Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-001134-14 Uitspraak d.d.: 25 februari 2015 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de economische kamer gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Gelderland van 17 februari 2014 met parketnummer 84-140342-13 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [woonplaats]. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 11 februari 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt met betrekking tot de strafbaarheid van het feit. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: primair: hij op of omstreeks 20 maart 2013, althans in of omstreeks de maand 2013, te [plaats], al dan niet opzettelijk, een ree, zijnde een beschermde inheemse diersoort, onder zich heeft gehad; subsidiair:hij op of omstreeks 20 maart 2013, althans in of omstreeks de maand 2013, te [plaats], al dan niet opzettelijk, een ree, zijnde een beschermde inheemse diersoort, heeft gevangen en/of bemachtigd. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak van het primair tenlastegelegde De verdachte heeft het primair tenlastegelegde ontkend. De advocaat-generaal heeft vrijspraak gevorderd. Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, nu verdachte de ree niet onder zich heeft gehad. Het hof spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit. Vrijspraak van het onder “subsidiair” primair tenlastegelegde misdrijf Het hof is ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde feit met verdachte en de advocaat-generaal van oordeel dat verdachte de ree niet opzettelijk heeft gevangen, nu verdachte een vos wilde vangen en de ree tegen de wil van verdachte in de vangkooi terecht is gekomen. Verdachte zal daarom van het subsidiair tenlastegelegde misdrijf worden vrijgesproken. Bewezenverklaring van de onder “subsidiair” subsidiair tenlastegelegde overtreding Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de subsidiair tenlastegelegde overtreding van artikel 9 van de Flora- en faunawet heeft begaan, met dien verstande dat: subsidiair:hij op of omstreeks 20 maart 2013, althans in of omstreeks de maand 2013, te [plaats], al dan niet opzettelijk, een ree, zijnde een beschermde inheemse diersoort, heeft gevangen en/of bemachtigd. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het subsidiair bewezen verklaarde levert op: overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 9 van de Flora- en faunawet. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging op grond van afwezigheid van alle schuld. Het hof zal verdachte, zij het op een andere grond dan door de advocaat-generaal aan zijn vordering ten grondslag is gelegd, ontslaan van alle rechtsvervolging omdat het hof van oordeel is dat verdachte zich op afwezigheid van alle schuld kan beroepen. Het hof overweegt daarover als volgt. Het hof gaat uit van de volgende situatie. Verdachte was bevoegd om op vossen te jagen en hij mocht daarbij -op grond van artikel 72 van de Flora- en faunawet en artikel 5 van het Besluit beheer en schadebestrijding dieren- ook een vangkooi gebruiken. Door de vangkooi te plaatsen hoopte verdachte een vos te vangen, die -kort gezegd- voor veel overlast zorgde. Het was niet zijn bedoeling dat er een ree in de vangkooi terecht zou komen. Artikel 2 van de Flora- en faunawet luidt als volgt: ‘
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.