GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.133.873 (zaaknummer rechtbank Oost-Nederland, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Almelo respectievelijk rechtbank Overijssel, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Almelo 390399) arrest van de derde kamer van 16 december 2014 in de zaak van [appellante] , wonende te [woonplaats], appellante in het principaal hoger beroep,geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep, hierna: [appellante], advocaat voorheen: mr. D. van Kampen, thans mr. A.W. Kouwets, tegen: de stichting Stichting Redemptio, zetelend te Wittem, gemeente Gulpen, geïntimeerde in het princiaal hoger beroep, appellante in het incidenteel hoger beroep, hierna: Redemptio, advocaat: mr. E.F.M. van den Biesen. 1.Het geding in eerste aanleg Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 5 februari 2013 en 11 juni 2013 die de kantonrechter (rechtbank Oost-Nederland, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Almelo respectievelijk rechtbank Overijssel, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Almelo) tussen [appellante] als eiseres en Redemptio als gedaagde heeft gewezen. 2Het geding in hoger beroep 2.1 [appellante] heeft bij exploot van 9 september 2013 Redemptio aangezegd van die vonnissen in hoger beroep te komen, met dagvaarding van Redemptio voor dit hof. 2.2 In genoemd exploot heeft [appellante] vier grieven tegen de bestreden vonnissen aangevoerd. Zij heeft aangekondigd te zullen concluderen dat het hof de bestreden vonnissen zal vernietigen en, opnieuw recht doende, bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:a. Redemptio zal veroordelen tot betaling aan [appellante] van een bedrag van € 19.403,91 bruto (€ 23.323,17 zoals laatstelijk gevorderd in de procedure in eerste aanleg, vermeerderd met in de bij akte d.d. 12 maart 2013 naar de mening van [appellante] ten onrechte opgenomen aftrek van 33 uur aangaande werkzaamheden voor SCT in februari (het hof begrijpt:) 2011 ad € 420,09 met vakantietoeslag 8% ad € 33,60 en eindejaarsuitkering 4,5% ad € 18,90, minus het inmiddels door Redemptio betaalde bedrag van € 4.391,85 zoals toegewezen door de kantonrechter in het vonnis van 11 juni 2013), althans een zodanig bedrag als het hof in goede justitie vaststelt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldata na 30 april 2006;b. Redemptio zal veroordelen tot betaling aan [appellante] van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW ter hoogte van 20% van de hoofdsom, althans een zodanige verhoging als het hof in goede justitie vaststelt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldata na 30 april 2006;c. Redemptio zal veroordelen tot betaling aan [appellante] van een bedrag van € 833,- zijnde de buitengerechtelijke incassokosten van rechtsbijstand, althans een zodanig bedrag dat het hof in goede justitie vaststelt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding van 27 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;d. Redemptio zal veroordelen tot betaling van de kosten van beide instanties. 2.3 [appellante] heeft schriftelijk voor eis geconcludeerd overeenkomstig het hiervoor vermelde exploot. 2.4 Bij memorie van antwoord heeft Redemptio verweer gevoerd, heeft zij bewijs aangeboden en een productie in het geding gebracht. Zij heeft gevorderd dat het hof bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad en zo nodig onder verbetering van gronden, [appellante] niet-ontvankelijk zal verklaren, althans haar grieven zal verwerpen en haar zal veroordelen in de proceskosten in beide instanties. 2.5 Bij dezelfde memorie heeft Redemptio incidenteel hoger beroep ingesteld tegen de bestreden vonnissen, heeft zij daartegen een grief aangevoerd en heeft zij bewijs aangeboden. Zij heeft gevorderd dat het hof bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad en zo nodig onder verbetering van gronden, de verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst een omvang had van 27,5 uur, zoals geoordeeld door de kantonrechter Almelo bij (tussen)vonnis van 5 februari 2013, zal vernietigen en [appellante] zal veroordelen tot betaling aan Redemptio van een bedrag van € 4.831,04 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot aan de dag der algehele voldoening en in de proceskosten. 2.6 Bij memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep heeft [appellante] verweer gevoerd, een productie in het geding gebracht en geconcludeerd dat het hof het door Redemptio in het incidenteel hoger beroep gevorderde zal afwijzen, met veroordeling van Redemptio in de kosten van de procedure, uitvoerbaar bij voorraad. 2.7 In verband met het overlijden van mr. D van Kampen heeft A.W. Kouwets zich gesteld als advocaat van [appellante]. 2.8 Partijen hebben de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en het hof heeft arrest bepaald. 3De vaststaande feiten 3.1 In hoger beroep staan, als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende (gemotiveerd) weersproken, dan wel op grond van de – in zoverre niet bestreden – inhoud van de overgelegde producties, de volgende feiten vast. 3.2 [appellante] is op 5 april 2006 op basis van een zogenaamd 0-urencontract bij (de rechtsvoorgangster van) Redemptio in dienst getreden, laatstelijk voor onbepaalde tijd tegen een uurloon van € 12,73 bruto exclusief vakantiegeld. [appellante] was aanvankelijk werkzaam als receptioniste/gastvrouw op de locatie De Zwanenhof. Vanaf 2007 verrichtte zij ook PR- en acquisitiewerkzaamheden, alsmede werkzaamheden op de afdeling Planning en Reservering. Vanaf week 11 van 2009 is [appellante] PR- en acquisitiewerkzaamheden voor de Stichting Catering Twente (hierna: SCT) gaan verrichten. 3.3 In de arbeidsovereenkomst tussen Redemptio en [appellante] is, voor zover hier van belang, vermeld:“Artikel 5 Arbeidsduur De arbeidsduur bedraagt 0 uren gemiddeld per week. De arbeidsduur is flexibel. Het aantal te werken uren per week zal gaan afhangen van de bezetting in het huis. In periodes van lage bezetting zullen het aantal te werken uren laag of nihil zijn. Op basis van de planning zal het aantal te werken uren enkele weken vooraf worden bepaald.” 3.4 In februari 2011 heeft SCT aan Redemptio bericht dat zij met ingang van 15 februari 2011 wegens bedrijfseconomische omstandigheden geen werkzaamheden meer voor [appellante] beschikbaar heeft. 3.5 Redemptio heeft bij verzoekschrift, ingekomen bij de rechtbank Almelo op 7 maart 2011, de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst tussen partijen wegens economische redenen te ontbinden. Bij beschikking van 20 april 2011 heeft de kantonrechter dit verzoek van Redemptio afgewezen en Redemptio veroordeeld in de proceskosten. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Redemptio weliswaar voldoende onderbouwd dat zij financieel in zwaar weer verkeert en dat in elk geval de werkzaamheden voor SCT verdwijnen, maar heeft zij onvoldoende aannemelijk en inzichtelijk gemaakt dat de arbeidsovereenkomst van [appellante] op basis daarvan moet worden ontbonden. 3.6 Bij dagvaarding in kort geding van 30 maart 2011 heeft [appellante], voor zover hier van belang, gevorderd dat de voorzieningenrechter Redemptio zal veroordelen binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis aan [appellante] het gebruikelijke salaris over gemiddeld 28 uur per week te betalen vanaf de maand maart 2011 (over de maand februari 2011) en zo vervolgens maandelijks, uiterlijk voor het einde van iedere maand tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst, dan wel totdat een andersluidende rechtsgeldige (gerechtelijke) beslissing is genomen, vermeerderd met vakantietoeslag en Redemptio zal gebieden [appellante] binnen 24 uur na betekening van het vonnis toe te laten tot het verrichten van haar gebruikelijke werkzaamheden, op straffe van verbeurte van een dwangsom. 3.7 Bij vonnis in kort geding van 20 april 2011 heeft de voorzieningenrechter, naar aanleiding van de onder 3.6 vermelde vordering van [appellante], voor zover hier van belang, Redemptio veroordeeld om aan [appellante] het gebruikelijke salaris te betalen over gemiddeld 25 uur per week vanaf de maand april 2011 (over de maand maart 2011) en zo vervolgens maandelijks en Redemptio geboden om [appellante] uiterlijk binnen een week na betekening van het vonnis toe te laten tot het verrichten van haar gebruikelijke werkzaamheden, op straffe van verbeurte van een dwangsom. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter is de feitelijke situatie sinds indiensttreding zo gewijzigd dat er van moet worden uitgegaan dat er gaandeweg een arbeidsovereenkomst is ontstaan met een omvang van gemiddeld 25 uur per week en is vooralsnog niet gebleken dat er onvoldoende werk is voor [appellante] voor gemiddeld 25 uur per week. 3.8 Bij beschikking van 13 juli 2011 heeft de kantonrechter, op verzoek van Redemptio, de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden met ingang van 1 september 2011 onder toepassing van de wachtgeldregeling uit het Rechtspositie reglement voor personeel in dienst van religieuze instituten, de proceskosten gecompenseerd en het meer of anders verzochte afgewezen. Naar het oordeel van de kantonrechter is geen sprake van verbeterde bedrijfseconomische omstandigheden en moet de arbeidsovereenkomst van [appellante] op grond van het afspiegelingsbeginsel worden ontbonden. 4De motivering van de beslissing In het principaal en in het incidenteel hoger beroep 4.1 Tegen de achtergrond van de hiervoor genoemde feiten heeft [appellante], voor zover thans van belang, in eerste aanleg gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:a. voor recht zal verklaren dat sprake is van een tussen partijen tot 1 september 2011 geldende arbeidsovereenkomst met een omvang van 119,5 uur per maand; b. Redemptio zal veroordelen tot betaling aan [appellante] van een bedrag van € 10.466,27, althans een zodanig bedrag als de kantonrechter in goede justitie zal bepalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldata na 1 januari 2008 van het maandelijks aan [appellante] verschuldigde loon tot aan de dag der algehele voldoening;c. Redemptio zal veroordelen tot betaling aan [appellante] van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW ter hoogte van 50% van de hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldata na 1 januari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening;d. Redemptio zal veroordelen tot betaling aan [appellante] van een bedrag van € 833,-, zijnde de buitengerechtelijke kosten voor rechtsbijstand, althans een zodanig bedrag als de kantonrechter in goede justitie zal bepalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening,met veroordeling van Redemptio in de kosten van deze procedure. [appellante] heeft aan deze vordering ten grondslag gelegd dat op basis van de periode oktober 2007 tot en met december 2007 – met inachtneming van artikel 7:610b BW – een arbeidsovereenkomst is ontstaan met een omvang van gemiddeld 119,15 uur per maand. Op basis van deze arbeidsovereenkomst heeft Redemptio over de periode van januari 2008 tot en met augustus 2011 (zie productie 4 bij inleidende dagvaarding) te weinig uren aan [appellante] uitbetaald. 4.2 Bij het bestreden vonnis van 5 februari 2013 heeft de kantonrechter geoordeeld dat het aantal uren van de arbeidsovereenkomst overeenkomstig de berekening van het UWV moet worden bepaald op 27,5 per week en dat vanaf februari 2011 de gewerkte uren ten behoeve van SCT daarop in mindering strekken. De kantonrechter heeft [appellante] naar aanleiding van dit oordeel in de gelegenheid gesteld een herberekening van haar vordering over te leggen. 4.3 [appellante] heeft vervolgens bij akte van 12 maart 2013 haar eis vermeerderd. Zij heeft gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:a. voor recht zal verklaren dat sprake is van een tussen partijen tot 1 september 2011 geldende arbeidsovereenkomst met een omvang van 27,5 uur per week; b. Redemptio zal veroordelen tot betaling aan [appellante] van een bedrag van € 23.323,17, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldata na 30 april 2006; c. Redemptio zal veroordelen tot betaling aan [appellante] van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW ter hoogte van 10% van de hoofdsom, zijnde € 2.332,30, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldata na 30 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.