschouwing.Voor schorsing van de werking van een beschikking is plaats, indien de executant, mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad, geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij de gebruikmaking van zijn bevoegdheid om, in afwachting van de uitslag van het hoger beroep, tot tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking over te gaan. Dat laatste doet zich in ieder geval voor, indien
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.