GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummers 12/00056 tot en met 12/00066 uitspraakdatum: 25 november 2014 Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Leeuwarden (hierna: de Inspecteur) tegen de uitspraken van de rechtbank Leeuwarden van 28 februari 2012, nummers AWB 10/2004, 10/2005, 11/2737, 11/2738, 11/2739, 11/2740, 11/2741, 11/2742 en AWB 10/2006, 11/2743, 11/2744 , in het geding tussen Inspecteur en [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) 1Ontstaan en loop van het geding 1.1 Aan belanghebbende zijn over de jaren 1996 tot en met 2002 navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd. De navorderingsaanslagen over 1996 en 1997 zijn opgelegd met een verhoging van 100 percent van de nagevorderde belasting, van welke verhoging 50 percent kwijtschelding is verleend. Met betrekking tot de overige navorderingsaanslagen zijn verder boeten opgelegd van 50 percent van de verschuldigde belasting. Tevens is heffingsrente in rekening gebracht. 1.2 Aan belanghebbende zijn over de jaren 1997 tot en met 2000 ook navorderingsaanslagen in de vermogensbelasting (VB) opgelegd. De navorderingsaanslag over 1997 is opgelegd met een verhoging van honderd percent van de nagevorderde belasting, van welke verhoging 50 percent kwijtschelding is verleend. Met betrekking tot de overige navorderingsaanslagen zijn tevens boeten opgelegd van 50 percent van de verschuldigde belasting. Ook is heffingsrente in rekening gebracht. 1.3 Op het bezwaarschriften van belanghebbende heeft de Inspecteur bij uitspraken op bezwaar de hiervoor vermelde navorderingsaanslagen en klaarblijkelijk ook de boetebeschikkingen (en kwijtscheldingsbesluiten) alsmede de beschikkingen heffingsrente, met uitzondering van welke ziet op de navorderingsaanslag vermogensbelasting over het jaar 2000, gehandhaafd. 1.4 Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Leeuwarden (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft de beroepen bij uitspraken van 28 februari 2012 gegrond verklaard, de uitspraken van de Inspecteur alsmede de navorderingsaanslagen en de daarin begrepen verhogingen alsook de boete- en heffingsrentebeschikkingen vernietigd. 1.5 De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. 1.6 Tot de stukken van het geding behoren, naast de hiervoor vermelde stukken, de van de Rechtbank ontvangen dossiers die op deze zaak betrekking hebben alsmede alle stukken die nadien, al dan niet met bijlagen, door partijen in hoger beroep zijn overgelegd. 1.7 Het eerste onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 november 2013 te Arnhem. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. [A], als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede mr. [B], bijgestaan door [C], namens de Inspecteur. Na het sluiten van het onderzoek ter zitting is het Hof tot de conclusie gekomen dat het onderzoek niet volledig is geweest en heeft het ingevolge artikel 8:68 van de Algemene wet bestuursrecht besloten om het onderzoek te heropenen. Het Hof heeft daarbij de Inspecteur gevraagd een aantal vragen schriftelijk te beantwoorden. Belanghebbende heeft op de beantwoording van die vragen door de Inspecteur schriftelijk gereageerd. Vervolgens heeft het tweede onderzoek ter zitting plaatsgevonden op 11 juni 2014 te Arnhem. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. [A], als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede mr. [B] namens de Inspecteur. 1.8 Partijen hebben tijdens de eerste zitting van het Hof een pleitnota overgelegd. Tijdens de tweede zitting van het Hof heeft alleen belanghebbende een pleitnota overgelegd. 1.9 Van het verhandelde ter zitting zijn processen-verbaal opgemaakt. De griffier van het Hof heeft partijen het proces-verbaal van de eerste zitting op 26 november 2013 toegezonden. Het proces-verbaal van de tweede zitting is aan deze uitspraak gehecht. 2De vaststaande feiten 2.1 Belanghebbende is geboren op 12 december 1943 en is ongehuwd. 2.2 Hij heeft in zijn aangiften IB/PVV 1996 tot en met 2002 en VB 1997 tot en met 2000 geen inkomsten en/of vermogens aangegeven, die verband houden met de hierna onder 2.3 vermelde bankrekeningen. 2.3 De Nederlandse belastingdienst heeft op 7 november 2000 een brief ontvangen van de Belgische autoriteiten, met als bijlage fotokopieën van 800 microfiches. Deze microfiches bevatten gegevens in verband met circa 20.000 bankrekeningen - en circa 10.200 rekeninghouders - bij Kredietbank Luxembourg (KB-Lux). Op de fotokopieën staan gemiddeld 40 regels vermeld. Bij het verweerschrift heeft de Inspecteur kopieën van een afdruk van twee microfiches met gegevens van KB-Lux gevoegd waarop - voor zover van belang - staat te lezen: "[000000] 00 0040 VUE [X] 5.427,80" en "[000001] 00 0060 VUE [X] 505,89". 2.4 Ten aanzien van de identificatie van de rekeninghouders van voormelde bankrekeningen heeft de Belastingdienst - vanwege de massaliteit - gekozen voor een projectmatige aanpak (Het zogenoemde “Rekeningen Project”). De FIOD-ECD heeft de identificatie ten behoeve van de inspecteurs van de Belastingdienst verzorgd. Ten aanzien van de identificatie is in door de projectorganisatie opgestelde “Nieuwsbrieven” het volgende vermeld: “ Nieuwsbrief 5 RekeningenProject 22 april 2002 (…) 3Voortgang identificatie Klantbehandeling helpt FIOD-ECD met identificatie Aan de hand van de voor- en achternamen van ca. 6200 rekeninghouders bij de KB Lux probeert de FIOD-ECD rekeninghouders te identificeren. Aanvankelijk werd het aantal te identificeren rekeninghouders geschat op 2000. Mede dankzij de bijstand van B/CPP én de uitstekende hulp van de klantbehandeling bedraagt het aantal geïndentificeerden thans 3541 en wordt het totaal nu geschat op 3800. Hoewel de kwantiteit stijgt, blijft de kwaliteit voor de volle 100% gehandhaafd. De geïdentificeerde persoon moet echt uniek zijn wil de FIOD-ECD deze persoon in het FIOD-bestand opnemen. Bij twijfels omtrent de identificatie wordt de persoon niet in het bestand opgenomen.(…) Door de FIOD-ECD worden de dossiers verzameld van rekeningen KB Lux met 2 of 3 potentiële kandidaten. De FIOD-ECD bepaalt een ranglijst van de meest waarschijnlijke rekeninghouder. Vervolgens wordt een vragenbrief ontwikkeld, die aan één of alle kandidaten zal worden verzonden. Deze aanpak zal niet starten voordat het merendeel van de eenduidig geïdentificeerde belastingplichtigen is afgerond.(…) 5Voorbereiding 3e tranche klantbehandeling Uitlevering dossiers 3e tranche Door de FIOD-ECD worden medio mei ca. 750 nieuwe dossiers aan de BFCérs toegezonden voor de klantbehandeling. Dit betreffen voornamelijk dossiers van rekeninghouders KB Lux, die gedurende de afgelopen 2 maanden zijn geïdentificeerd.” “ Nieuwsbrief 7 RekeningenProject 20 september 2002 (…) 34e tranche klantbehandeling Het is de FIOD-ECD de afgelopen maanden gelukt om uit het nog niet geïdentificeerde KB Lux bestand opnieuw rekeninghouders te identificeren. Inmiddels zijn van de 6200 rekeningen op naam in totaal 4100 rekeninghouders geïdentificeerd. Op dit moment zijn 490 nieuwe dossiers aangelegd voor uitlevering aan de eenheden (4e tranche). Van de P-posten zijn door de FIOD-ECD de aangiftebiljetten opgevraagd bij het Centraal Archief te Apeldoorn. Aan B/CPP is gevraagd het bestand aan te vullen met aanvullende gegevens, zoals de belastbare inkomens, kentekens, WOZ etc. (het kwalificatiebestand). Daarna zullen de gegevens in het zoeklicht worden opgenomen. De 490 nieuwe dossiers zullen eind oktober aan de eenheden worden uitgeleverd.” Nieuwsbrief 10 RekeningenProject 15 april 2003 Afronding massaal deel In de directieraad van december is ingestemd met de afronding van het massale deel van het rekeningenproject per 1 mei 2003. We zijn bijna zover. Dit betekent echter nog wel dat de massale verwerking en afronding zo veel mogelijk rond deze tijd moet gebeuren. (…) De voorbereidingen voor het intensieve deel zijn in volle gang. Binnenkort is het plan van aanpak gereed en zal de organisatie van het rekeningenproject veranderen. Op 9 mei komt de stuurgroep voor de laatste maal in de huidige samenstelling bijeen. Daarna start een nieuwe stuurgroep met vertegenwoordigers uit de procesportefeuilles Toezicht en Opsporing en de kennisgroep Uitvoering landelijke acties en activiteiten. Vanaf 1 juni zal de projectleidersgroep in een kleiner verband verder gaan.” 2.5 Op 10 september 2004 wordt belanghebbende aan de hand van een match van het interne gegevensbestand van de Belastingdienst (BVR) met het gegevensbestand van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) geïdentificeerd als rekeninghouder van de onder 2.4 vermelde bankrekeningen. Op de afdruk van de match is met de hand bijgeschreven: “enige hit in Bvr. met voornaam [X1] tussen 1900 en 1990” 2.6 Tijdens de tweede zitting van het Hof heeft de Inspecteur een schriftelijke verklaring overgelegd van [D], medewerker opsporing FIOD/kantoor Haarlem. Met betrekking tot de identificatie van rekeninghouders van de KB-Lux heeft [D], voor zover van belang, het volgende verklaard: “De overgebleven te identificeren rekeninghouders betroffen de minder “makkelijk” te identificeren gevallen. Vanuit BVR werden door mij alle personen met dezelfde achternaam als de rekeninghouder en de zelfde eerste voorletter geselecteerd. Vaak moest dit door per geboortejaar alle personen op te vragen. Vanaf 1880 t/m 1976. Van deze personen moest dan de voornaam worden vastgesteld. Ook hier moest weer schriftelijk met de Gemeentes gecommuniceerd worden en niet iedere Gemeente reageert even vlug en correct. Daarnaast is een persoon pas geïdentificeerd indien er geen andere mogelijkheid meer open staat. Dit kan betekenen dat er een heleboel werk wordt gemaakt van een identificatie waarbij de rekeninghouder uiteindelijk niet boven elke twijfel verheven kan worden vastgesteld. Voorts is nog van belang te melden dat extra inzet weer is afgebouwd en dat de identificatie door een drietal medewerkers is voortgezet.” 2.7 Bij brief van 13 januari 2005 heeft de Inspecteur aan belanghebbende een formulier "Opgaaf Buitenlands vermogen" toegezonden. 2.8 Belanghebbende heeft voormeld formulier met dagtekening 20 januari 2005, ontvangen door de Inspecteur op 24 januari 2005, geretourneerd. In het formulier heeft belanghebbende de volgende twee (Duitse) bankrekeningen opgegeven: Volksbank, rekeningnummer [000002] en Commerzbank, rekeningnummer [000003]. 2.9 Bij brief van 24 januari 2005, ontvangen door de Inspecteur op 26 januari 2005, heeft de voormalig gemachtigde van belanghebbende aanvullend de volgende (Duitse) bankrekening opgegeven: Sparkasse te [L], rekeningnummer [000004]. 2.10 Bij brief van 28 januari 2005 heeft de Inspecteur belanghebbende verzocht om nadere informatie met betrekking tot de buitenlandse bankrekeningen. 2.11 Bij brief van 8 april 2005 heeft de voormalig gemachtigde van belanghebbende nadere informatie verstrekt over de onder 2.8 en 2.9 vermelde bankrekeningen. Tevens wordt in de brief aangegeven: "Cliënt heeft ons uitdrukkelijk verklaard geen verdere buitenlandse vermogensbestanddelen te hebben of hebben gehad". 2.12 Op 14 april 2005 heeft de Inspecteur belanghebbende uitgenodigd voor een gesprek op 21 april 2005. 2.13 Op 20 april 2005 heeft de nieuwe gemachtigde van belanghebbende telefonisch contact opgenomen met de Inspecteur, waarin hij heeft aangegeven dat belanghebbende aanvullende informatie zal verschaffen over het aanhouden van banktegoeden bij KB-Lux. In een brief van 20 april 2005 heeft de gemachtigde van belanghebbende schriftelijk bevestigd dat belanghebbende banktegoeden aanhoudt bij KB-Lux. In diezelfde brief heeft de gemachtigde van belanghebbende vastgesteld dat partijen het erover eens zijn dat belanghebbende een beroep kan doen op het geldende boetebeleid, hetgeen meebrengt dat een boete zal worden opgelegd van 50 percent van de verschuldigde belasting. 2.14 In een brief van 17 mei 2005 heeft de gemachtigde van belanghebbende aan de Inspecteur het volgende meegedeeld: "In bovengenoemde zaak treft u bijgaand aan een duplicaat van de rekeninguittreksels alsmede de staten van tegoeden van de door cliënt bij de Krediet S.A. Luxembourgeoise (KBL) aangehouden bankrekening. Ter toelichting op deze stukken merk ik voorts het volgende op. De betreffende stukken hebben betrekking op de periode vanaf 31 december 1994. (…) Voor wat betreft de herkomst van de gestorte gelden liet cliënt mij weten dat het spaargelden betreft. Hieromtrent heeft cliënt (ook) geen nadere bescheiden voorhanden. Ik vertrouw erop u hiermee naar behoren te hebben geïnformeerd en wacht uw berichten af.". 2.15 De Inspecteur heeft bij brief van 28 december 2005 aan belanghebbende meegedeeld ter behoud van rechten een navorderingsaanslag IB/PVV 1993 en een navorderingsaanslag VB 1994 op te leggen. In deze brief is - voor zover van belang - het volgende aangegeven: " Samenvatting correcties Uit het ingestelde onderzoek naar het door u aangehouden buitenlandse vermogen bij de Kredietbank Luxembourg (hoofdrekeningnummer [000000]) is gebleken dat u dit vermogen en de inkomsten uit dit vermogen niet heeft aangegeven in de door u ingediende aangiften inkomstenbelasting/premie Volksverzekeringen en vermogensbelasting. Op basis van de door u verstrekte gegevens zijn voor de belastingjaren 1993 (IB) en 1994 (VB) thans de navorderingsaanslagen door mij vastgesteld. Dit mede ter behoud van rechten. De materiële belastingschuld voor de onderhavige jaren kan thans nog niet juist worden vastgesteld, omdat een aantal essentiële bankgegevens niet door u zijn aangeleverd.". 2.16 Bij brief van 7 februari 2006 heeft de Inspecteur aan de gemachtigde van belanghebbende de in een telefoongesprek, dat op die zelfde dag is gevoerd, gemaakte afspraken schriftelijk bevestigd. Deze afspraken hebben betrekking op de onder 2.15 vermelde navorderingsaanslagen. Daarnaast is in de brief vermeld - voor zover van belang -: "Daarnaast verzoek ik u mij te doen toekomen alle onderliggende (kopie) bankstukken van de diverse Duitse bankrekeningen (Volksbank, Commerzbank en Sparkasse [L]). Dit vanaf 01/01/1993 tot heden.". 2.17 Bij brieven van 20 maart 2006, 28 maart 2006 en 11 april 2006 heeft de gemachtigde van belanghebbende gereageerd op de onder 2.16 vermelde brief van de Inspecteur, en stukken verstrekt met betrekking tot de rekening bij de Commerzbank. 2.18 Bij brief van 16 juni 2006 heeft de Inspecteur aan de gemachtigde van belanghebbende over de jaren 1994 tot en met 1996, voor wat betreft de IB/PVV, en de jaren 1995 tot en met 1997, voor wat betreft de VB, voorlopige nadeelberekeningen toegestuurd. In de brief verzoekt de Inspecteur de gemachtigde van belanghebbende om onderliggende (primaire) bankbescheiden te verstrekken en nadere vragen omtrent met name de herkomst van de geldstromen te beantwoorden. In de brief maakt de Inspecteur tevens melding van een bankrekening bij de Raiffeisenbank [L], met rekeningnummer [000002]. Dit betreft dezelfde bankrekening als de onder 2.8 vermelde bankrekening bij de Volksbank, hierna te noemen: Raiffeisenbank [L]. 2.19 Op 10 juli 2006 heeft de gemachtigde van belanghebbende in een telefonisch contact met de Inspecteur aangegeven de gevraagde gegevens voor 1 september 2006 te verstrekken. In een brief van 31 augustus 2006 heeft de gemachtigde van belanghebbende om uitstel van beantwoording verzocht tot 15 oktober 2006, aan welk verzoek de Inspecteur in zijn brief van 1 september 2006 tegemoet is gekomen. 2.20 Bij brief van 19 oktober 2006 heeft de gemachtigde van belanghebbende aangegeven dat de gegevens van KB-Lux binnen korte termijn zullen worden verstrekt. 2.21 In de pleitnotitie ter zitting van de Rechtbank heeft de gemachtigde van belanghebbende onbetwist aangegeven: "11. De rekening die [X] aanhield bij CLL wordt bekend door de brief van 20 oktober 2006 van KB Lux. In deze brief wordt aangegeven dat het saldo op de KB Lux rekening afkomstig is van de CLL. Deze brief is kort na oktober 2006 verstrekt aan de inspecteur tijdens een bespreking.". 2.22 Bij brief van 22 november 2006 heeft de Inspecteur aangekondigd de navorderingsaanslagen IB/PVV over de jaren 1994 tot en met 1996 en de navorderingsaanslagen VB over de jaren 1995 tot en met 1997 op te leggen. Als bijlage bij de brief worden nadeelberekeningen overgelegd. Tevens verzoekt de Inspecteur in deze brief wederom om de gevraagde informatie en bankstukken. 2.23 Bij brief van 23 februari 2007 heeft de gemachtigde van belanghebbende aan de Inspecteur een concept-brief, bestemd om gegevens op te vragen bij de rechtsopvolger van de Crédit Lyonnais Luxembourg (CLL), verstrekt. In de brief is aangegeven dat CLL is overgenomen door Crédit Agricole Luxembourg. 2.24 Bij brief van 1 mei 2007 heeft de Inspecteur de gemachtigde van belanghebbende zijn zienswijze en standpunten gegeven, uitgewerkt per bankinstelling. Tevens wordt in de brief aangegeven dat niet alle onderliggende primaire bankbescheiden zijn verstrekt en dat een aantal vragen niet is beantwoord. 2.25 Bij brief van 8 mei 2007 heeft de gemachtigde van belanghebbende nogmaals bij Crédit Agricole Luxembourg verzocht om informatie. Bij brief van 26 juli 2007 heeft de gemachtigde van belanghebbende een aanmaning gezonden. 2.26 Bij brief van 5 oktober 2007 heeft de gemachtigde van belanghebbende aan de Inspecteur een kopie gestuurd van de van Crédit Agricole Luxembourg ontvangen bankafschriften over de periode januari-februari 1997 met betrekking tot de bankrekening van belanghebbende bij CLL. 2.27 Bij brief van 10 oktober 2007 heeft de Inspecteur aan de gemachtigde van belanghebbende zijn zienswijze en standpunten gegeven. Deze zijn per bankinstelling uitgewerkt. De nadeelberekeningen voor de jaren 1994 tot en met 2002 voor wat betreft de IB/PVV en VB zijn uitgewerkt in een aantal spreadsheets, die als bijlage bij de brief zijn gevoegd. Met betrekking tot de jaren waarop de onderhavige navorderingsaanslagen betrekking hebben luidt het totaaloverzicht van de buitenlandse bankrekeningen van belanghebbende zoals opgenomen in het spreadsheet - zakelijk weergegeven - als volgt: Vermogensoverzicht Jaar KB-Lux Raiffeisen- bank Sparkasse Commerz- bank CLL Totaal 01-01-1997 fl. 207.605,39 fl. 170.723,19 fl. 1.355,50 fl. 0,00 fl. 135.002,95 fl. 514.687,03 01-01-1998 fl. 370.291,50 fl. 195.734,06 fl. 1.388,41 fl. 2.018,47 fl. 569.432,44 01-01-1999 fl. 346.623,90 fl. 234.266,75 fl. 1.411,95 fl. 19.886,28 fl. 602.188,88 01-01-2000 fl. 662.693,60 fl. 269.671,63 fl. 1.428,04 fl. 20.195,15 fl. 953.988,42 01-01-2001 fl. 582.280,51 fl. 236.172,92 fl. 1.428,04 fl. 11.157,20 fl. 831.038,67 01-01-2002 fl. 420.336,85 fl. 222.601,03 fl. 1.456,76 fl.20.597,75 fl. 664.992,39 01-01-2003 fl. 279.381,44 fl. 138.762,55 fl. 1.471,33 fl. 20.917,34 fl. 440.532,66 Inkomensoverzicht Jaar KB-Lux Raiffeisen- bank Sparkasse Commerz- bank CLL Totaal 1996 fl. 7.684,30 fl. 5.650,67 fl. 26,53 fl. 0,00 fl. 0,00 fl. 13.361,50 1997 fl. 10.0003,66 fl. 736,03 fl. 27,19 fl. 34,45 fl. 1.430,12 fl. 12.231,44 1998 fl. 8.384,17 fl. 1.673,11 fl. 23,91 fl. 41,42 + fl. 18.027,20 broncorrectie fl. 28.149,82 1999 fl. 4.496,89 + fl. 26.250,86 broncorrectie fl. 1.210,15 fl. 16,09 fl. 38,47 fl. 32.282,47 2000 fl. 4.984,31 fl. 273,93 fl. 0,00 fl. 37,74 fl. 5.295,97 2.28 Op 25 oktober 2007 is een derdenonderzoek ingesteld met betrekking tot een door belanghebbende geleasede auto. Dit heeft geleid tot een brief van 23 november 2007 waarin de Inspecteur aankondigt de aangifte IB/PVV 2003 te gaan corrigeren met het voordeel van het privé-gebruik van een door [E] BV aan hem ter beschikking gestelde auto. 2.29 Bij brief van 5 november 2007 heeft de gemachtigde van belanghebbende aan de Inspecteur zijn reactie gegeven op de onder 2.27 vermelde brief. In de brief heeft de gemachtigde van belanghebbende onder meer het volgende geschreven: "De meest in het oog springende correcties houden verband met de voor u onverklaarbare stortingen op de rekening van Commerz Bank ten bedrage van DEM 16.000, een bij Crédit Luxembourg aangehouden bedrag van € 61.735 en de twee stortingen bij Crédit Luxembourg S.A. van € 5.899,14 (NLG 13.000) en € 6.135,50 (DEM 12.000). In de bijlage merkt u deze bedragen aan als bron van inkomen over 1994 tot en met 1996 (Crédit Lyonnais Luxembourg), 1998 (Commerz Bank) en 1999 (Crédit Bank Luxembourg S.A.). Cliënt bestrijdt deze correcties. (…) Ter vermijding van verdere discussies op dit punt stel ik namens cliënt voor de correcties ter zake van de Crédit Lyonnais Luxembourg buiten beschouwing te laten en die ter zake van de Commerz Bank en Crédit Bank Luxembourg S.A. voor de helft als belastbare inkomsten in 1998 respectievelijk 1999 in aanmerking te nemen.(…) Met cliënt ben ik graag bereid met u in een afrondende bespreking te streven naar een definitieve afwikkeling". 2.30 Bij brief van 10 april 2008 heeft de Inspecteur aangekondigd de navorderingsaanslagen IB/PVV over de jaren 2000 tot en met 2002 op te leggen. Als bijlage bij de brief is een aantal spreadsheets meegezonden, met onder meer de overzichten van de buitenlandse bankrekeningen. De gegevens in deze spreadsheets zijn dezelfde als die bij brief van 10 oktober 2007 - zie 2.27 - zijn verstrekt. 2.31 Op 16 april 2008 heeft de Inspecteur gereageerd op de onder 2.29 vermelde brief van 5 november 2007. In de brief heeft de Inspecteur onder meer het volgende geschreven: "Met uw voorstel ten aanzien van de broncorrecties ga ik (vooralsnog) niet akkoord. Ik ben namelijk van mening dat uw cliënt absoluut niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt wat de herkomst is van de betwiste gelden (in casu Commerzbank ad. DEM 16.000; Creditbank Lyonnais Luxembourg +/- NLG 135.000 en Kredietbank Luxembourg S.A. +/- NLG 26.500).". In de brief heeft de Inspecteur de gemachtigde van belanghebbende met betrekking tot het voorgaande een aantal vragen gesteld. 2.32 Bij brief van 25 april 2008 heeft de gemachtigde van belanghebbende aan de Inspecteur om uitstel van beantwoording van de onder 2.31 vermelde brief gevraagd, aan welk verzoek de Inspecteur in zijn brief van 14 mei 2008 tegemoet is gekomen. 2.33 De navorderingsaanslag IB/PVV 2000 is met dagtekening 30 mei 2008 opgelegd. De navorderingsaanslagen IB/PVV 2001 en 2002 zijn met dagtekening 29 mei 2008 opgelegd. 2.34 Bij brief van 17 juni 2008 heeft de gemachtigde van belanghebbende gereageerd op de onder 2.31 vermelde brief. In de brief heeft de gemachtigde van belanghebbende onder meer geschreven: "Bij deze brief heb ik eveneens een kopie gevoegd van de brief gericht aan Kredietbank S.A. Luxembourgeoise waarin wordt verzocht om gegevens waaruit kan worden afgeleid wanneer cliënt de bankrelatie met deze bank is aangegaan. Zodra ik een reactie van de bank heb ontvangen, bericht ik u in dit opzicht nader. Namens cliënt herhaal ik het eerder in mijn brief van 5 november 2007 gedane voorstel. De zaak loopt al jaren en is voor cliënt inmiddels erg belastend geworden. Cliënt is nog steeds bereid in een afrondende bespreking te streven naar een snelle definitieve afwikkeling.". 2.35 Bij brief van 11 juli 2008 heeft de gemachtigde van belanghebbende de Inspecteur onder meer geschreven: "Tot op heden heb ik geen reactie van u mogen vernemen op mijn brief van 17 juni jl. Cliënt zou graag op korte termijn een afrondende bespreking willen plannen, zodat een snelle definitieve afwikkeling van deze kwestie kan worden bewerkstelligd"." 2.36 Bij brief van 5 augustus 2008 heeft de gemachtigde van belanghebbende de Inspecteur onder meer geschreven: "Ten vervolge op onze correspondentie in opgemelde kwestie zend ik u bijgaand de brief met bijlagen van KBL European Private Bankers de dato 10 juli 2008. Zoals uit de stukken kan worden herleid is de rekening die cliënt bij bedoelde bank heeft aangehouden geopend op 1 juli 1991. (…) Namens cliënt herhaal ik het voorstel om in een afrondend gesprek te komen tot een minnelijke regeling in deze kwestie. Mag ik daartoe van u vernemen?"." 2.37 Bij brief van 19 augustus 2008 heeft de gemachtigde van belanghebbende de Inspecteur een kopie gestuurd van een brief van KBL European Private Bankers van 12 augustus 2008, waarin deze belanghebbende meedeelt dat zij niet aan diens verzoek tegemoet komt om stukken te overleggen die de wettelijke bewaartijd van 10 jaar overschrijden. 2.38 Bij brief van 17 december 2008 heeft de Inspecteur aangekondigd de navorderingsaanslagen IB/PVV over de jaren 1995 tot en met 1999 en de navorderingsaanslagen VB over de jaren 1996 tot en met 2000, op te leggen. Tevens is in de brief de kennisgeving van de boeten opgenomen. De boeten zijn voor alle jaren vastgesteld op 50%. Als bijlage bij de brief is een aantal spreadsheets meegezonden, met onder meer de overzichten van de buitenlandse bankrekeningen. De gegevens in deze spreadsheets zijn - behoudens ten aanzien van de zogenoemde broncorrecties - dezelfde als die bij brief van 10 oktober 2007 - zie 2.27 - zijn verstrekt. De broncorrecties zijn in de spreadsheets verminderd met de helft tot respectievelijk fl. 9.013,60 (Commerzbank) en fl. 13.260,43 (KB-Lux). Het totaalbedrag van de inkomsten uit de buitenlandse bankrekeningen over 1998 respectievelijk 1999, zoals opgenomen in het onder 2.27 vermelde overzicht, wordt daarmee fl. 19.136,22 respectievelijk fl. 19.022,04. De uit dit totaaloverzicht blijkende inkomsten en vermogens in verband met buitenlandse bankrekeningen, vormen, rekening houdend met de hiervoor genoemde wijziging van de broncorrecties, de grondslag van de op te leggen navorderingsaanslagen. 2.39 De navorderingsaanslagen IB/PVV 1996 tot en met 1999 en de navorderingsaanslagen VB 1997 tot en met 2000 zijn met dagtekening 31 december 2008 opgelegd. Deze navorderingsaanslagen zijn opgelegd conform de onder 2.38 vermelde aankondiging. 2.40 Belanghebbende heeft tegen de onder 2.39 vermelde navorderingsaanslagen bij brief van 3 februari 2009, ontvangen door de Inspecteur op 4 februari 2009, pro forma bezwaar gemaakt. In deze brief heeft belanghebbende aan de Inspecteur verzocht om uitstel te verlenen voor de motivering van de bezwaren. Bij brief van 9 maart 2009, ontvangen door de Inspecteur op 12 maart 2009, heeft belanghebbende voormelde bezwaren gemotiveerd. 2.41 De Inspecteur heeft in een brief van 7 mei 2009 aan de gemachtigde van belanghebbende geschreven: "In verband met de behandeling van de bezwaarschriften inkomstenbelasting 1993 tot en met 2002 tegen de opgelegde navorderingsaanslagen hebben wij telefonisch contact gehad. Wij hebben afgesproken uw bezwaren tegen de twaalf-jaarstermijn aan te houden tot de prejudiciële vragen welke door de Hoge Raad aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen zijn beantwoord.". 2.42 Tot het dossier behoren kopieën van de agenda van januari 2006 tot en met december 2008 van [C]. [C] was degene die namens de Belastingdienst/kantoor Emmen het dossier van belanghebbende behandelde. Uit deze agenda blijkt dat op 12, 14, 19 en 20 april 2006, 28 november 2006, 1 en 7 december 2006, 7, 19 en 23 november 2007, 4 7, 8, 9, 10, 11, 14, 15, 16 april 2008, 14, 15, 16 mei 2008 en 18, 23 en 29 december 2008 een aantekening is gemaakt dat aan het dossier “[X]” is gewerkt. 3Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen 3.1 In geschil is of de onderwerpelijke navorderingsaanslagen, boete- en heffingsrentebeschikkingen terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd, alsmede of de boeten en kwijtscheldingsbesluiten tot de juiste bedragen zijn vastgesteld. In het bijzonder is in geschil of voormelde navorderingsaanslagen met voldoende voortvarendheid zijn opgelegd. 3.2 De Inspecteur is van mening dat hij aannemelijk heeft gemaakt dat niet meer tijd is genomen dan noodzakelijkerwijs was gemoeid met (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.