GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer 200.158.387/01 (zaaknummers rechtbank C/16/379141 /FT EA 14/559 en C/16/379142 /FT EA 14/560) arrest van de derde civiele kamer van 11 december 2014 inzake 1 [appellant 1], 2. [appellant 2], beiden wonende te [woonplaats], appellanten, hierna te noemen: [appellant 1] en [appellant 2], advocaat: mr. P.J. Stuy, kantoorhoudende te Amsterdam. 1Het geding in eerste aanleg Bij vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 21 oktober 2014 is het verzoek van [appellant 1] en [appellant 2] tot faillietverklaring op eigen aangifte afgewezen. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Bij beroepschrift, binnengekomen bij de griffie van het hof op 27 oktober 2014, hebben [appellant 1] en [appellant 2] verzocht voornoemd vonnis te vernietigen en opnieuw beslissende hen in staat van faillissement te verklaren. 2.2 Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een journaalbericht met bijlagen van 6 november 2014 van mr. Stuy, alsmede van het proces-verbaal in eerste aanleg. 2.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 december 2014, waarbij [appellant 1] en [appellant 2] zijn verschenen, bijgestaan door hun advocaat, 3De beoordeling Vaststaande feiten 3.1 Uit de stukken en de verklaringen ter zitting blijkt het volgende. [appellant 1] en [appellant 2] zijn met elkaar in gemeenschap van goederen gehuwd op [in] 2011 te [woonplaats]. Zij hebben een inkomen van € 977,- netto per maand. Tevens ontvangen zij huurtoeslag (€ 237,- netto per maand); de huur bedraagt € 549,- per maand. Aan premie ziektekosten wordt een bedrag van € 216,- betaald. De schuldenlijst bestaat uit 28 crediteuren en de totale schuld bedraagt ten minste € 69.476,04. Oordeel van de rechtbank 3.2 De rechtbank heeft het verzoek van [appellant 1] en [appellant 2] om hen - op eigen aangifte - failliet te verklaren afgewezen.De rechtbank heeft hierbij het volgende overwogen. "Aan verzoekers kan worden toegegeven dat zij aan de in de faillissementswet gestelde vereisten om op eigen aangifte in staat van faillissement te worden verklaard voldoen. Immers, summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden die aantonen dat verzoekers in de toestand verkeren dat zij hebben opgehouden te betalen. Echter, er zijn geen baten (te verwachten) waaruit de kosten van de curator kunnen worden voldaan en bij deze stand van zaken zal de curator in verband met de (oplopende) kosten het faillissement zo snel mogelijk voordragen voor opheffing wegens gebrek aan baten, waarbij de schuldenlast van verzoekers ongewijzigd zal zijn gebleven. Mede gelet op het belang van een te benoemen curator verschoond te blijven van niet verhaalbare kosten, is onvoldoende aannemelijk geworden dat verzoekers een redelijk belang hebben bij hun faillissementsaanvraag en zal het verzoek tot faillietverklaring worden afgewezen." Beroep van [appellant 1] en [appellant 2] 3.3 [appellant 1] en [appellant 2] kunnen zich met het oordeel van de rechtbank niet verenigen en voeren aan dat zij belang hebben bij hun faillietverklaring omdat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.