GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.147.679/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/130/180/ FA RK 13-1806) beschikking van de familiekamer van 11 november 2014 inzake [verzoekster], woonplaats kiezende te [A], verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de moeder, advocaat: mr. J.D. Nijenhuis, kantoorhoudende te Leeuwarden, tegen de Raad voor de Kinderbescherming regio Noord Nederland, locatie Leeuwarden, gevestigd te Leeuwarden, verweerder in hoger beroep, verder te noemen: de raad. Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt: 1 [vader], wonende te [B], hierna te noemen: de vader, advocaat: mr. A.J. de Boer, kantoorhoudende te Leeuwarden, 2. Stichting Bureau Jeugdzorg Friesland, gevestigd te Leeuwarden, hierna te noemen: BJZ, 3. [pleegouders], wonende te [C], hierna te noemen: de pleegouders. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 22 januari 2014, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 22 april 2014, is de moeder in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. De moeder verzoekt het hof die beschikking, voor wat betreft de beslissing om haar van het gezag over [de minderjarige] te ontheffen, te vernietigen en opnieuw rechtdoende het verzoek van de raad tot ontheffing van het gezag van de moeder over [de minderjarige] alsnog af te wijzen. 2.2 Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 6 juni 2014, heeft de raad het verzoek in hoger beroep van de moeder bestreden. 2.3 De mondelinge behandeling heeft op 23 september 2014 plaatsgevonden. Mr. Nijenhuis is namens de moeder verschenen. Voorts zijn verschenen mevrouw [D] namens de raad en mevrouw [E] namens BJZ. 2.4 Ter mondelinge behandeling heeft de raad op verzoek van het hof de bijlage behorend bij het raadsrapport van 11 oktober 2014, zijnde de schriftelijke reactie van de moeder van 9 oktober 2014 op het rapport van de raad overgelegd, in kopie aan mr. Nijenhuis, nu de advocaat van de moeder dit stuk niet heeft overgelegd maar het hof het wenselijk acht hiervan kennis te nemen. 3De vaststaande feiten 3.1 De vader en de moeder zijn [in] 2007 met elkaar gehuwd, uit welk huwelijk [in] 2007 [de minderjarige] (verder te noemen: [de minderjarige]) is geboren. [in] 2012 zijn de ouders uit elkaar gegaan. 3.2 [de minderjarige] staat sinds 27 december 2008 onder toezicht en verblijft vanaf die datum middels een uithuisplaatsing in het huidige pleeggezin. 3.3 Bij inleidend verzoekschrift van 11 oktober 2013, ingekomen bij de rechtbank op 15 oktober 2013, heeft de raad, voor zover in hoger beroep van belang, verzocht de moeder te ontheffen van het gezag over [de minderjarige]. 3.4 Bij de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde bestreden beschikking heeft de rechtbank de vader en de moeder ontheven van het gezag over [de minderjarige]. De rechtbank heeft BJZ benoemd tot voogd over [de minderjarige]. 4De motivering van de beslissing 4.1 Het hof leest in de grieven van de moeder en de daarop namens haar gegeven toelichting ter zitting geen andere relevante stellingen dan die zij reeds in eerste aanleg heeft aangevoerd en die door de rechtbank gemotiveerd zijn verworpen. Het hof onderschrijft het oordeel van de rechtbank en neemt de motivering - na eigen onderzoek - over. 4.2 In aanvulling daarop is het volgende nog van belang. De maatregelen van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn in beginsel van tijdelijke aard en dienen gericht te zijn op (het werken aan) de terugkeer van het kind naar de ouder. Uit de duur van de maatregelen van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing in dezen, alsmede uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat er geen perspectief is op plaatsing van [de minderjarige] bij de moeder. De psychische gesteldheid van de moeder is (nog steeds) dusdanig instabiel dat plaatsing van [de minderjarige] bij haar niet haalbaar is. Bovendien reageert [de minderjarige] sterk op veranderingen en is het te verwachten dat wanneer hij bij een van beide ouders wordt geplaatst er tussen de ouders een heftige strijd ontstaat waardoor [de minderjarige] klem of verloren kan raken. Hoewel het uiteindelijke doel van een ondertoezichtstelling met een uithuisplaatsing weliswaar een hereniging met de ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.