GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.120.659/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 125487 / HA ZA 11-280) arrest van de tweede kamer van 25 november 2014 in de zaak van SNS Bank N.V., gevestigd te Utrecht, appellante, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: SNS, advocaat: mr. M. Ris, kantoorhoudend te Utrecht, tegen 1 [geïntimeerde 1], wonende te [woonplaats], hierna: [geïntimeerde 1], 2. [geïntimeerde 2], wonende te [woonplaats], hierna: [geïntimeerde 2], geïntimeerden, in eerste aanleg: eisers, hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden], advocaat: mr. P.W. Huitema, kantoorhoudend te Groningen. Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 1 april 2014 hier over. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.1 Ingevolge het vermelde tussenarrest heeft op 13 mei 2014 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Het hiervan opgemaakte proces-verbaal bevindt zich in afschrift bij de stukken. 1.2 Vervolgens zijn de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald. 2De verdere beoordeling 2.1 Indien het gestelde in de stukken wordt bezien in het licht van de daarop ter comparitie gegeven toelichting, dan ontstaat daaruit het volgende beeld wat betreft de kern van de wederzijds ingenomen standpunten. Voor [geïntimeerde 1] was van belang dat hij de spaarpolis ongewijzigd kon voortzetten. Hij ging er daarbij van uit dat hij deze verzekering zou kunnen koppelen aan de bij zijn BV te sluiten hypothecaire lening. Omdat SNS in oktober 2008 te kennen gaf dat het product "niet meer bestond", is hij noodgedwongen overgestapt op een nadeliger product (inleidende dagvaarding sub 2.7, MvA sub 5). Volgens SNS is nooit door haar gezegd dat het product niet kon worden voortgezet en was voortzetting ook zeker mogelijk. Het product is ook voortgezet. Vervolgens nam [geïntimeerde 1] zelf contact op met SNS omdat hij de verzekering wilde koppelen aan de nieuwe hypotheek bij zijn BV, hetgeen echter niet mogelijk is en ook nimmer door [geïntimeerde 1] met SNS was besproken. Daarop is in overleg met [geïntimeerde 1] naar een vervangend product gezocht (MvG sub 6.18), dat per saldo niet of nauwelijks nadeliger is. 2.2 In de door [geïntimeerde 1] bij de memorie van antwoord overgelegde brief van SNS d.d. 29 januari 2009 (prod. 28) wordt het volgende vermeld: "U had een SNS depothypotheek bij de SNS bank lopen. Omdat de hypotheek in oktober 2008 is afgelost dient ook de daaraan gekoppelde verzekering te worden beëindigd. Samen met de heer [Y] heeft u vervolgens gekeken naar een oplossing." Deze uitlating van SNS bevestigt naar het oordeel van het hof het standpunt van [geïntimeerde 1]. SNS geeft immers te kennen dat de verzekering dient te worden beëindigd omdat de hypotheek is afgelost. De brief vermeldt niet dat de polis ondanks beëindiging van de hypotheek zelfstandig op gelijke condities en zonder beperkingen kan worden voortgezet. Van een door [geïntimeerde 1] uitgesproken (onmogelijke) wens om de polis te koppelen aan zijn nieuwe hypotheek als reden voor beëindiging maakt de brief geen melding. Daar komt bij dat [geïntimeerde 1] heeft gesteld (inleidende dagvaarding sub 2.10) dat (voorafgaand hieraan) SNS hem op 6 november 2008 had bericht een nieuwe spaarverzekering voor hem te hebben geopend (prod. 4 inleidende dagvaarding) en dat de voorwaarden daarvan (prod. 6 inleidende dagvaarding) slechter bleken te zijn dan die van de oorspronkelijke polis, met name doordat het verzekerde bedrag op beide levens was teruggebracht tot € 90.756,- bij in leven zijn van beide verzekerden op 1 oktober 2026 of na eerder overlijden (was € 233.310 bij leven op 1 oktober 2026 en € 90.756,- bij eerder overlijden). SNS heeft dat niet weersproken. Sterker nog: SNS heeft in de conclusie van antwoord onder 2.11 erkend dat de voorwaarden van dit nieuwe spaarproduct afweken van de voorwaarden van de beëindigde polis. In dit licht bezien heeft SNS de stelling van [geïntimeerde 1] dat na beëindiging van de hypotheek SNS te kennen heeft gegeven dat ongewijzigde voortzetting van de spaarpolis niet mogelijk was omdat "dit product niet meer bestond', onvoldoende gemotiveerd weersproken, zodat die stelling voor juist moet worden gehouden. Tijdens de comparitie in hoger beroep is van de zijde van SNS door mr. Ubels aangegeven dat de polis wel had kunnen worden voortgezet, namelijk met een spaarrente gelijk aan de hypotheekrente van SNS voor de kortste rentevaste periode verminderd met een korting van 2,5%. Daartoe heeft zij verwezen naar artikel 24.1 van de toepasselijke polisvoorwaarden. Die stelling wijkt overigens af van wat SNS eerder had gesteld, namelijk dat tijdelijke voortzetting mogelijk was (volgens mr. Ubbels berustte die uitlating op een vergissing). Wat daarvan zij, uit de hiervoor geschetste gang van zaken blijkt dat SNS destijds anders heeft gehandeld en dat aan [geïntimeerde 1] wat anders is voorgehouden. Op grond van het bovenstaande staat vast dat SNS de toezegging van de heer [X] dat de spaarpolis ongewijzigd kon worden voortgezet (met alleen een aanpassing van de premie in verband met de lagere spaarrente) niet heeft waargemaakt en aldus jegens [geïntimeerde 1] toerekenbaar is tekortgeschoten. Voor de eventuele daaruit voortvloeiende schade is zij aansprakelijk. Daarmee falen de grieven III en IV. Of de bedoeling van [geïntimeerde 1] om de spaarpolis ongewijzigd voort te zetten (mede) werd gedreven door zijn wens deze te koppelen aan de nieuwe hypotheek bij zijn BV en hij dat motief aan SNS kenbaar heeft gemaakt en SNS de verwachting heeft gewekt dat dit mogelijk is, is voor de aansprakelijkheid niet van belang. Wel kan dit aspect een rol spelen bij de vraag welke schade voor vergoeding in aanmerking komt, hetgeen hierna aan bod zal komen bij de bespreking van grief V. 2.3 Met grief V betoogt SNS dat niet aannemelijk is dat [geïntimeerde 1] schade heeft geleden of zal lijden. Het hof overweegt dat voor beantwoording van de vraag of [geïntimeerde 1] schade lijdt of zal lijden met elkaar in vergelijking moeten worden gebracht de situatie dat SNS haar toezegging was nagekomen, hetgeen blijkens het voorgaande mogelijk was, en die waarin [geïntimeerde 1] is komen te verkeren nadat was gebleken dat SNS de polis niet ongewijzigd wenste voort te zetten en waarbij naar een alternatieve oplossing is gezocht. Hierbij komen twee subvragen naar voren: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.