GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.133.144/01 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland C/07/200959 FL RK 12/1548) beschikking van de familiekamer van 10 februari 2014 inzake volgens de beschikking van de rechtbank en het uittreksel uit de basisadministratie: [appellante] (geboren op 16 april 1965), volgens het beroepschrift: [appellante1] , volgens de huwelijksakte: [appellante2] , wonende te [A], appellante in hoger beroep, verder te noemen: de vrouw, advocaat: mr. J.G. Wiebes, kantoorhoudend te Lelystad, tegen [geïntimeerde] , wonende te [A], verder te noemen: de man, geïntimeerde in hoger beroep, advocaat: mr. E. Lucas, kantoorhoudend te Lelystad. Als overige belanghebbende is aangemerkt: Bureau Jeugdzorg Flevoland, sinds 1 januari 2015 Samen Veilig Flevoland gevestigd te Lelystad, hierna te noemen: BBJZ of GI. 1Het verdere procesverloop 1.1 Het hof verwijst naar zijn tussenbeschikking van 3 april 2014. 1.2 Na de tussenbeschikking zijn ter griffie van het hof binnengekomen: - een journaalbericht van 28 april 2014 met bijlage van mr. Wiebes; - een journaalbericht van 28 april 2014 met bijlagen van mr. Lucas; - een journaalbericht van 30 april 2014 met bijlage van mr. Wiebes; - een journaalbericht van 12 november 2014 met bijlage van mr. Lucas. 2De verdere beoordeling 2.1 In de tussenbeschikking van 3 april 2014 heeft het hof, zakelijk weergegeven, op grond van de bestaande onduidelijkheid van de staat en identiteit van de vrouw en/of de echtgenote van de man voorlopig geoordeeld dat de man het bestaan van een wettig huwelijk met [appellante], van welk huwelijk hij ontbinding door middel van echtscheiding verzoekt, onvoldoende heeft aangetoond. 2.2 Het hof heeft de zaak aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen zich hierover nader uit te laten en in het bijzonder de man in staat te stellen om nadere bescheiden te overleggen waaruit wel het bestaan van zijn huwelijk met [appellante] kan worden afgeleid. nader standpunt partijen 2.3 De man stelt dat er geen sprake van kan zijn dat er twijfel is over de identiteit van de vrouw in deze procedure, noch over de vraag of hij met haar is gehuwd op de datum als vermeld in het verzoekschrift (toevoeging hof: 1987) en de beschikking van de rechtbank (toevoeging hof: 3 februari 1987). Subsidiair verzoekt hij het hof ten aanzien van het vaststellen van identiteit van de vrouw die in deze procedure de wederpartij van de man is met wie hij [in] februari 1987 in het huwelijk is getreden een onderzoek door het Openbaar Ministerie te gelasten. 2.4 De man heeft ter verdere onderbouwing van zijn stellingen dat hij is gehuwd met de vrouw een uittreksel Basisregistratie Personen (BRP) van 7 april 2014 overgelegd waaruit blijkt dat daarin is opgenomen: [appellante], geboren [in] 1965 te [B] Marokko, gehuwd met [geïntimeerde], geboren op 00 00 1961 te [C] Marokko en wel [in] 1987 te [D], Marokko. Voorts heeft de man verwezen naar een door hem overlegde email van 24 april 2014 waarin volgens de man door [E], het vertaalcentrum, uiteen wordt gezet dat het kan voorkomen dat spellingswijzen afwijken en dat dit te maken heeft met het feit dat de letters in het Arabische schrift niet allemaal voorkomen in het Latijnse schrift en derhalve de transcriptie van het Arabisch naar het Nederlands geen mathematische zekerheid is. 2.4 De vrouw stelt dat haar geslachtsnaam zoals deze is geregistreerd in de BRP correct wordt weergegeven. Voorst wijst zij er op dat het door de man overgelegde uittreksel van een huwelijksakte is uitgegeven op 6 oktober 1999 en derhalve dateert van geruime tijd na de huwelijksdatum [in] 1987, alsmede dat deze akte met de hand is geschreven. Zij wijst erop dat in de door de man verstrekte toelichting duidelijk wordt aangegeven dat de (vertaalde) naam in de huwelijksakte daadwerkelijk luidt [appellante3], en dat dat niet is de geslachtsnaam van de vrouw. motivering van de beslissing 2.5 Het hof ziet zich opnieuw voor de vraag gesteld of op basis van de thans overgelegde stukken voldoende vast staat dat sprake is van een rechtsgeldig huwelijk tussen de man en [appellante] waarbij in aanmerking dient te worden genomen dat, zoals de man stelt, het mogelijk kan voorkomen dat een spellingwijze van de achternaam vanwege de transcriptie van het Arabisch naar het Nederlands verschilt. 2.6 Ook op grond van de thans aanwezige stukken is het hof (voorlopig) nog van oordeel dat de man onvoldoende heeft aangetoond dat sprake is van een wettig huwelijk tussen hem en [appellante]. Het hof heeft hiertoe het volgende overwogen. 2.7 Het hof heeft in de stukken de volgende informatie aangetroffen over de datum van het (vermeende) huwelijk, alsmede de geboortedatum van de man en de achternaam van de vrouw. Datum (vermeende) huwelijk In de beschikking van 2 juli 2012 is als vaststaand feit aangenomen dat het huwelijk [in] januari 1987 is voltrokken. De man stelt in zijn verzoekschrift van 31 juli 2012, ingediend op 1 augustus 2012, te zijn gehuwd in 1987. In de beschikking waarvan beroep is uitgegaan van een huwelijk [in] februari 1987. In de beëdigde vertaling van de huwelijksakte (hierna: akte) wordt eveneens uitgegaan van [...] februari 1987. In zijn brief van 28 april 2014 zoals door de man overlegd bij journaalbericht van 28 april 2014 stelt de man te zijn gehuwd op februari 1987. Geboortedatum man Uit het uittreksel uit de basisadministratie van 1 augustus 2012 blijkt dat de man staat geregistreerd als zijnde geboren op 00 00 1961. Op zijn patiëntenkaart wordt melding gemaakt van een geboortedatum [in] 1961, alsmede in een brief van [appellante1] van 8 juli 2011 en 1 februari 200?, het proces-verbaal van 14 juni 1996 van brigadier [F], het proces-verbaal van bevindingen van 21 juni 1996 van verbalisant [G]. In het stamblad gegevens jeugdige en ouders van Bureau Jeugdzorg wordt als de geboortedatum van de man [...] januari 1961 vermeld. Achternaam vrouw Het verzoekschrift van de man is gericht tegen [appellante], conform ook het uittreksel uit de basisadministratie van 1 augustus 2012 zoals door de man is overgelegd. In de door de man overgelegde beëdigde vertaling van de akte, ‘Uittreksel huwelijksakte’ staat vermeld [appellante2]. De man stelt daarbij dat uit een afschrift van een mailcorrespondentie tussen [E] BV en Nauta&Lucas Advocaten, (productie 3 bij het journaalbericht van 28 april 2014) blijkt dat de vertaler (het hof begrijpt: van de huwelijksakte) zich nader op het standpunt stelt dat de achternaam moet luiden [appellante3]. 2.8 Na de tussenbeschikking van het hof van 3 april 2014 heeft de man een uittreksel Basisregistratie Personen (BRP, voorheen GBA) van 7 april 2014 overgelegd van de gemeente [A]. Uit de basisregistratie blijkt dat daarin is opgenomen [appellante], geboren [in] 1965 te [B] Marokko. Ook blijkt uit dit uittreksel omtrent haar burgerlijke staat dat zij [in] 1987 te [D] Marokko is gehuwd met [geïntimeerde], geboren op 00 00 1961 te [C] Marokko. 2.9 De gegevens in de BRP ten aanzien van [appellante] stemmen voor wat betreft de huwelijksdatum, alsmede de voornaam en geboortedatum overeen met de door de man overgelegde beëdigde vertaling van de huwelijksakte. Onveranderd is er een verschil in de spelling van de achternaam. Immers in de BRP is opgenomen [appellante]terwijl in de (vertaling van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.