Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-006703-14 Uitspraak d.d.: 1 mei 2015 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 4 november 2014 met parketnummer 16-661597-13 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [adres]. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 21 april 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. C. Lammers, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat: Feit 1 primair hij op of omstreeks 1 februari 2013 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto merk Alfa Romeo), daarmee rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Biltse Rading, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, het voor hem bestemde verkeerslicht te passeren, terwijl dit rood licht uitstraalde, en/of (vervolgens) terwijl het donker was en/of terwijl het wegdek nat was en/of nadat hij alcohol had genuttigd het door hem bestuurde motorrijtuig niet tot stilstand heeft gebracht, binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, doch (met onverminderde snelheid, althans met een hogere snelheid dan op dat moment aldaar verantwoord was) in botsing/aanrijding is gekomen met een voor hem, verdachte, van links komend motorrijtuig (personenauto van het merk Citroën) terwijl dit motorrijtuig de kruising was opgereden op het moment dat het voor de bestuurder van dit motorrijtuig bestemde verkeerslicht groen licht uitstraalde en/of (vervolgens) waardoor de inzittende van de voornoemde Citroën, genaamd [slachtoffer], (zwaar) lichamelijk letsel, te weten (onder andere) een snede op het/haar (voor)hoofd en/of een hersenschudding en/of een gekneusde (rechter)boven- en/of onderarm en/of een bloeduitstorting op de (rechter)heup en/of linkerarm en/of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; Feit 1 subsidiair hij op of omstreeks 1 februari 2013 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto merk Alfa Romeo), daarmee rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Biltse Rading, het voor hem bestemde verkeerslicht te passeren terwijl dit rood licht uitstraalde en/of (vervolgens) het door hem bestuurde motorrijtuig niet tot stilstand heeft gebracht, binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, doch (met hoge snelheid) in botsing/aanrijding is gekomen met een voor hem, verdachte, van links komend motorrijtuig (personenauto van het merk Citroën) terwijl dit motorrijtuig de kruising was opgereden op het moment dat het voor de bestuurder van dit motorrijtuig bestemde verkeerslicht groen uitstraalde) en/of (vervolgens) waarna het door verdachte bestuurde motorrijtuig (na de botsing/aanrijding met de personenauto, merk Citroën) om zijn denkbeeldige gieras is gedraaid en/of (vervolgens) met de (linker)voorzijde van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig is gebotst/gegleden tegen een (naast de rijbaan geplaatste) lichtmast door welke gedraging(en) gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; Feit 2 hij op of omstreeks 1 februari 2013 te Zeist, gemeente Zeist, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto merk Alfa Romeo) te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 en aan wie door een opsporingsambtenaar was bevolen medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van genoemde wet, niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat en/of aan de verplichting gevolg te geven aan alle door een opsporingsambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen; Feit 3 hij op of omstreeks 1 februari 2013 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten AM en/of B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op die weg, de Biltse Rading, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto merk Alfa Romeo), van die categorie of categorieën gedurende dat gedeelte van die geldigheidsduur heeft bestuurd; Feit 4 hij op of omstreeks 1 februari 2013 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde]), (hard) in/aan diens (rechter)oor heeft geknepen/getrokken en/of (vervolgens) (met zijn vuist) tegen de (rechter)kaak van die [benadeelde] heeft gestompt/geslagen en/of (vervolgens) die [benadeelde] (met de vlakke hand) op zijn (linker)wang heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overweging met betrekking tot het bewijs Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: Feit 1 primair hij op 1 februari 2013 in het arrondissement Midden-Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto merk Alfa Romeo), daarmee rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Biltse Rading, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend, het voor hem bestemde verkeerslicht te passeren, terwijl dit rood licht uitstraalde, en het door hem bestuurde motorrijtuig niet tot stilstand heeft gebracht, binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, doch met onverminderde snelheid in botsing is gekomen met een voor hem, verdachte, van links komend motorrijtuig (personenauto van het merk Citroën) terwijl dit motorrijtuig de kruising was opgereden op het moment dat het voor de bestuurder van dit motorrijtuig bestemde verkeerslicht groen licht uitstraalde en waardoor de inzittende van de voornoemde Citroën, genaamd [slachtoffer] lichamelijk letsel, te weten een snede op haar voor hoofd en een hersenschudding en een gekneusde rechterboven- en onderarm en een bloeduitstorting op de heup en linkerarm werd toegebracht, zodanig dat daaruit tijdelijke ziekte en verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; Feit 2 hij op 1 februari 2013 te Zeist, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto merk Alfa Romeo) te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 en aan wie door een opsporingsambtenaar was bevolen medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van genoemde wet, niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat en /of aan de verplichting gevolg te geven aan alle door een opsporingsambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen; Feit 3 hij op 1 februari 2013 in het arrondissement Midden-Nederland, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten AM en B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorieën was afgegeven, op die weg, de Biltse Rading, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto merk Alfa Romeo), van die categorie of categorieën gedurende dat gedeelte van die geldigheidsduur heeft bestuurd; Feit 4 hij op 1 februari 2013 in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde]), me t zijn vuist tegen de kaak van die [benadeelde] heeft gestompt en (vervolgens) die [benadeelde] met de vlakke hand op zijn wang heeft geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op: Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zodanig letsel wordt toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte en verhindering van de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat. Het onder 2 bewezen verklaarde levert op: Overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.