← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2015:10169

beschikking Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden locatie Arnhem pkn: 16-706582-15 avnr.: 001962-21 Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door de officier van justitie in het arrondissement Arnhem in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1984] , verblijvende op het adres: [woonplaats] . Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 30 november 2015, houdende de afwijzing van de vordering tot gevangenneming van verdachte. Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsman van verdachte, mr H. Külcü, advocaat te Maastricht, in raadkamer van heden. Verdachte is niet verschenen. Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 4 december

  1. OVERWEGINGEN: De officier van justitie heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 12 november 2015 een vordering tot gevangenneming gedaan op basis van een aanvullend proces-verbaal van de politie dat is gedateerd op de dag voor die zitting. Nadat de rechtbank had meegedeeld dat zij bij de behandeling van die vordering geen acht zou slaan op dat proces-verbaal, heeft de officier van justitie tijdens die zitting die vordering ingetrokken. Vervolgens heeft de officier bij de raadkamer van de rechtbank dezelfde vordering gedaan op basis van hetzelfde proces-verbaal. De raadkamer heeft in de beschikking waarvan beroep die vordering afgewezen omdat zij de door de officier van justitie aangevoerde nieuwe informatie, gezien de eerdere opheffing van de voorlopige hechtenis, onvoldoende acht om voor een bevel tot gevangenneming. Naar het oordeel van het hof had de raadkamer de officier van justitie niet ontvankelijk moeten verklaren, daar de raadkamer niet bevoegd is om van een vordering tot gevangenneming kennis te nemen nu het onderzoek ter terechtzitting al was aangevangen. De officier van justitie had de vordering moeten doen ter terechtzitting. Het hof zal daarom de beschikking waarvan beroep vernietigen en de officier van justitie alsnog niet ontvankelijk verklaren. Het hof heeft gelet op het bepaalde in artikel 65, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering. BESLISSING: Het hof vernietigt de beslissing waarvan beroep en verklaart de officier van justitie alsnog niet-ontvankelijk in zijn vordering. Aldus gegeven op 16 december 2015 door mrs E.A.K.G. Ruys, voorzitter, M.J. Stolwerk en A.W.M. Elders, raadsheren, in tegenwoordigheid van Y.E. Markerink-van Dorst, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier. De advocaat-generaal gelast voorzover nodig de tenuitvoerlegging van deze beschikking en brengt deze ter kennis van verdachte. Afschrift verstrekt aan raadsman op: 16 december 2015 Arnhem, 16 december
  2. De advocaat-generaal,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.