GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.161.139/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/19/93494 / HA ZA 12-177) arrest van de eerste kamer van 17 februari 2015 in de zaak van: [appellant] , wonende te [woonplaats 1], appellant, in eerste aanleg: eiser, hierna: [appellant], niet verschenen, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats 2], geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: [geïntimeerde], advocaat: mr. A.J. van Soelen, kantoorhoudend te Amsterdam. 1Het geding in eerste instantie 1.1 In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 5 september 2012 van de voormalige rechtbank Assen, sector civiel recht, en het vonnis van 4 december 2013 van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Assen (hierna: de rechtbank). 2Het geding in hoger beroep 2.1 Bij exploot van 28 februari 2014 is door [appellant] hoger beroep ingesteld van voormelde vonnissen met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 24 februari
- De conclusie van de appeldagvaarding strekt tot vernietiging van de bestreden vonnissen en tot het alsnog toewijzen van de vordering van [appellant], met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten in beide instanties, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. 2.2 [geïntimeerde] heeft bij exploot van anticipatie van 5 december 2014 de eerst dienende dag vervroegd naar 16 december
- 2.3 Op de eerst dienende dag heeft zich namens [appellant] geen advocaat gesteld. 2.4 Aan [appellant] is daarop, conform het bepaalde in art. 123 lid 1 Rv, gelegenheid gegeven om binnen een door het hof gestelde termijn alsnog advocaat te stellen. De zaak is hiervoor op de rol van geplaatst van 30 december 2014, maar op die datum heeft zich geen advocaat gesteld voor [appellant]. Vervolgens is de zaak verwezen naar de rol van 20 januari 2015 voor het stellen van een advocaat door [appellant], ambtshalve peremptoir. 2.5 Op laatstgenoemde roldatum heeft zich voor [appellant] geen advocaat gesteld en heeft [geïntimeerde] arrest gevraagd. 2.6 Arrest is bepaald op heden, te wijzen op het griffiedossier. 3De beoordeling 3.1 Het hof stelt vast dat [appellant] binnen de hem gegeven termijnen geen gebruik heeft gemaakt van de geboden gelegenheid tot herstel van het verzuim van advocaatstelling. [geïntimeerde] zal daarom van de instantie worden ontslagen. 3.2 Met toepassing van het bepaalde in art. 123 lid 2 Rv in samenhang met de artikelen 127 lid 2 Rv en 353 lid 1 Rv zal [appellant] worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep (salaris advocaat: ½ punt in tarief VI). De beslissing Het hof, rechtdoende in hoger beroep: ontslaat [geïntimeerde] van de instantie (de procedure in hoger beroep); veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en stelt die kosten aan de zijde van [geïntimeerde] tot aan deze uitspraak vast op € 1.631,50 aan geliquideerd salaris voor de advocaat en op € 1.696,77 aan verschotten. Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. L. Groefsema en mr. D.H. de Witte, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 17 februari 2015.