← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2015:2129

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof: 200.164.750 (zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem: 259809) arrest van de tweede kamer van 24 maart 2015 in de zaak van 1 [appellant 1] ,wonende te [woonplaats] , 2 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid[appellant 2] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] , appellanten, hierna afzonderlijk: ‘ [appellant 1] ' en ' [appellant 2] ’, advocaat: mr. N.E.N. de Louwere, tegen: 1 [geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] , 2 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid[geïntimeerde 2] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerden, hierna afzonderlijk: ‘ [geïntimeerde 1] ' en ' [geïntimeerde 2] ’, advocaat: mr. A.C.M. Verhoeven. 1Het geding in eerste aanleg Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 23 april 2014, 16 juli 2014 en 22 oktober 2014 die de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, heeft gewezen tussen [appellant 1] en [appellant 2] als gedaagden en [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] als eisers. 2Het geding in hoger beroep 2.1 [appellant 1] en [appellant 2] hebben bij exploot van 19 januari 2015 [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] aangezegd van de hiervoor genoemde vonnissen van 16 juli 2014 en 22 oktober 2014 in hoger beroep te komen, met dagvaarding van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] voor dit hof tegen de roldatum 7 juli

  1. 2.2 Bij exploot van anticipatie van 6 februari 2015 hebben [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] [appellant 1] en [appellant 2] aangezegd dat de zaak bij vervroeging zal worden aangebracht op 17 februari
  2. 2.3 Op de roldatum 17 februari 2015 hebben [appellant 1] en [appellant 2] de zaak aangebracht en zijn [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] bij advocaat verschenen. 2.4 Op de roldatum 3 maart 2015 hebben partijen opgave gedaan van hun verhinderingen en hebben [appellant 1] en [appellant 2] in kopie het volledige procesdossier van de eerste aanleg overgelegd. 3De beoordeling van het geschil in hoger beroep 3.1 Het hof ziet aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten. Het doel is het beproeven van een minnelijke regeling, maar de zitting kan daarnaast benut worden om inlichtingen in te winnen, de mogelijkheden van mediation te bezien en/of om bewijsvoering of rapportage door deskundigen te bespreken. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 3.2 Indien partijen uiterlijk twee weken na het wijzen van dit arrest de raadsheer-commissaris eenparig verzoeken om van de comparitie af te zien, zal deze geen doorgang vinden en zal een nieuwe roldatum worden bepaald voor memorie van grieven. 4De beslissing Het hof, recht doende in hoger beroep: bepaalt dat partijen, [appellant 1] en [geïntimeerde 1] in persoon en [appellant 2] en [geïntimeerde 2] vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het geven van de verlangde inlichtingen in staat is en hetzij bevoegd hetzij speciaal schriftelijk gemachtigd is tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun advocaten zullen verschijnen voor het hierbij tot raadsheer-commissaris benoemde lid van het hof mr. J.H. Lieber, die daartoe zitting zal houden in het paleis van justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op woensdag 22 april 2015 om 15.00 uur, opdat kan worden onderzocht of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden; bij deze comparitie bestaat geen gelegenheid om pleitnotities voor te dragen; bepaalt dat indien een partij bij gelegenheid van de comparitie van partijen nog een proces-handeling wenst te verrichten of producties in het geding wenst te brengen, deze partij ervoor dient te zorgen dat de raadsheer-commissaris en de wederpartij uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting een afschrift van de te verrichten proceshandeling of de in het geding te brengen producties hebben ontvangen; houdt verder iedere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Lieber, L.J. de Kerpel-van de Poel en H.L. Wattel, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2015.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.